JavaScript is required for this website to work.
Europa

Antinationalisten worden nationalist (en omgekeerd)

Griekse Kwestie draait heel wat rollen om

Daniël Walraeve6/7/2015Leestijd 4 minuten

Het ‘Greferendum’ heeft Vlaanderen op z’n kop gezet: Links verdedigde een jingoïstisch projectiel, Rechts een antinationale superstaat.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Zullen de Europese leiders voet bij stuk houden, nu Griekse kiezers het hervormingsbeleid van de schuldeisers hebben gebuisd? Zal het de Grieken lukken om hun eigen agenda Europees door te drukken, bijvoorbeeld omdat er toch niemand een Grexit wil riskeren? Na het referendum op zondag moet het Helleense stof nog neerdwarrelen. Eén ding is ondertussen wel duidelijk: de Griekse Kwestie heeft heel wat antinationalisten bekeerd tot grote nationalisten – en omgekeerd.  

Als er vandaag in Vlaanderen gediscussieerd wordt over Griekenland, gebeurt er vaak iets bizar. Al wie in het verleden de lof zong van het verenigde Europa, betwist nu het recht van 18 eurolanden om te beslissen over één. Al wie in Vlaamse context ijvert voor de vrijheid van de deelstaat, hamert nu op het primaat van de federale leenheer. Links zweert plots bij de natie, Rechts vergeet ze voor het gemak even uit het oog. Wat is er aan de hand? 

Links (her)ontdekt zelfbeschikkingsrecht

De linkse partijen in Vlaanderen hebben zich in de aanloop naar het referendum schouder aan schouder geschaard met Alexis Tsipras en het Nee-kamp. Kersvers sp.a-voorzitter John Crombez, nog op zoek naar een smoel, schoot zelfs een reeks prominenten van Europese zusterpartijen in de rug om toch maar zijn steun voor Syriza in de verf te zetten. Op sociale media goochelden heel wat Vlaamse progressieven met de Griekse kleuren en vlag. 

Tsipras zelf roert al sinds zijn aantreden onbeschaamd de nationalistische trom. In letterlijk álle andere omstandigheden zou de bombastische retoriek van de Syrizaleider de linkerzijde in Vlaanderen doen blozen. Gezwollen donderpreken over ‘vernedering’, ‘verknechting’, ’trots’, ‘slavernij’ en ‘onze plicht ten overstaan van onze voorvaderen en onze geschiedenis’ zou uit de mond van een (radicaal-)rechtse leider gehekeld worden als hopeloos achterhaald en zelfs een beetje vies. Wie in Vlaanderen dat soort vaderlandswoede tentoon zou spreiden, zou met een eenvoudige verwijzing naar ‘de jaren 30’ worden weggelachen. 

Het links-nationalisme van Tsipras kan niet worden vergoelijkt als ‘positief’, ‘warm’ of ‘constructief’ – de mantels der linkse liefde waarmee zoveel fouten worden toegedekt. Neen, het bijna jingoïstische discours van Syriza & Co schiet op een heel nare manier op een pilaar van het Europese project: Duitsland. Maar hoeveel nazivergelijkingen het Nee-kamp ook heeft gelanceerd, hoevaak de gehandicapte Duitse minister van Financiën ook belachelijk werd gemaakt: niemand in progressief Vlaanderen valt Syriza ooit af. 

Plots klinkt het dat de eurozone het Europa van de volkeren moet zijn. Dat het aan de Griekse burgers is om hun eigen pad te kiezen. Dat beslissingen niet genomen mogen worden in schimmige Brusselse cenakels, maar dat macht moet worden opgebouwd van onderuit. Precies hetzelfde dus wat volksnationalisten al járen lopen roepen, en hetzelfde dat progressieven in Vlaanderen al even lang weghonen als de droom van arme dwazen, die ergens in de 19de eeuw zijn blijven steken. 

Rechts kiest de kant van ‘Big Government’

Niet minder vreemd is de opstelling van zoveel (centrum)rechtse helden, die nu plots de zegeningen van administratie en technocratie ontdekken. Een economisch beleid dat uitgetekend wordt door de eurogroep, een club politici in een geheim overleg: het was lange tijd de nachtmerrie van elke liberale geest. Toch werd dit model vorige week vurig verdedigd door het hele Ja-kamp – en in Vlaanderen waren dat voornamelijk rechtse mensen. 

De opstelling van de N-VA-aanhang verdient hier extra aandacht. Met voorop Financiënminister Johan Van Overtveldt, de vleesgeworden degelijkheid, zette de N-VA zich haast collectief op de harde lijn. Nu is er best veel te zeggen voor de noodzaak van besparingen en grote hervormingen, en het is natuurlijk waar dat één democratie niet achttien andere Eurolanden de les kan spellen – maar het blijft toch wel meer dan een beetje pijnlijk dat de Vlaams-nationalisten zich zo afkeren van een verarmd volk, dat door externe machten genadeloos in de hoek wordt gedreven. Is de miserie van het arme Vlaanderen echt al zo lang geleden? Is onze gouw dan toch te snel te rijk geworden? 

Waar is trouwens het voornemen van de N-VA om eurokritischer te worden? Was de keuze voor de ECR-fractie in het Europese parlement dan toch geen fundamentele koerswijziging? In de Griekse Kwestie lag een kans verscholen voor N-VA: om het megalomane Europese project eindelijk eens ten gronde in vraag te stellen. De Griekse puinhopen zijn mede veroorzaakt door de ondoordachte Europese integratie. Het beleid van de Trojka roept fundamentele vragen op over de soevereiniteit van de naties binnen de eurozone en de EU. Bij sp.a beginnen ze steeds meer vragen te stellen over de sociale dimensie van Europa. Is het niet aan N-VA om vragen te stellen over de nationale dimensie van Europa? 

De N-VA houdt vol dat ze het communautaire niet vergeten is, dat nationalisme nog steeds de keuze van het hart is en dat de louter sociaaleconomische ‘herstelregering’ Michel-De Wever maar een tijdelijk manoeuvre is. Maar over Griekenland staat niets in het regeerakkoord. In het Griekse dossier heeft de N-VA in principe de handen vrij om de nationalistische beginselen trouw te blijven. Stel je voor dat we straks wakker worden in een Vlaanderen waar sp.a de pleitbezorger is van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren. 

Iedereen nationalist!

Het Vlaamse debat over het Griekse referendum was verwarrend en weinig consequent. Toch is er een positieve conclusie te trekken. Het goede nieuws is dat er nog hoop is voor de Vlaamse linkerzijde én voor het Vlaams-nationalisme. Voor het Vlaams-nationalisme zou het een kwalijke zaak én een verarming zijn als Vlaamsgezindheid volledig synoniem werd met rechtse recepten. Dat is niet de geschiedenis van de Vlaamse Beweging, en veel toekomst zit er ook niet in. Voor de Vlaamse linkerzijde zou het evenzeer tragisch zijn als ze volledig elke nationale reflex zou verliezen, en zich volledig zou gaan vereenzelvigen met hol kosmopolitisme, dat blind blijft voor het belang en de kracht van het eigen volk. 

De Griekse Kwestie bewijst echter dat ook de Vlaamse linkerzijde bekeerd kan worden tot nationalistische sentimenten. Alles wat nodig is, zo bewijst Tsipras met zijn Syriza, is een combinatie van onversneden nationalisme met een uitgesproken links programma. Voeg daar wat Griekse vurigheid en stalen ballen aan toe, en je hebt een populistisch geheel dat blijkbaar appeleert aan Vlaamse sociaaldemocraten, socialisten en ecologisten. Als John Crombez nog steeds op zoek is naar een smoel: misschien zit daar wel een gat in de Vlaamse kiezersmarkt. Aan Griekenland gaan we allemaal armer worden, maar misschien worden we er ook allemaal nationalistischer door. 

Daniël Walraeve (1988)  is het pseudoniem van een brave historicus die eigenlijk maar één onhebbelijk trekje heeft: hij is een onverbeterlijke consument van traditionele media. Elke dag leest hij zowat alle kranten en elke dag wordt hij dan weer vreselijk boos om een of ander editoriaal of ander naïef opiniestuk. Hij kan er zelf echt niets aan doen, tenzij er af en toe een stukje over plegen voor Doorbraak. Stokpaardjes zijn ideologie, identiteit en samenleven. 

Commentaren en reacties