JavaScript is required for this website to work.
Media

De chamberlainisering van de samenleving

commentaar bij een VRT-debat

Jeroen Follens18/11/2015Leestijd 4 minuten

“U maakt ons wel bang”, betekent: zo maakt u nog ‘islamofoben’ van ons

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Zowat iedereen doet zijn zegje over de terroristische aanslagen in Parijs. In de media worden we om de oren geslagen met allerhande analyses, analyses die doorgaans stellen dat er ‘een diepgravend onderzoek naar de oorzaken van deze daden’ moet gebeuren. De postmoderne goegemeente, verblind door het dogma dat alle cultuuruitingen evenwaardig zijn, kan zich simpelweg niet (meer) verplaatsen in de gedachtegang van mensen uit andere culturen. Vrij ironisch, aangezien diezelfde goegemeente altijd hoog oploopt met de term empathie, een begrip dat ‘het zich in de gevoelswereld van een ander kunnen verplaatsen’ betekent. Maar goed, tijdens de nabeschouwingen passeren alle klassiekers de revue. Een volledig overzicht van deze vaste lijst met ‘redenen waarom dit gebeurt’ zal ik u besparen; ik zal volstaan met er enkele uit het brede gamma naar voor te brengen.

Een debat op Eén

In Van Gils & Gasten, op de zender Eén, konden we afgelopen maandag (16 november) getuige zijn van een debat tussen de radiojournalisten Jens Franssen en Eva De Roo, vicepremier Jan Jambon en islamoloog Montasser Alde’Emeh. Van Gils’ gasten zaten samen rond de tafel om te debatteren over de problematiek van teruggekeerde Syriëstrijders. Gehinderd door enig gebrek aan kennis omtrent de drijfveren van islamisten, maakten Jan, Jens en Eva dankbaar gebruik van het rijke aanbod aan dooddoeners dat de verklaring voor een massaslachting zou moeten bieden. Jan nam de niet zo verrassende woorden ‘verantwoordelijkheid nemen’ en ‘kort op de bal spelen’ in de mond. Jens Franssen had het over ‘inzetten op het volledige spectrum’, ‘we gaan op termijn in de diepte moeten gaan werken’, enzovoort, enzovoort. Eva De Roo, die op het moment van de aanslagen samen met haar vriend vlakbij de Place de la République liep, kwam niet veel verder dan ‘en worden ze (de Syriëstrijders) ook geholpen?’ en ‘en wordt er psychologische bijstand verleend?’. Eerder in het programma had Eva aan Jan Jambon ook de vraag gesteld (echt waar!): ‘Gaan jullie ook iets doen aan de oorzaken van deze terroristische aanslagen?’ Primo: blijkbaar kent Eva die oorzaken. Ze zijn voor haar zo zonneklaar dat, indien opgelost, de ganse problematiek in no time van de baan is. Secundo: die oorzaken verklaren voor Eva het afslachten van 129 mensen (zonder de tientallen gewonden te vergeten). Is dat wat ik moet verstaan onder empathie? Want net nadat ze deze vragen gesteld had, sprak ze van ‘kansen’. Zijn we echt zover heen dat we ‘niet genoeg kansen bieden’ als reden voor een massamoord durven aanhalen? Indien iedereen die vindt dat hij of zij niet genoeg kansen heeft gekregen in het leven erop los zou beginnen schieten, dan liep er waarschijnlijk niet zo veel volk meer rond. Of zou het eventueel niet kunnen, en vergeef mij deze heel gewaagde veronderstelling, dat bepaalde mensen, vanuit een bepaalde geloofsovertuiging, het doden van mensen helemaal niet verkeerd vinden? Zou het, heel eventueel, niet zo kunnen zijn dat ‘wij’ hier in het westen ons niet zo heel goed kunnen verplaatsen in de denkwereld van een religieus gehersenspoelde medemens? En is het misschien ook mogelijk dat ‘we’ wel pretenderen om ons in andermans gevoelswereld te kunnen verplaatsen, maar dat ‘we’ misschien een beetje te hoog van de morele toren blazen? Zijn er zaken die ‘we’ niet zien, gewoonweg omdat we ze niet kunnen en/of willen bevatten? Of hebben we elke kritische zin verloren terwijl we in slaap vielen tussen ons hyperconsumentisme en onze van mensenrechten doordrongen universele waarden? En zullen we, in afwachting van de totstandkoming van die ideale maatschappij waarin iedereen gelijk is en niemand boos, intermitterende slachtpartijen gewoon ondergaan?

Appeasement

Tussen 1937 en 1940 was Arthur Neville Chamberlain (1869-1940) eerste minister van het Verenigd Koninkrijk. De gruwel van de Eerste wereldoorlog lag nog vrij vers in het geheugen en de Britse Tory deed er alles aan om de vrede te bewaren. Zowat alle westerse democratieën hanteerden in die dagen een politiek van appeasement, wat inhield dat men door middel van rationele onderhandelingen en compromissen met de oprukkende fascisten poogde om een lange en dure oorlog te vermijden. Om Hitler niet teveel te grieven in zijn wensen om een beetje land ter annexeren, stemde de keurige Brit toe om ‘voor één keer’ een beetje toe te geven. Tijdens de Conferentie van München (1938) debatteerde Chamberlain met Édouard Daladier (Frankrijk), Benito Mussolini (Italië) en Adolf Hitler (Duitsland) over de plannen van laatstgenoemde om Tsjecho-Slowakije te annexeren. Na wat palaveren kwam het op 29 september 1938 tot een verdrag, het fameuze Verdrag van München. Een dag later (30 september) maakte Chamberlain op de trappen van 10 Downing Street het in zijn ogen fantastisch verdrag wereldkundig. Tijdens zijn speech sprak hij de volgende woorden uit: ‘I believe it is peace for our time …’, even later gevolgd door: ‘Go home and get some sleep’.

Nadat, een jaar na het tekenen van het Verdrag van München, de Tweede Wereldoorlog uitbrak, werd de keerzijde van de appeasementpolitiek duidelijk. Rustig appeasen had blijkbaar niet kunnen voorkomen dat Duitse soldaten met hun tanks landen binnenvielen. Appeasen bleek ook geen handig werkinstrument om Duitse bommen mee tegen te houden. De haatzaaier en nazi-o-foob, Winston Churchill, die in 1940 Chamberlain opvolgde als eerste minister van het Verenigd Koninkrijk, brak resoluut met het desastreus beleid van zijn voorganger.

Wijze woorden

Er werden ook nog zinnige zaken verteld aan de tafel van Lieven Van Gils en wel bij monde van islamoloog Montasser Alde’Emeh. Met grote kennis van zaken, een handicap die de anderen aan tafel niet hadden, zag men Montasser in de loop van het gesprek steeds verbaasder en meer geërgerd worden. Ik kon mij daarbij verplaatsen in Montassers gevoelswereld en zijn stijgend ongeloof bijtreden. Op een gegeven moment, Jens Franssen was net aan het oreren over ‘op termijn in de diepte moeten gaan werken’, kon de islamoloog zich niet meer beheersen. ‘Maar jullie onderschatten het probleem’, flapte de doodgemoedereerde Montasser er opeens tussen, gevolgd door: ‘Ik heb vandaag met Belgische Syriëstrijders gesproken. Ze hebben beloofd om nog meer aanslagen te plegen’. De down-to-earth-benadering van de terrorismeproblematiek die Montasser aan de dag legde, stond in schril contrast met het zweverig gewauwel van de profeten van de redelijkheid. De man moet zich bijzonder eenzaam hebben gevoeld aan Van Gils’ tafel. Iets zegt mij dat zijn tafelgenoten veel liever met Neville Chamberlain hadden gedebatteerd. Die zou hoogstwaarschijnlijk de wensdromen van zijn gesprekspartners niet zo genadelos aan diggelen hebben geslagen.

O, ja; nadat Montasser even de puntjes op de i had gezet betreffende het gevaar van teruggekeerde Syriëstrijders, reageerde de immer minzame Lieven Van Gils met: ‘U maakt ons wel bang hoor…’.

Doorbraak publiceert graag en regelmatig artikels die door externe auteurs worden aangebracht. Deze auteurs schrijven uiteraard in eigen naam en onder eigen verantwoordelijkheid.

Commentaren en reacties