JavaScript is required for this website to work.
Ethiek

Forum

Zeitgeist en politiek

Prof. em. dr. Herman De Dijn (KUL): ‘De moderne politiek met zijn democratische partijen en verkiezingen bestaat alleen nog in een schijnversie.’

Herman De Dijn is filosoof, emeritus hoogleraar aan de KU Leuven en voormalig gastdocent aan buitenlandse universiteiten als de Universiteit van Cambridge, Universiteit van Stellenbosch en Harvard Universiteit.

13/5/2024Leestijd 4 minuten
Herman De Dijn.

Herman De Dijn.

foto © Custodes/Luk Collet

Prof. em. dr. Herman De Dijn (KUL): ‘De moderne politiek met zijn democratische partijen en verkiezingen bestaat alleen nog in een schijnversie.’

Wij leven in een postmoderne tijd: modern, maar tegelijk post-modern. Dat betekent dat de moderne rationaliteit, met haar vervlechting van wetenschap, technologie en economie, wel degelijk op volle toeren blijft draaien. Maar de ratio staat nu niet langer in dienst van het streven naar waarheid, autonomie en vooruitgang. De ratio is niet opgegeven, ze is uiteindelijk de slaaf geworden van het hart, van de emoties (zoals de filosoof David Hume al voorzag). Wetenschap, technologie en economie staan nu in dienst van het individuele verlangen; ze zijn geïnstrumentaliseerd.

Tegelijk veranderde ook het streven naar waarheid, autonomie en vooruitgang. Niet de feiten zijn van belang, maar ‘mijn waarheid’, hoe ik iets aanvoel; niet de rationele autonomie, maar de zelfbeschikking in functie van mijn subjectieve wensen, van mijn identiteit; niet het verleden of de toekomst, maar het nu.

Constructie

Opvallend is dat ‘the matters of the heart’ – mythe, riten en gemeenschap – helemaal terug zijn van weggeweest. Eigenlijk zijn ze nooit echt weggeweest, de mens kan immers niet zonder. Maar die zaken zijn nu ondergeschikt aan het ik, aan zijn emoties en aan de constructie van de eigen identiteit. Met brokstukken van vroegere mythen, symbolen en riten bricoleert het postmoderne ik zich een eigen identiteit waarin het zich goed voelt en waarmee het erkenning hoopt te vinden in een van de nieuwe tribus die zich rond en via die bricolages vormen. Het eigen lichaam is instrument geworden in de zelf-constructie en zelf-affichage, met behulp van plastische chirurgie, pillen allerhande en tattoos. Geneeskunde is een enhancement-industrie, ziekenkassen zijn gezondheidsfondsen geworden.

Dankzij de markt is er een voortdurend nieuw aanbod van simulacra, gadgets en instrumenten (zoals AI) om de productie van de eigen vloeibare (of zelfs virtuele) identiteit te realiseren. Daar is goed geld mee te verdienen. Wie niet slaagt in de zelfrealisatie wordt gemarginaliseerd, en heeft alleen nog als optie de rol van slachtoffer op zich te nemen. Maar dat slachtoffer wil dan wel door de staat gecompenseerd worden, of in elk geval de mogelijkheid krijgen indien gewenst onder medische begeleiding een einde aan de levensmoeheid te maken.

Erfenis

Natuurlijk blijven er resten van traditionalisme en moderniteit over te midden van de postmoderne wereld met zijn globale markt en media. Maar het heersen van de postmoderne mentaliteit, zeker in het Westen, leidde en leidt tot compleet nieuwe configuraties van de grote domeinen van het menselijk leven zoals godsdienst, ethiek en recht, of politiek. Instellingen en tradities konden zich tegen de moderne mentaliteit verdedigen door zelf min of meer moderne organisatievormen aan te nemen (zoals in de tijd van de verzuiling en het Rijke Roomse Leven). Nu worden ze echter van binnenuit ondermijnd omdat de idee zelf van erfenis verwerpelijk of zelfs onbegrijpelijk geworden is.

Godsdienst wordt geïnstrumentaliseerd en vervelt tot gecoachte spiritualiteit of identitair fundamentalisme. Goed en kwaad worden nu bepaald door het subjectieve aanvoelen van het individu. In de ethiek staat immers alles in het teken van het streven naar levenskwaliteit en het principe van niet-schaden. Het recht wordt meer en meer gezien als een instrument dat het kader schept waarbinnen postmoderne individuen zich kunnen uitleven zoals ze willen, zonder bevoogding door wie of wat dan ook. Tegelijk organiseert dat recht de verkeersregeling die botsingen tussen individuele rechten en voorkeuren voorkomt of sanctioneert.

Radicale transformaties

Ook het domein van de politiek onderging en ondergaat radicale transformaties. De staat is geïnstrumentaliseerd: hij is er voor de burger, niet omgekeerd. En hoewel het individu zonder of buiten de staat de facto compleet rechteloos (en machteloos) is, kan dat individu via het recht nu van die staat allerlei zaken opeisen; zelfs zaken die de macht van de staat ver te boven gaan (zoals een kwaliteitsvol leven of de beheersing van het klimaat).

De moderne politiek met zijn democratische partijen en verkiezingen bestaat alleen nog in een schijnversie. Het postmoderne kiezerskorps is volatiel, onbetrouwbaar; enorm beïnvloedbaar door mediabubbels, spektakel-politici en toevallige incidenten. Vandaar allerlei nieuwe termen: hyperpolitiek, steekvlampolitiek, dramademocratie. Die termen verwijzen niet allemaal naar hetzelfde, wel naar verschillende aspecten van het hedendaagse politieke spel.

Hyperpolitiek heeft te maken met het feit dat niet gemeenschappelijke belangen, maar typisch postmoderne kwesties in het centrum van de belangstelling komen te staan en dienen tot politieke proliferatie: problemen van identiteit en diversiteit, ‘ethische’ problemen, slachtofferschap in zijn vele vormen. Burgers reageren vanuit de onderbuik of vanuit een momentaan onbehagen over een of ander probleem dat plots opduikt, en de emoties en de verbeelding opjaagt. Dat heet dan steekvlampolitiek, mede mogelijk gemaakt door technologische mogelijkheden, zoals de smartphone. Individuen reageren massaal, maar zonder echte samenhang, waarna de ophef weer uitdooft, maar nooit helemaal verdwijnt, tot bij een volgend probleem de vlam opnieuw in de pan slaat.

Conservatisme

Niet alleen de kerken zijn leeggelopen, ook de politieke partijen zitten haast zonder leden (hoewel dat blijkbaar het minst geldt voor de extremen). Politici proberen dan ook de massa vlottende kiezers aan hun kant te krijgen door zich als popsterren of goeroes voor te doen en enorme sommen geld te spenderen op de sociale (sic!) media. Waar het op aankomt, ook in de politiek, is: verleiden door beloften en gezien worden. De mainstream media stellen zich, zeker in deze verkiezingstijd, voor als de echte bewakers van de democratie. In feite zijn de verkiezingen voor hen één groot mediafeest dat maandenlang stof geeft tot sensatie en entertainment.

Conservatisme, het delen in en voorstaan van een of andere erfenis, is vandaag in de partijpolitiek althans praktisch nergens te vinden. Het is een haast onbegrijpelijke positie geworden, en wordt verward met Thatcheriaans neoliberalisme. Wat staat de conservatief dan vandaag te doen? Nagaan waar de erfenis toch nog enigszins gehonoreerd wordt, zich daar en daarvoor toch inzetten. Cynisme is niet aan de conservatief besteed.

Herman De Dijn is filosoof, emeritus hoogleraar aan de KU Leuven en voormalig gastdocent aan buitenlandse universiteiten als de Universiteit van Cambridge, Universiteit van Stellenbosch en Harvard Universiteit.

Meer van externe auteurs
Commentaren en reacties