Actualiteit


Essay
Essay
Peter Paul De Waal

Waarom de F-35 een falend project is

Westerse doctrine op drijfzand gebouwd
F35

Wie wil weten wat er mis is met de F-35 Lightning II, voorheen de JSF, moet kijken naar de doctrine die daaraan ten grondslag ligt. Die is namelijk gebaseerd op Operatie Desert Stormvan 1990-’91, waarbij de VS en enkele geallieerden de Iraakse invasie van Koeweit aangrepen, om het regime van Saddam Hoessein een vernietigende klap toe te brengen.

Dat slaagde wonderwel. De oorlog leek slechts een kwestie van nauwgezette planning en operationele coördinatie, waarbij een hoofdrol was weggelegd voor geavanceerde sensor-technologie, voor de radar onzichtbare vliegtuigen en geleide precisiewapens. We kennen de uitkomst. De Iraakse slagorde verkruimelde onder de macht van superieure technologie en de gedisciplineerde inzet daarvan.

Sindsdien heeft een aantal denkfouten zich vastgezet in de geest van toonaangevende militaire denkers in de VS en daarbuiten. Voortaan moet elke militaire operatie een herhaling zijn van Desert Storm, zij het met nog geavanceerder middelen. Maar dat denken berust op een aantal verkeerde aannames.

Denkfout 1: De Iraakse strijdkrachten waren van gelijk niveau

Tot 1990 werd aangenomen, dat de Iraakse krijgsmacht de machtigste was in het Midden-Oosten. Saddam Hoessein beschikte over duizenden moderne Sovjettanks en artillerie, honderden gevechtsvliegtuigen én de gevreesde Scud-raketten, waarmee hij naburige landen kon bestoken. Op papier zagen de aantallen en de kwaliteit van het materieel er indrukwekkend uit. Generaal Schwarzkopf, de bevelhebber van de geallieerden nam dan ook geen halve maatregelen.

Maar al snel bleek, dat toen eenmaal het luchtoffensief de krijgsmacht had ‘onthoofd,’ door de commandovoering en communicatie lam te leggen, de Iraakse strijdkrachten nauwelijks in staat waren tot effectieve weerstand. En ook bleken de gevreesde, modernste wapens uit het voormalige Sovjet-arsenaal allesbehalve zo goed te zijn, als tot dusver was aangenomen. Snel werd duidelijk, dat Saddam Hoessein het starre Sovjet-model van gecentraliseerd leiderschap had overgenomen, waardoor geen enkel initiatief op lagere niveaus werd genomen. En ten slotte bleek ook de morele component van de strijdkrachten geenszins sterk: dienstplichtigen hadden geen zin om te sterven voor hun leider. Alleen de Republikeinse Garde, bestaand uit loyalisten, ging echt het gevecht aan.

Toch doet men tot op de dag van vandaag voorkomen, dat de geallieerden een formidabele tegenstander hadden verslagen. En gelooft men nog altijd, dat westerse strijdkrachten opnieuw een zogeheten ‘near peer’ – een strijdmacht van vergelijkbare omvang en kwaliteit – kunnen verslaan.

Wat men systematisch over het hoofd ziet, is dat alle grootmachten lessen uit Desert Storm hebben getrokken en sindsdien naarstig op zoek zijn gegaan naar technieken en tactieken, om het westerse technologische overwicht zoveel mogelijk te vermijden of te verstoren. En dat blijkt uitermate goed uit het ontwerp van de F-35, dat géén rekening houdt met deze nieuwe ontwikkelingen.

Denkfout 2: Niets dat de vijand onderneemt, doet ertoe

Sinds Desert Stormgeloven velen, dat een technologisch hoogstaande strijdmacht, zoals die van de VS, iedere tegenstander aan kan. Klopt dat?

In 2002 werd een Amerikaanse generaal van het korps mariniers van stal gehaald, om tijdens een ‘wargame’ de virtuele, technologisch achtergebleven Iraanse strijdkrachten te leiden tegen een grote en geavanceerde Amerikaanse strijdmacht. De generaal won elke beslissende ‘slag’ en de VS werden tijdens dit experiment overtuigend verslagen.

Dit toonde eens te meer aan, dat een vastbesloten en inventieve tegenstander tot veel meer in staat is, dan waartoe de Iraakse krijgsmacht in 1990-‘91 in staat was. En dat Desert Storm geenszins een blauwdruk is voor het winnen van toekomstige conflicten.

Toch zien we in de huidige doctrine van de VS de geest van generaal Warden terug. Warden was de bevelhebber van de geallieerde luchtstrijdkrachten tijdens Desert Storm. Hij benadert tot op de dag van vandaag strategie als de kunst die een architect beheerst. Strategie zou slechts een kwestie zijn van zorgvuldig plannen, organiseren, middelen toewijzen en perfect uitvoeren; dat zijn de sleutels van succes. In Wardens benadering van strategie komen begrippen als ‘tegenstander’ en ‘frictie’ (onvoorziene tegenslagen) in zijn geheel niet eens voor: oorlog voeren is een menuet, waarbij alle spelers in het eigen kamp zich aan de door hun ingestudeerde pasjes moeten houden. De stilzwijgende aanname is schijnbaar, dat een tegenstander dat dan ook zal doen.

Maar als de strijd tegen Al-Qaeda, de taliban, IS en tal van andere terroristische groeperingen iets leert, is dat zij zich juist niet aan de choreografie van Warden willen houden. Ziedaar de asymmetrische oorlogsvoering. Tegenstanders die een beetje intelligent zijn, vermijden juist de sterktes van onze strijdkrachten en zoeken enkel onze zwaktes op. En zo komt het, dat na zeventien jaar ‘War on Terror’ de VS en bondgenoten biljoenen dollars armer zijn en dat de strijd tegen terroristen verre van gewonnen is. Sterker nog: in Afghanistan rukken de Taliban weer op.

Als de heersende doctrine juist was, zouden de Taliban al lang verslagen moeten zijn. Met superieure technologie kan men toch zeker wel een stel middeleeuwse boeren met kalasjnikovs en bermbommen aan?

Het feit, dat primitieve wapens en uitgekiende tactieken zand in de raderen van het machtigste militaire apparaat ter wereld kunnen gooien, zou toch tot het inzicht moeten leiden, dat het een kwestie van intelligente tactieken, goed leiderschap en een uitgekiende strategie is en niet van technologie, wil men een tegenstander verslaan?

Maar niets daarvan dringt door tot de doctrinaire zwaargewichten in het Pentagon en de Europese hoofdkwartieren. Men gaat als een op hol geslagen trein voort op de ingeslagen weg en pompt enkel nog meer geld in nog geavanceerdere wapensystemen. Dat potentiële tegenstanders die in de toekomst wél over geavanceerde militaire technologie zullen beschikken, nog gemakkelijker de westerse oorlogsmachine zullen kunnen ontregelen, is voor de erfgenamen van Warden blijkbaar onvoorstelbaar.

Denkfout 3: Netcentric Warfare (NCW) en informatie overwicht

Tijdens Desert Storm hing de lucht vol verkennings- en sensorplatforms, variërend van E-8 JSTARRS, E-3 AWACS, U-2’s, RC-135 Rivet Joints, EC-3 Aries… Op grote schermen in het geallieerde hoofdkwartier konden generaal Schwarzkopf en zijn ondercommandanten elke beweging en elk radioverkeer volgen en onmiddellijk reageren.

Daaruit is de les getrokken, dat tijdige en accurate informatie een andere sleutel is voor succes. Die les is zo ver doorgevoerd, dat alle informatie met digitale datalinks tactische informatie door de ether tot aan de laagste niveaus toe gedeeld kan worden. Een compagniescommandant op de grond moet hetzelfde plaatje zien als de gevechtsvlieger in de lucht en de kapitein van een oorlogsbodem op zee. Op die manier – zo luidt de theorie – zullen uitsluitend goede beslissingen worden genomen, gebaseerd op volledige informatie. De ‘mist van de oorlog,’ waar Carl von Clausewitz over schreef, wordt zodoende voor eens en altijd verbannen. Althans, dat is de theorie.

Snel voorwaarts naar 2017. NAVO-troepen houden een grootscheepse oefening in Estland, Letland en Litouwen, vlakbij de Wit-Russische grens. Iedereen ziet hetzelfde tactische plaatje. Iedereen kan met elkaar communiceren. En opeens valt alles uit. Bevoorrading kan niet meer plaatsvinden, want men kan niet meer communiceren. Troepenbewegingen kunnen niet meer gecoördineerd worden. Wat de sensoren hoog in de lucht aan informatie vergaren, kan niet meer gedeeld worden. Het duurt enkele uren, voordat duidelijk wordt, wat er is gebeurd. Vanaf Kalinigrad hebben Russische eenheden vermoedelijk zeer krachtige breedband stoorzenders ingezet, waardoor alle frequenties over het hele radiotelegrafische spectrum werden gestoord. Totale chaos was het gevolg.

Hierover viel niets in de media te lezen. Misschien omdat het niet heeft plaatsgevonden of omdat men het wilde stilhouden. Of het waar is of niet, feit is dat het technisch mogelijk is. Men weet wel – wat niet het geval was in het aangehaalde incident – dat een kernexplosie hoog in de atmosfeer een elektromagnetische puls (EMP) en een ‘transient radiation effect on electronics’ (TREE) veroorzaken, die elk verkeer over de ether onmogelijk maakt en de werking van onbeschermde elektronica verstoort/vernietigt.

De huidige doctrine leunt in grote mate op het principe van Netcentric Warfare (NCW), waarbij alle inlichtingen van sensorplatforms via een versleuteld netwerk van datalinks wordt gedeeld aan alle andere eenheden. Vrijwel niemand heeft daarbij gedacht, dat het netwerk kwetsbaar is voor stoorzenders of de effecten van een nucleaire wapen. Niemand is op het idee gekomen, dat de sensorplatforms zelf wel eens een doelwit kunnen zijn.

Dat wil zeggen, niemand binnen de westerse militaire kringen. Russen en Chinezen hebben tal van wapens ontwikkeld, waarmee ze kunnen storen en van lange afstanden AWACS en andere verkenningsvliegtuigen kunnen neerhalen. De filosofie is simpel: maak elke coördinatie onmogelijk, door het netwerk aan te grijpen.

De F-35 is – net als alle andere moderne, westerse wapens – een volledig genetwerkt gevechtsvliegtuig en dat maakt deel uit van het verkooppraatje, dat Lockheed Martin over het vliegtuig houdt. Dat is het – naast stealth en een geavanceerde cockpit interface – wat het toestel van de zogezegde 5egeneratie maakt. Maar wat blijft er over van alle kwaliteiten, als het netwerk wegvalt? En misschien belangrijker: kunnen vliegers zonder alle hoogtechnologische snufjes nog wel hun werk doen?

Elektronische oorlogsvoering is wederom een asymmetrische manier, om zand in de superieure, militaire machinerie van het Westen te strooien en tot dusver doen de militaire denkers, die de F-35 als het toppunt van vernuft zien, daar niets mee.

Denkfout 4 (de grootste): Die van onkwetsbaarheid

De grootste denkfout is mijns inziens van een hogere orde. Namelijk die van onoverwinnelijkheid. Die impliciete aanname kan ertoe leiden, dat men meent zonder grote verliezen en ingrijpende consequenties oorlog te kunnen voeren, waar en wanneer men het belieft.

We hebben gezien, dat het ingrijpen in Afghanistan en Irak het internationale terrorisme enkel heeft aangewakkerd, dat er grote stromen vluchtelingen op de Europese kusten aanspoelen, dat vreemdelingenhaat en nationalisme zijn aangewakkerd en dat de Europese solidariteit is aangetast. Oorlog is geen kwestie van kruisraketten lanceren, enkele bommen laten vallen en wat commando-eenheden inzetten.

Aan de andere kant van die wapens vallen slachtoffers en hun nabestaanden koesteren rancune. We leven in een geglobaliseerde wereld, waarin goederen, mensen, geld, ziektes en ideeën vrijelijk grenzen passeren. Er zijn kernmachten bijgekomen en sommigen daarvan kunnen onze landen bereiken met raketten. Wie denkt onkwetsbaar te zijn, ziet te snel over het hoofd dat we wel eens met heel onverwachte gevolgen kunnen geconfronteerd worden. Een doctrine, die enkel kijkt naar de onmiddellijke effecten van een militair optreden dat bol staat van technologische hybris, is in mijn ogen een levensgevaarlijk. Niet alleen veronachtzaamt men onwelkome feiten en inzichten, het kan ook leiden tot het ondoordacht aangaan van hachelijke avonturen, zonder oog voor de gevolgen. Temeer als de leider van de vrije wereld niet bepaald bekend staat om zijn afgewogen oordelen en zijn gelijkmatig gemoed.

F-35 geesteskind van slechte doctrine

De F-35, als pendant van deze doctrine, is op zich niet verwerpelijk. Het is niet het mes, maar degene die het vasthoudt, die bepaalt wat er met het mes gedaan wordt. Maar het ontwerp stoelt op zulke riskante aannames, dat slechts enkele daarvan onjuist hoeven te zijn om het hele ontwerp op losse schroeven te zetten. Wat dan overblijft, is een slecht gevechtsvliegtuig dat bovendien duur is in aanschaf, en waarvande werkingskosten exorbitant zijn.

Gekoppeld aan een doctrine die in mijn ogen op drijfzand berust, is voor mij reden genoeg om de F-35 te verwerpen. En voor zowel Nederland als België zijn er voorwaarden verbonden aan de keuze voor de F-35, die geen enkele onafhankelijke natie kan aanvaarden.

Een aspect daarvan is, dat Nederland (en eventueel België) niet over het intellectuele eigendom van de software van het toestel zal kunnen beschikken en daarom niet in staat zal zijn om:

  • De software aan te passen om bepaalde wapens naar eigen behoefte op het toestel te integreren;
  • Een eigen logistieke keten buiten die van de USAF op te zetten;
  • Zelf de database met grond- en luchtdreigingen te beheren;
  • Buiten de goedkeuring van het Amerikaanse Congres de toestellen in te zetten.

Nederland zal door schade en schande ervaren, hoezeer het opgeven van de soevereiniteit de besluitvorming over de inzet van dit toestel zal hinderen. België zou er in mijn ogen verstandig aan doen, deze feiten ter harte te nemen en te vermijden dat Brussel eveneens met handen en voeten aan de VS gebonden wordt.

Men zou nog kunnen stellen, dat het luchtwapen slechts één van de vele is, waarmee een land soeverein buitenlands beleid kan voeren. Maar dan vergeet men, dat het luchtwapen in vrijwel alle moderne oorlogen een belangrijke rol heeft gespeeld.

Wie lichtvaardig denkt dat dit ‘slechts’ de aanschaf van een willekeurige straaljager betreft, zal straks van een koude kermis thuiskomen.

Besluit

Als de heersende doctrine niet deugt en het militaire materieel dat daaruit voortkomt tot onaanvaardbare risico’s (en kosten) leidt, welke weg moet men dan inslaan?

Mijns inziens zullen we de volgende wegen moeten bewandelen, om een solide defensie te bouwen en de wereld veiliger te maken:

Doctrinair terug naar een effectieve en geloofwaardige verdediging van NAVO-grondgebieden een daarbij passende strategie. Tevens aandacht voor de verdediging van voor ons essentiële belangen, zoals de garantie van vrij handelsverkeer over zee, een stabiel Midden-Oosten en een stabiel Noord- en Centraal-Afrika. Dit om de instroom van migranten te stoppen en de verspreiding van het moslimextremisme tegen te gaan.

Op strategisch niveau naar een detente streven met Rusland en China. Beide landen zijn kernmachten en dat moet erkend worden, of wij dat leuk vinden of niet.

Tactisch een nadruk leggen op de luchtverdediging, close air support, verdedigingscapaciteiten tegen hybride en conventionele oorlogsvoering en bijzondere aandacht voor de bestrijding van onderzeeboten.

Technisch: streven naar betaalbaarder militair materieel dat soepel kan inspelen op  de snel evoluerende technologie. Met de JAS-39EGripen NG heeft Zweden bewezen dat het kan: een state-of-the-art multirole vliegtuig, met een ‘open source informaticasysteem – ICT’  én betaalbaar voor kleinere landen.

De westerse militaire industrie moet teruggedrongen worden uit het politieke domein. De industrie is veel te machtig en dringt ten dele een doctrine aan ons op.

Politieke volwassenheid is geboden op geopolitiek en strategisch terrein. Onze politici hebben een planningsperspectief van hooguit vier à vijf jaar en hebben een preoccupatie met electoraal gewin, niet met (inter)nationale belangen. Zo kon het bestaan dat West-Europese krijgsmachten in geen enkel opzicht meer aan hun grondwettelijke taken konden voldoen en zij met zeer grote moeite kleinschalige operaties konden uitvoeren (zoals bijvoorbeeld in Mali).

Herijking van de Europees-Amerikaanse band. Tot dusver zijn de VS leidend geweest en volgden Europese landen. Het wordt hoog tijd, dat Europese bondgenoten zelf de verantwoordelijkheid voor hun eigen veiligheid op zich nemen, daar alle structuren en een navenante krijgsmacht voor opzetten. Alleen dan kunnen Europese bondgenoten een stem in het kapittel krijgen. Die is nodig, want de instroom van immigranten in Europa vanuit Irak en Syrië is rechtstreeks terug te voeren op de Amerikaans-Britse inval in Irak van 2003. Dat was een unilaterale maatregel, waar Europa de gevolgen van ondervindt. Europa zal derhalve ook haar belangen goed moeten definiëren en in de positie moeten komen, om die veilig te stellen. Ook tegenover de VS.

 

Peter Paul De Waal

Drs. Peter Paul de Waal, is een van de Nederlandse leden van Pjotrs Dwarsliggers Defensieteam. Bestuurskundige, met specialisatie buitenlandse betrekkingen, EU en strategische studies. Gebeten om te weten en gelegenheidspublicist, o.a. in Trouw, NRC Handelsblad, Air Forces Monthly.

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans