JavaScript is required for this website to work.
DE LEESNEUS

Ziek zijn doe je alleen

NieuwsJürgen Pieters2/2/2025Leestijd 4 minuten

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.

Ik neem ook een abonnement

In het najaar van 1925 – straks honderd jaar geleden – schreef Virginia Woolf een essay dat de voorbije halve eeuw stevig becommentarieerd werd: ‘On Being Ill’. Het is een tekst die iedereen die over ziekte en gezondheid schrijft vroeg of laat tegenkomt. ‘On Being Ill’ is een klassieker in de grote medische bibliotheek.

Het heeft nochtans tot in 2020 geduurd voor Woolfs essay door Monique ter Berg in het Nederlands vertaald is. Woolfs tekst wordt er aangevuld met twee essays van Nederlandstalige auteurs die uit eigen ervaring goed weten wat ziek zijn betekent, Lieke Marsman en Mieke van Zonneveld. Intussen is er trouwens een nieuwe versie van dat boek. Dit keer wordt Woolfs tekst aangevuld met maar liefst elf nieuwe bijdragen van chronisch zieke essayisten.

T.S. Eliot

Woolf schreef ‘On Being Ill’ op uitnodiging van haar vriend T.S. Eliot, de van oorsprong Amerikaanse schrijver die mede door haar een wereldbekend dichter werd. Samen met haar echtgenoot Leonard had Woolf een uitgeverij, The Hogarth Press, waarbij in 1919 voor het eerst een bloemlezing uit Eliots poëzie verscheen. De Woolfs gaven drie jaar later ook ‘The Waste Land’ uit, het lange gedicht dat Eliots naam voorgoed vestigde.

Woolf was vaak ziek: een combinatie van mentale en fysieke klachten die haar dokters maar moeilijk konden duiden. Latere biografen houden het op een samengaan van anorexie, bipolariteit en sterke nerveuze gevoeligheid. Woolf was in haar jeugd samen met haar zus het slachtoffer van seksueel misbruik door twee oudere halfbroers.

Kleine lofzang

In haar essay heeft Woolf het evenwel niet rechtstreeks over de ziekte die haar met lange tussenpozen aan het bed gekluisterd hield. Evenmin geeft de tekst een duidelijk beeld van hoe Woolf zich voelde toen ze ziek was. ‘On Being Ill’ is dan ook het essay van een schríjver. Wat betekent ziek zijn voor iemand die literatuur bedrijft? – dat is de vraag die Woolf zich stelt.

Ziek zijn is voor haar een bron van inspiratie, een toestand waarin de wereld anders en echter wordt

Haar antwoord op die vraag is onverwacht: want schrijven en ziek zijn gaan niet samen, zou je veronderstellen. Maar Woolf denkt daar anders over. Ziek zijn is voor haar een bron van inspiratie, een toestand waarin de wereld anders en echter wordt. In dat opzicht is haar essay een kleine lofzang op ziek zijn.

Toneelspel

Wie gezond is, schrijft Woolf een kleine tien jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog, haast zich voort, spoedt zich naar het werk, heeft nauwelijks tijd om te leven. Gezondheid is vooruitgang: rechtop lopen, kin in de lucht, blik op het volgende doel. Ziek zijn betekent neerliggen, met verwondering naar de wolken kijken, de blik tegelijk naar binnen gericht.

In het Engelse origineel worden de gezonden die rechtop lopen ‘the upright’ genoemd. In de taal van Woolf heeft dat woord een morele connotatie: wie gezond is houdt zich aan de afspraken, creëert de orde die de maatschappij vooruithelpt. De zieke verstoort die orde. Woolf noemt de zieke een ‘outlaw’, iemand die buiten de norm staat, de norm van het belachelijke schouwspel dat de moderne maatschappij  is geworden. ‘Als we ziek zijn houdt dat toneelspel op’, besluit Woolf.

Ziekentaal

Virginia Woolf verbaast er zich in haar essay over dat er in de wereldliteratuur zo weinig over ziekte is geschreven. Wie tot over zijn oren verliefd is, kan voor een accurate verwoording van dat gevoel terecht bij Shakespeare, zegt Woolf. Wie ziek is, moet zijn eigen taal maar uitvinden.

Uiteindelijk ligt daar het doel van deze tekst. Woolf wil in de literatuur een manier van denken en spreken introduceren die de zieke in staat stelt datgene te doen wat grote literatuur voor Woolf altijd doet: onze blik openen, ons de dingen anders doen zien, een echter en waardevoller ervaring van de werkelijkheid krijgen.

Romantisering

Woolfs geïdealiseerde en romantische kijk op de literatuur zorgt ervoor dat ze ook het ziek zijn in deze tekst idealiseert en romantiseert. Hilary Mantel gaf het in een venijnig stuk over ‘On Being Ill’ al aan: over een echte ziekte heeft Woolf het hier uiteindelijk toch niet. Braken, hoesten, ongecontroleerde diarree: die aspecten van het ziek zijn krijgen in Woolfs essay geen plaats.

Om die reden is het een goede zaak dat de tekst van Woolf in deze nieuwe editie meteen gevolgd wordt door een sterk essay van Nadia de Vries (‘Cymbalta 30 mg’), waarin ziek zijn in de eerste plaats fysiek ongemak blijkt en de ziekte maar weinig aanleiding geeft tot het verlangen stil te staan bij de schoonheid van de werkelijkheid.

Marsman

De nieuwe uitgave van ‘Over ziek zijn’ herneemt het essay van Lieke Marsman dat ook al in de eerste uitgave van de vertaling werd opgenomen: ‘Hoe gaat het met je’ (deel van Marsmans in 2018 bij Uitgeverij Pluim verschenen boekje ‘De volgende scan duurt vijf minuten’).

Ook deze tekst biedt een goed complement voor het essay van Woolf. Marsman beschrijft er het tergende behandelproces dat volgde op de ontdekking van een kwaadaardige tumor in haar schouder. (Een droge voetnoot bij de tekst geeft aan dat die behandeling vier jaar na het oorspronkelijke verschijnen van haar tekst tot de amputatie van haar rechterarm leidde.)

Dochter en moeder

Wie een goede editie van het origineel van ‘On Being Ill’ zoekt kan ik de versie aanraden die in 2012 bij Paris Press verscheen. Daarin wordt Woolfs essay voorafgegaan door een goede historische inleiding (van de hand van biografe Hermione Lee), en gevolgd door een tekst die Woolfs moeder in 1883 publiceerde (Virginia was toen nog maar net geboren).

‘Notes from Sick Rooms’ heet die tekst: het is een handleiding voor de goede verpleegster. Woolfs moeder (Julia Stephen, ze overleed toen Virginia dertien was) werkte voor een groot deel van haar leven als vrijwillig verpleegster. In haar tekst beschrijft ze in detail hoe verplegend personeel moet omgaan met zieken: zorgzaam, maar relatief onpersoonlijk.

De lectuur van ‘Notes from Sick Rooms’ haalt een detail uit ‘On Being Ill’ naar boven dat zonder de tekst van moeder Woolf mogelijk minder zou opvallen. In onze ziekte zijn we alleen, schrijft de dochter, en, zegt ze, zo hoort het ook. En inderdaad, in de 25 pagina’s van ‘On Being Ill’ is in geen velden of wegen een zorgverlener te bespeuren.

Jürgen Pieters doceert literatuurwetenschap en 'Creative criticism' aan de Universiteit Gent. In 2021 verschenen 'Literature and Consolation' (Edinburgh University Press) en 'Een boekje troost' (Borgerhoff & Lamberigts). Hij werkt aan een nieuw boek over lezen in contexten van zorg.

Commentaren en reacties