JavaScript is required for this website to work.
Media

Culturo botst met cultuurminnende krant

…en Doorbraak redt de lieve vrede

Daniël Walraeve15/10/2013Leestijd 4 minuten

Joost Vandecasteele is een opportunist die zijn pen verkoopt voor wat reclame. De Morgen is een haatdragende gazet die uit slechte wil een artiest doodzwijgt. De verzuurde relatie tussen de kunstzinnige duizendpoot Vandecasteele en het uitstekende kwaliteitsblad De Morgen leidde gisteren tot een bitsige aanvaring op Twitter. Doorbraak wil de twee graag verzoenen, want ruzie… we zijn er niet zo voor.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Doorgaans is het sympathieke sociale medium Twitter een vredig oord waar iedereen aardig en constructief is. Maar dat was Bart Eeckhout, commentator bij De Morgen, even vergeten toen hij gisteren zijn ongenoegen kenbaar maakte over een gesprek dat De Standaard vorig weekend had gehad met Joost Vandecasteele. In dat interview werd gesuggereerd dat de samenwerking tussen Vandecasteele werd stopgezet omdat de schrijver/comedian/theatermaker kritiek had gehad op het afscheidsinterview van recensent Roel Verniers, die kort nadien overleed aan de gevolgen van kanker. Volgens Eeckhout is Vandecasteele zelf bij De Morgen opgestapt om columnist van De Standaard te worden. Vandecasteele zou dat gedaan hebben omdat De Standaard bereid was ‘goede promo’ te maken voor zijn werk. Toen Verniers stierf zat Vandecasteele trouwens al bij die krant, aldus Eeckhout, en de overledene zou nog een veeg uit de pen gekregen hebben in een zure column. Waarop Vandecasteele via Twitter repliceerde dat hij alleen maar kon vaststellen dat de relatie met De Morgen verzuurd is na de dood van Verniers en dat hij als auteur en opiniemaker werd doodgezwegen door de krant.n Enfin, ze rolden zowat over de twittervloer.

Zoveel strubbelingen in medialand: daar wil Doorbraak natuurlijk iets aan doen. Hoe zit dat nu met Vandecasteele en Verniers? En tussen Vandecasteelde en De Morgen, op de website van Vandecasteele omschreven als ‘een soort krant’?

Eerst en vooral het tijdskader. De laatste column die Vandecasteele voor De Morgen schrijft, verschijnt op 31 augustus 2011. Op 1 september heeft hij reeds onderdak gevonden bij De Standaard, waar hij wekelijks een column op de opiniebladzijden kan publiceren. September 2011 is trouwens een periode van transitie voor Vandecasteele, die dan ook naar het hart van Brussel verhuist en naar een andere uitgeverij trekt. Roel Verniers verliest de strijd tegen kanker op 22 september 2011.

Vandecasteele verwijst al naar Verniers wanneer hij nog bij De Morgen zit. Eind augustus schrijft hij in een column die bepleit dat alles in vraag moet kunnen worden gesteld:

‘Gisteren verscheen in de plaats van mijn vaste column die van Roel Verniers over de uitzaaiingen in zijn lichaam. Hij is één man, is hij genoeg om het woord kanker te weren? Het is gewoon een vraag.’ (Mag ik kolonel Kadhafi nog als humor beschouwen?, De Morgen, 25 augustus 2011.)

Men kan zich afvragen of men een collega zo moet kapittelen wanneer die het laatste stadium van zijn ziekte beleeft. Maar het punt van de column was precies dat er geen heilige huisjes mogen zijn, ook al liggen ze gevoelig. Vandecasteele blijft ook uitdrukkelijk voorzichtig.

Een week na de dood van Verniers schreef Vandecasteele, nu in De Standaard, een column die hij opdraagt aan zijn overleden ex-collega:

‘Ik ga niet hypocriet een innige vriendschap suggereren. We deelden de woensdagcolumn van een krant en daarvóór kruisten onze wegen in het theaterlandschap. Maar toch draag ik deze bijdrage aan hem op. Met zijn columns over kanker confronteerde hij mij ook met de vraag hoe eerlijk en persoonlijk dit soort stukken in de krant mogen zijn. Deze vier pagina’s zijn bestemd voor opiniemakers en blijkbaar ben ik een van hen. Wekelijks worstelend met de vraag wat de impact maakt. En vanwege Roel besluipt me steeds de vraag of er nieuwswaarde zit in de anekdote. Is er een meerwaarde in het relaas van één individu in deze hoofdstad? Is het een troost om te merken dat ondanks alle ideologieën en gevoeligheden wij als maatschappij toch pragmatisch en menselijk blijven? Wanneer wordt een toeschouwer een speler op de politieke scène? Geen flauw idee, maar ik heb nog jaren om het te onderzoeken.’ (Park/Parc 4, De Standaard, 29 september 2011.)

Deze passage kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden, maar één manier is toch dat Vandecasteele zich postuum probeert te verzoenen met Verniers, op een mooie manier.

Twee weken later schrijft Vandecasteele nog eens over Verniers. Of liever: over De Morgen, die in een weekendbijlage aandacht had besteed aan hun overleden medewerker, inclusief aangrijpende foto’s:

‘Het kan mij niet schelen dat dit te laat, te bitsig en niet leuk genoeg is. Maar, beste weekendredacteur, het is echt niet oké om een artikel met foto’s van een doodzieke, uitgemergelde Roel Verniers direct te laten volgen door zo’n titel met een grote foto van een kerngezonde Jean-Marie Dedecker. Zeker als hij nog eens begint dat hij maar geen kilo’s kwijtraakt. Want heel het interview voelt daardoor aan als potsierlijk geklaag. Als het onbewust gebeurde, foei. Als het bewust was, heel foei.’ (Scoop, De Standaard, 14 oktober 2011.)

Waarschijnlijk is dit de ‘zure’ bijdrage die Bart Eeckhout zich ook twee jaar later nog herinnert. Het ‘potsierlijk geklaag’ slaat echter niet op Verniers, maar wel op Jean-Marie Dedecker. De opmerking van Vandecasteele laat ook niet vermoeden dat hij nog enige wrok koestert tegenover de overleden Verniers.

Doodgezwegen

Dan de beschuldiging van Vandecasteele, die meent dat De Morgen geen enkele interesse heeft voor zijn werk. Even grasduinen in de databank van de Vlaamse media wijst er inderdaad op dat Vandecasteele weinig aandacht krijgt van die krant. ‘Weinig’ is niet hetzelfde als ‘geen’, want zowel het boek Massa als bijvoorbeeld de theatervoorstelling Sorry voor alles krijgen wel een plaatsje in die krant. Maar in vergelijking met andere media, niet alleen De Standaard, valt het op dat de artistieke Vandecasteele weinig aan de bak komt in De Morgen. Hij figureert wel eens in een opsomming, en wordt zelf eens beschreven als als ‘de alomtegenwoordige auteur’, maar Vandecasteele is – alvast in De Morgen zelf – allesbehalve prominent aanwezig.

Dus stellen wij het volgende voor. Bart Eeckhout herleest nog eens alles wat Joost Vandecasteele ooit geschreven heeft over Roel Verniers. Mogelijk is een en ander verkeerd begrepen. Joost Vandecasteele overschouwt op zijn beurt de media-aandacht die zijn nieuwe werk Vel de laatste weken gekregen heeft in verschillende media – en nu zelfs in Doorbraak. En dan mag het weer rustig worden, daar op Twitter.

<Vindt u dit artikel informatief? Misschien is het dan ook een goed idee om ons te steunen. Klik hier.>

 

Daniël Walraeve (1988)  is het pseudoniem van een brave historicus die eigenlijk maar één onhebbelijk trekje heeft: hij is een onverbeterlijke consument van traditionele media. Elke dag leest hij zowat alle kranten en elke dag wordt hij dan weer vreselijk boos om een of ander editoriaal of ander naïef opiniestuk. Hij kan er zelf echt niets aan doen, tenzij er af en toe een stukje over plegen voor Doorbraak. Stokpaardjes zijn ideologie, identiteit en samenleven. 

Commentaren en reacties