JavaScript is required for this website to work.
Binnenland

Arrest als politiek statement

Hof van Beroep laat BTW-fraudeur ongestraft

John De Wit21/6/2013Leestijd 4 minuten

Er ontstond donderdag een grote maatschappelijke drukte over een arrest van het Brussels Hof van Beroep. Een Franstalige Kamer verklaarde een BTW-fraudeur schuldig aan een fraude van 10 miljoen, maar legde geen straf op omdat de redelijke termijn voor behandeling van de zaak was overschreden. De maatschappelijke verontwaardiging was terecht.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Het bewuste arrest van 7 mei jl. is een slecht gemotiveerd arrest. De raadsheren hadden perfect een andere beslissing kunnen nemen, ze hadden zonder problemen een straf kunnen opleggen.

Volgens de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens moet de straf van een crimineel verlaagd worden als de redelijke termijn voor behandeling van een zaak is overschreden. Om te bepalen of dat zo is, moet je rekening houden met drie factoren: het gedrag van de verdachte, het gedrag van het gerecht, de complexiteit van de zaak.

In dit geval geven de raadsheren van het Brusselse Hof zelf in hun arrest toe dat de verdachte mede schuld heeft aan de lange duur van de rechtszaak, namelijk door twee keer verstek te geven. In zo’n geval mag de redelijke termijn al heel wat langer duren.
Maar zelfs als ‘het falen van justitie door gebrek aan middelen’ de enige oorzaak van de lange duur van de rechtszaak zou zijn – wat dus volgens het arrest zelf niét het geval is – dan nog hadden de raadsheren geen enkelvoudige schuldigverklaring moeten uitspreken. Ze hadden een lichtere straf kunnen opleggen omdat de redelijke termijn was overschreden. Dat had bijvoorbeeld twee jaar kunnen zijn in plaats van 38 maanden of 38 maanden waarvan 12 met uitstel in plaats van 38 maanden effectief. (38 maanden effectief was de straf die de rechter in eerste aanleg oplegde op 10 april 2008).

De raadsheren motiveren in hun arrest helemaal niét waarom ze kiezen voor een enkelvoudige schuldigverklaring en niet voor een lichtere straf. Daardoor is dit arrest niet goed gemotiveerd. (Tussen haakjes: sinds het Cassatie-arrest in de zaak van rechter Walter De Smedt mag je dit eigenlijk niet meer bekritiseren, want Cassatie bepaalde toen dat men aan een arrest geen enkele inhoudelijke kwaliteitseis mag stellen. Waarvan akte.)

De raadsheren verwijten in hun arrest vooral het Hof van Beroep zelf dat de zaak daar vijf jaar is blijven liggen. Er verliep inderdaad vijf jaar tussen het vonnis en het arrest. Het Hof geeft grotendeels zichzelf dus de schuld van de overschrijding van de redelijke termijn, maar wentelt wel de gevolgen hiervan ongemotiveerd af op de samenleving.

Hierdoor wordt het arrest een politiek statement. Een individuele strafzaak werd gebruikt om de politici tot de orde te roepen.

Waarom die lange duur?

Natuurlijk is er van alles aan de hand met de werking van het gerecht in financiële zaken.

1.    Politie (en dan vooral de gespecialiseerde diensten bij de federale politie zoals de corruptiedienst en de dienst financiële criminaliteit) en gerecht hebben te weinig personeel. Mogelijk geldt dat laatste zelfs voor het Brusselse Hof. Weliswaar heeft het Brusselse Hof een kader van 71 raadsheren en dat is het meeste van alle hoven. Weliswaar heeft het Brusselse Hof bovendien nog eens 14 referendarissen. Maar mogelijk is dit niet genoeg. Want ze moeten in Brussel ook de ingewikkelde Europese fraudes van Olaf afhandelen. Het Hof zelf wil tien raadsheren meer. De minister vindt dat er genoeg personeel is op het Hof. Wat er ook van zij, over het algemeen mag men in dit soort zaken wel een tandje bijsteken.

2.    Financiële strafzaken zijn te ingewikkeld: het onderscheid tussen belastingontwijking en strafbare belastingontduiking is soms onduidelijk; de fiscale regelingen zelf zijn één gigantische discriminerende warboel; BTW-carrousels zijn moeilijk te bewijzen door de snelheid waarmee nepbedrijfjes verdwijnen; het charter van de belastingplichtige bemoeilijkt de samenwerking tussen fiscus en gerecht in hoge mate. De diverse wetgevers maken de wetgeving ieder jaar nog ingewikkelder.

3.    De wet-Franchimont schept een procedure in de procedure met alle vertragingsmanoeuvres tot gevolg. Door die wet kan men immers al naar Cassatie trekken om bijvoorbeeld een onwettige huiszoeking of een onwettige onderzoeksdaad te betwisten nog voor de raadkamer heeft beslist of iemand naar de rechter wordt gestuurd. Een beperkt onderzoek toonde aan dat dit zo’n zestig keer per semester gebeurt en tot geen enkele verbreking aanleiding gaf. Maar het vertraagt wel alle zaken.

4.    De raadkamer zou beter afgeschaft worden als verwijzingsorgaan. Dat wordt al lang bepleit door de magistraten die met financiële zaken bezig zijn.

Dit zijn slechts enkele redenen, waar de politici beslist rekening zouden moeten mee houden. Ze hebben in het verleden wel vele goede intentieverklaringen afgelegd, maar de procedures zijn ondertussen nog ingewikkelder worden.

De oorzaken van de lange duur van financiële strafzaken liggen echter misschien ook wel aan de onefficiënte manier van werken van het gerecht zelf. In Antwerpen experimenteert procureur-generaal Yves Liégeois al geruime tijd met ‘scharniermagistraten’. Dat zijn leden van het parket, die een ingewikkeld (financieel of niet) dossier op de voet volgen terwijl het bij de onderzoeksrechter zit. Daardoor kan de procureur na afsluiting van het onderzoek onmiddellijk zijn vordering opstellen. Vroeger deed men dat niet en dan kreeg de procureur ineens zo’n 20 000 bladzijden tekst op zijn bord. Hij begon dan te lezen en een jaar later was zijn vordering klaar. De oude manier van werken mag dus ook wel eens bevraagd worden.

Voor Brussel heb je nog twee aparte problemen: het overtal aan assisenzaken, die meerdere magistraten en personeelsleden constant van hun gewone werk afhouden, en de pleitstijl van de Franstalige advocatuur, die oeverloos breedsprakerig is en zich aan efficiëntie niet stoort.

Kortom: de oorzaken van de lange duur van een financiële strafzaak liggen verspreid over de actoren van het gerecht én over het parlement. Het feit dat iets aan deze oorzaken gedaan moet worden, is echter geen reden om zware criminelen ongestraft te laten, als dat anders had gekund.

De auteur is Justitie-expert van Gazet van Antwerpen. Hier meer details bij dit artikel.

<Vindt u dit artikel informatief? Misschien is het dan ook een goed idee om ons te steunen. Klik hier.>

John De Wit was journalist van Gazet van Antwerpen, waar hij vooral Justitie volgde.

Commentaren en reacties