fbpx


Commentaar, Geschiedenis

Leiderschap in crisistijd

Belgische politici kunnen iets leren van Churchill


Churchill

België staat aan de vooravond van de zwaarste recessie sinds de beurscrash van 1929. Meer dan ooit is er nood aan een volwaardige regering. Maar zelfs nu, in het uur van de nood, blijkt de vaderlandse politiek daar niet toe in staat. We duiken de loopgraven in met een regering die amper een kwart van de Kamerzetels telt, op de been gebracht door een bonte coalitie van negen partijen, die samen niet eens de helft van het Belgische electoraat wisten te charmeren. Verdeeld en verzwak trekt dit land ten strijde. Een vergelijking met Chruchill, die premier werd in moeilijke tijden.  

Chacun pour soi et Dieu pour tout le monde

De redenen voor het uitblijven van een werkbare meerderheid zijn bekend: het Franstalige veto tegen regeringsdeelname van de twee grootste partijen van het land, gekoppeld aan de machtshonger bij enkele mindere goden aan Vlaamse kant. Die ruiken in de huidige impasse een unieke kans om boven hun geringe electorale gewicht te boksen. Het tot stand komen van Wilmès II was een flagrant staaltje van ‘chacun pour soi et Dieu pour tout le monde’. Een vaudeville zoals zelden eerder vertoond in dit land, dat op dat vlak toch een en ander gewend is.

Zeer frustrerend, want het had anders kunnen én moeten lopen. In een normaal land worden politieke akkefietjes en veto’s aan de kant geschoven wanneer een crisis van deze omvang om de hoek loert. In een normaal land staan dan staatsmannen op, die de handen in elkaar slaan. Die doen wat moet, los van partijpolitieke gevoeligheden of belangen. Mannen zoals Sir Winston Churchill, wiens voorbeeld blijft inspireren tot op de dag van vandaag.

Verdeeldheid en defaitisme

Toen Churchill op 10 mei 1940 aantrad als oorlogspremier kreunde Groot-Brittannië onder politiek gekibbel en algemene moedeloosheid. De Britten stonden er alleen voor, tegenover een verpletterende Duitse overmacht. ‘We zijn verloren’, zo werd gefluisterd, tot in de hoogste regionen van de Britse politiek. Maar het Verenigd Koninkrijk hield stand en zou uiteindelijk overwinnen. Dat had het te danken aan de politieke stuurmanskunst van zijn Prime Minister.

Hij wist het verdeelde land opnieuw te herenigen en gaf het zo nieuwe levenskracht. De manier waarop Churchill in die meidagen van 1940 zijn legendarische War Cabinet samenstelde is meer dan een droge les geschiedenis. Het is een tijdloos verhaal van politieke durf en verantwoordelijkheidszin. Het draagt tal van lessen in zich voor de huidige generatie Belgische politici.

Les 1: Overstijg de partijpolitiek

In de laatste verkiezingen voor de oorlog (1935) hadden de Conservatives, waar ook Churchill toe behoorde, liefst 55 % van de stemmen behaald. Dankzij het ‘first past the post’-systeem resulteerde dat in een overweldigende parlementaire meerderheid van 473 op 560 zetels in het Lagerhuis. Tegen de wil in van zijn partijestablishment koos Churchill er in 1940 toch voor om de oppositie mee aan boord te hijsen.

Zowel de Liberals als Labour kregen belangrijke ministerposten in het oorlogskabinet, ten koste van conservatieve zwaargewichten. Toen Churchill op 13 mei 1940 het spreekgestoelte van het Lagerhuis beklom deed hij dat niet alleen om de natie op te peppen. Hij deed dat eerst en vooral om die gevoelige stap te verdedigen tegenover zijn eigen sceptische conservatieve achterban. ‘I beg to move, that this House welcomes the formation of a Government representing the united and inflexible resolve of the nation to prosecute the war with Germany to a victorious conclusion.’ (‘Ik vraag met aandrang dat dit Parlement de vorming van een regering verwelkomt die de verenigde en onbuigzame vastberadenheid van de natie vertegenwoordigt om de oorlog met Duitsland tot een zegevierend einde te leiden.’)

Slechts met ‘eendrachtige en onbuigzame vastberadenheid’ kon de nederlaag worden afgewend. Daarvoor moest elke vorm van partijpolitiek tijdelijk wijken.

Les 2: Vereffen geen rekeningen

Onder de vorige premier, Neville Chamberlain, had de conservatieve regering alles in het werk gesteld om een nieuw conflict met Duitsland te vermijden. Deels uit economische realiteitszin (het Verenigd Koninkrijk kon zich geen nieuwe wereldoorlog veroorloven, zoals later ook gebleken is), deels uit gezamenlijke aversie tegen het communisme. Chamberlain en zijn minister van Buitenlandse Zaken Lord Halifax kozen ervoor om Hitler ter wille te zijn. Al die tijd bleef Churchill waarschuwen voor het gevaar. Als een moderne Cassandra die zelfs door de straatstenen niet werd geloofd.

Toen hij uiteindelijk aan de macht kwam stonden de nazi’s voor de deur en schreeuwde de Britse straat om bloed. Al wie het monster had gevoed moest boeten! Maar dat was buiten de nieuwe Prime Minister gerekend. Churchill verzette zich tegen de politieke lynchpartij die zowel pers als publiek van hem verwachtten. Hij hield de appeasers aan boord. Sterker: hij gaf hen sleutelposities als justitie en onderwijs in het War Cabinet.

Churchill ging in zijn verzoening zelfs zodanig ver dat hij de architect van het appeasementbeleid, Lord Halifax, belastte met wat mogelijk de allerbelangrijkste missie was van de hele oorlog: Washington bewegen tot deelname aan de strijd. In tijden van nationale crisis mocht er geen talent verloren gaan.Om die reden zouden er ook geen rekeningen worden vereffend. Not on Churchill’s watch.

Les 3: Laat zelfs uw persoonlijke afkeer varen

Hoewel ook Churchill zijn linkse jaren had gekend (hij liep om die reden zelfs even over naar de Liberals), ontwikkelde hij al snel een legendarische afkeer voor alles wat nog maar rook naar socialisme en klassenstrijd. Meer dan eens in zijn lange politieke carrière lag hij overhoop met de vakbonden en hun politieke arm, de Labour partij, die vanaf  de Eerste Wereldoorlog krachtig kwam opzetten. De legendarische algemene staking van 1926 was rechtstreeks gericht tegen zijn beleid als Chancellor of the Exchequer (Minister van Financiën).

Hadden zijn collega’s in de regering toen niet op de rem gestaan, dan had Churchill de staking hoogstpersoonlijk gebroken en alle leiders de nor in gedraaid. Groot was dan ook de consternatie toen hij in oktober 1940 net die gevreesde stakingsleider van toen, vakbondsleider Ernest Bevin, aanduidde als minister van Arbeid. Het was een berekende gok die fenomenaal goed uitpakte. Als de facto dictator van arbeid stelde de fanatieke antifascist Bevin alles in het werk om de volledige kracht van de natie te mobiliseren voor de oorlogsinspanning.

Tegen december 1940 waren de Britse strijdkrachten veel sterker en beter toegerust dan in mei van dat jaar, ondanks alle hallucinante verliezen die ze hadden gelezen in het eerste oorlogsjaar. Samen hadden Churchill en Bevin, de meest notoire conservatief en  de meest notoire socialist van het Verenigd Koninkrijk, hun gemeenschappelijke vaderland omgetoverd in het arsenaal van de democratie.

Churchill: Our darkest hour

De rest is geschiedenis. De politieke verzoening die Churchill met zijn gedurfde leiderschap mogelijk maakte, veranderde de weifelende en verdeelde Britse natie in één gestaald en gespierd lichaam, dat zich zonder omkijken een weg naar de overwinning knokte.

Hoe anders gaan de zelfverklaarde hoeders van de Belgische staat om met de diepe sociale en economische crisis waar wij vandaag voor staan. Bart De Wever deed nog een oprechte poging om te komen tot een echte regering van nationale eenheid, daarin gesteund door Joachim Coens en Connor Rousseau. Noem het zijn hoogst eigenste Churchillmoment: het reiken van een open hand, zonder voorwaarden, aan de politieke aartsvijand, omdat het algemene belang dat nu eenmaal vereist.

Het mocht niet baten. Partijpolitieke veto’s, het vereffenen van rekeningen én persoonlijke afkeer, net die drie zonden dus die grote mannen als Churchill in crisistijd kunnen overwinnen, haalden het van de rede en het algemeen belang op het partijbestuur van de PS. Het opportunisme van de mindere goden aan Vlaamse kant deed slechts de rest, want het kalf was daar al verdronken. De prijs voor deze parochiale achterkamerpolitiek is groot. Met gebonden handen en op een kreupel paard trekken wij ten strijde, de zwaarste recessie sinds de jaren dertig tegemoet. Dit is echt ons eigen darkest hour.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Joren Vermeersch

Joren Vermeersch is jurist en historicus en analyseert op Doorbraak onderwerpen vanuit een historisch kader.