fbpx


Cultuur

De laatste dingen

Dagboekaantekeningen (78)



Nagekomen aantekening over mijn verblijf in Boedapest Op de plattegrond van de grote stad zocht ik naar Moszkva Tér, het plein waar in 1997 de stokoude gele tram, lijn 8, die ik dagelijks naar de straat van mijn appartement nam, organisch krijsend in zijn rails tot stilstand kwam naast een parkje, daar geruime tijd als verstard op een onduidelijk signaal wachtte, dan weer in beweging kwam en om het grasveld heen draaide – links en rechts schitterden de kasseien in…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Nagekomen aantekening over mijn verblijf in Boedapest

Op de plattegrond van de grote stad zocht ik naar Moszkva Tér, het plein waar in 1997 de stokoude gele tram, lijn 8, die ik dagelijks naar de straat van mijn appartement nam, organisch krijsend in zijn rails tot stilstand kwam naast een parkje, daar geruime tijd als verstard op een onduidelijk signaal wachtte, dan weer in beweging kwam en om het grasveld heen draaide – links en rechts schitterden de kasseien in de lentezon. Er waren nog geen mobiele telefoons. De weinige passagiers lazen een krant of keken naar buiten. Tram en reizigers bevonden zich tijdens die minuten in een onbesliste werkelijkheid.

Maar op een dag werden we opgeschrikt door een krakende luidspreker en een stem die zei: ‘Moskouplein. Dit is een halte waar u echt niet wilt uitstappen.’ De stem zei dat in het Nederlands. Midden in Boedapest sprak tram 8½ mijn moedertaal. Deze surreële droom veranderde in een kolossale grap toen bleek dat een van mijn studenten tussen de colleges door trambestuurder was. Viktor heette de ondeugd.

Ik zocht dus op de plattegrond en in de index, maar het plein was verdwenen. Ik haalde mijn schouders op: in dit deel van Europa verdwenen ook mensen van foto’s, dus waarom zou een plein niet van de kaart kunnen verdwijnen?
Weer thuis ontdekte ik de reden. Na de omwenteling van 1989 kreeg het Moskouplein zijn precommunistische naam terug: Snéll Kálmán Tér, naar een liberaal die premier van Hongarije was (1899-1903). In dit deel van Europa lag de toekomst vast, alleen het verleden veranderde voortdurend. Ik haalde mijn schouders op, de gymnastiek der berusting, die ten oosten van Wenen na een paar reizen een vaste gewoonte wordt. Daarna zocht ik naar plaatjes van mijn plein, het plein van die geslaagde studentengrap.

Maar ik vond een heel ander plein, een enorm plein met druk verkeer, een Hongaarse kubus van gestroomlijnde auto’s en trams… En mijn plein dan? Hoe heette mijn plein? Waar was mijn fantastische plein?
Van alle overbodige bagage ben jij, geheugen, altijd weer het enige wat ik dringend nodig heb.

Weekend van 18 november

Joy is teruggekeerd uit Brussel, een en al vastberaden bekoorlijkheid: ze heeft besloten dat we mijn verjaardag in het Lake District zullen vieren.

En dus huren we voor twee nachten een bed in Little Langdale, dat zich aan het andere einde van zes uur rijden bevindt: voort, voort, over de M1, de M6, A684, A591, A593, B5343… kabbalistiek die uitmondt uit in een naamloos weggetje, wit op de kaart, aardedonker in de werkelijkheid van vijf uur ’s middags, waarlangs we traag omhoogkronkelen: bij elke draai naar links maken de koplampen witte vegen over een romantisch schilderij, een woest ravijn, met op een uitstekende rots in de diepte een klein stenen huis, dat met een spiraal van rook uit zijn schoorsteen aan de maanschijf in de nachtelijke hemel hangt; een door ganglicht omlijste oude vrouw staat in de deuropening, een miniatuur binnen het grotere tafereel, alvorens weer in de duisternis te verdwijnen, waaruit ieder ogenblik de schreeuw van de verdoemden kan opstijgen… Vort, vort, de koets schommelt vervaarlijk, de wielen knarsen erbarmelijk, het paard hinnikt in een paniek die de koetsier met het klakken van de zweep tegelijk stimuleert en bedwingt… een laatste bocht…

De volgende ochtend openbaart het fijnzinnige, niet al te woeste landschap zich achter de theekopjes in het raam van de ontbijtkamer. Rossig laaggebergte, geassorteerde kammen, een waterval, schapen in een hoek van vijfenveertig graden ten opzichte van de horizon, alles elegant, Brits, geschikt voor bedaagde olieverf en de woonkamer van de middenklasse; ook de gasten zijn vervaardigd door dezelfde vaste hand, die hetzelfde palet heeft gebruikt, met hun tweed en schoeisel in afwachting van de ochtendwandeling.

Het zal u verbazen, maar ik geniet van dit alles. Mijn denken is dwars, afwijkend, soms voor mijzelf moeilijk te doorgronden; maar mijn voorkeuren in dit soort omstandigheden zijn fundamenteel burgerlijk, vrij van ideologische opdringerigheid.
Little Langdale had ook Little Drippington of Upper Yawn kunnen heten. Zeven huizen, als biggen rond een dikke zeug, het hotel. Verder niets. We stappen in de auto en rijden naar het rimpelloze blauwe water van Windermere. Een zachtgele zon. Lage bergen rondom.
We wandelen twee dagen door het Lake District.

Vervolg

Het huis van Beatrix Potter is gesloten, maar we mogen de tuin bekijken. Het archetypische witte hek was het model van het archetypische witte hek in de tekeningen. Het bleke zonlicht idealiseert een nog door de schrijfster geplante kale appelboom. We drentelen tien minuten in de tuin rond, waar de gevel met de klimop en de gesloten luiken zijn schaduw uit de winterzon schept.

Het suikergoed van die verhaaltjes heb ik Christopher en Anna bespaard; in plaats daarvan vertelde ik over de naturalist Beatrix Potter, die lang voor de geboorte van hun grootouders al haar eigen geld verdiende, konijnen dissecteerde (wat Christopher zielig en Anna interessant vond) en door mycologen gewaardeerde wetenschappelijke illustraties van zwammen maakte (dit drukte ik anders uit). Op een tekening die het voortplantingssysteem van de hygrocybe coccinea aanschouwelijk maakt, ziet een van de paarsrode hoeden er als een opengesperde vulva uit. Freudiaans? Ik krijg het woord nauwelijks over mijn lippen. Ze trouwde toen ze zevenenveertig was.

Dat was Hill Top Farm. Een dorp of wat verderop woonde Wordsworth, maar ook Dove Cottage is gesloten. In mijn kindertijd heb ik samen met mijn vader deze witgekalkte cottage aan de rand van Grasmere bezocht; ik herinner me enkel de gids die ons een stokje liet zien en uitlegde dat men in de Romantiek zijn tanden met roet uit de schoorsteen poetste. Na een halve eeuw is het riet uit de toverlantaarn van mijn geheugen vervangen door dakpannen (een subjectieve verandering) en naast de woning van de dichter is een verbazingwekkend lelijk bezoekerscentrum verrezen (een objectieve verandering).
‘Hij woonde hier van 1799 tot 1808,’ doceer ik. ‘Met zijn zuster. En toen hij was getrouwd, trok zijn vrouw bij hen in. Dorothy en Mary. Heel gezellig.’
‘Wat weet je toch veel, schat.’
‘Inderdaad. Er zijn hier ook nog een stuk of drie kinderen geboren.’
‘Arme kinderen. Een dichter als vader.’

In St Oswald’s Church vind ik een editie van Dorothy’s dagboek, waaruit ik een paar uur later in ons hotelbed opsteek dat William het kerkje pas begon te frequenteren toen hij eenmaal vader was. Voortplanting is een belangrijke pijler van het conservatisme.
Misschien lijk ik wel wat op William Wordsworth – maar Joy lijkt niet op Beatrix Potter en trekt het boek uit mijn hand… (o lieftalligheid van de hygrocybe coccinea).

Maandag (weer thuis)

Mijn achtenzestigste verjaardag. Potter werd zevenzeventig. Wordsworth tachtig. Nog even volhouden.

Vrijdag (vijf uur)

Onze hondenwandeling achter Hare Farm leidt ons terug door Stubb Lane, maar we zijn te laat omgekeerd, de duisternis is al ingevallen, en het heeft de voorbije dagen apocalyptisch geregend, zodat we in onze kaplaarzen door de beek van ons laantje waden; met de zwarte contouren van ons huis contrasteren de witte slierten van een elektrische nevel, opgeroepen door de sissende buitenlamp; en in deze spookachtige werkelijkheid verschijnt ex nihilo een auto, een auto raast door de pas geschapen beek…

We trekken allebei een hond naar ons toe en maken met onze vrije hand een beweging die ‘langzamer’ betekent. De auto stopt te midden van hoog opspattend water, een raampje zakt; nu volgen de godslasteringen. En geen waas komt voor mijn ogen: ik, gepensioneerde viertalige heer, auteur van een twintigtal literaire werken, haal bedaard uit naar de auto en trap een weloverwogen deuk in de deur.

De chauffeur, een man van een jaar of dertig, stapt uit en gaat voor me staan met de borst vooruit, maar dit haantje blijkt een hoofd kleiner dan ik: in de vochtige lucht proef ik zijn aarzeling; vrijwel gelijktijdig fotografeert Joy met haar telefoon de nummerplaat; en nu, terwijl het haantje en ik tegenover elkaar staan, komt uit het dof glanzende hol een blondine met overvolle lippen te voorschijn, een parodie op Joy, een kip die klokt dat hij weg moet rijden (ze zegt ‘babe’). Hij scheldt haar uit, begint niettemin achteruit te stappen; dan slokt de auto hem op en rijdt hij vloekend weg. Zijn gezicht is op straat achtergebleven.
De honden hebben al die tijd dom toegekeken, vervuld van een pacifistische liefde voor hun eigenaars.

Zondag

Wat een wonderlijke godsdienst is dat christendom toch! Het Nieuwe Testament heeft het voortdurend over ‘het einde’ en ‘de laatste dingen’, alsof het allemaal bij het omslaan van de bladzijde is afgelopen – en dat nu al tweeduizend jaar, een onmogelijke spanningsboog, waar geen zinnig mens zijn aandacht bij kan houden.

In elk geval is het afgelopen voor Gill. Ze is vierennegentig geworden, ‘een goeie slagbeurt’, zoals dat heet, want het leven wordt door de Engelsen als een variant op een cricketwedstrijd geïnterpreteerd: je beweegt wat heen en weer op een diepgroen grasveld, geweven door zon en regen, en eet een paar sandwiches met komkommer bij een kop thee, terwijl David Hockney je schildert.

Haar man was een gokker, bigamist en dronkenlap, die in de jaren zeventig een proces tegen haar aanspande omdat ze haar echtelijke verplichtingen weigerde na te komen. Jill was de laatste vrouw in Engeland die om die reden voor de rechter had moeten verschijnen, vertelde ze mij ooit. Ze won en was behoorlijk trots op dat wapenfeit. Kort nadien bezweek de echtgenoot aan zijn veeleisende levensstijl.
‘Ben je niet bang je man terug te zien?’ Tegen Jill kun je alles zeggen.
‘Die zit in de gesloten afdeling.’

Donderdag 1 december

Antonie is hier een paar dagen op bezoek. Ik ken hem langer dan Peter, namelijk mijn hele leven: hij werd geboren op het adres Amsteldijk 86³ en ik werd zeven weken later geboren op 86².Onze ouders waren als buren bevriend geraakt. Zijn vader was een jezuïet, een beroemde linguïst, door Gerard Reve in een van zijn romans nog geportretteerd als professor Ringeling. Hij werd verliefd op zijn veel jongere secretaresse, verliet de orde, trouwde en verwekte drie kinderen, van wie Antonie de jongste was.

De verliefdheid van de vader begreep ik als kind al: ik aanbad die bekoorlijke vrouw, die over het parket zweefde, glimlachjes uitdeelde als snoepgoed, toch niet zoetsappig was, eerder spotziek, maar ook dat weer op een aanbiddelijke manier – tot haar dood heb ik haar ‘tante Angèle’ genoemd (zelden verbeeldde een voornaam zozeer zijn eigenares).
Veel contact hebben we niet, hij en ik. Hij woont nog altijd in Amsterdam, werkt als zelfstandig bedrijfsadviseur en leest Franse romans (in het Frans). We wisselen soms een paar mailtjes, gewoonlijk rond die door zeven weken gescheiden verjaardagen. Dit keer stelde hij voor naar Brede te komen, dan kon hij meteen aan zijn oudste zus (die in Londen woont) een bezoek brengen.

Hij komt naar Brede. Twee zestigers. We praten heel wat af. De prostaat is een goed onderwerp. Hij is net als ik patiënt, maar zijn conditie is ernstiger dan de mijne: dat stuk Antonie is verwijderd, wat het functioneren dubbel bemoeilijkt… maar hoe druk ik dat uit? Ieder eufemisme voert mij regelrecht naar de ontbijtruimte in The Langdale; de gloed van mijn open haard zou maken dat die burgerlijkheid hier langs chemische weg in truttigheid veranderde. Maar ik kan me toch niet verlagen tot schuttingtaal? Wat een afschuwelijk dilemma! ‘Schatje, heb je zin om te functioneren…’ (Niet dat hij klaagt overigens.)

Zondag

De gemiddelde chaotische bewegingsenergie van de ons omringende moleculen is sterk gedaald: het is twee graden onder nul in Brede; achter het raam is de kale tuin opgesmukt met rijp. Ik draag twee truien en wikkel een deken om me heen voor de volgende wedstrijd. Joy en ik kijken al dagen samen naar de Wereldbeker.

De kou verplaatst me naar de dorpspastorie van mijn kinderjaren, die twee jaar leeg had gestaan toen de verhuiswagen ons stadse gezin er met de inboedel van Amsteldijk 86² (een driekamerflat) afleverde – ook toen mijn ouders het meubilair over een paar honderd vierkante meter achttiende eeuw hadden verdeeld, bleef het huis leeg. Het was december 1961, kort voor Kerstmis: de kamers waren kubieke blokken ijzige lucht onder plafonds met provinciaal rococopleisterwerk. Mijn moeder, die was opgegroeid met dienstmeisjes, zat in haar winterjas op een doos met boeken, met een gezicht alsof ze migraine had, terwijl mijn vader houtspaanders en moten turf uit een klaarstaande mand in de manshoge gietijzeren kachel propte en met een paar lucifers vuur maakte. ‘Kijk eens aan,’ zei hij opgewekt, ‘je bent met Prometheus getrouwd.’

Buiten reikte het besneeuwde grasveld tot een vlekkerige, onscherpe horizon van struiken en bomen – de tuin was zo diep dat hij volgens mijn vader aan Duitsland grensde. Onconventionele vader van me! Je vond onmiddellijk het schaakbord en zette het spel op, alsof het uit de laatste doos kwam die nog uitgepakt moest worden. ‘Kijk,’ zei je tegen mij, ‘dit is de koningin en die kan veel meer dan de koning.’

In de gordijnloze ramen zag ik ons aan weerszijden van de eettafel boven het grasveld zweven. Je legde de functie van de andere stukken uit. De kachel loeide; mama had haar jas uitgetrokken, gooide een paar blokken op het vuur en foeterde op je (wat ze anders nooit deed). Je maakte een grapje, gaf haar een kus en daarna begonnen we weer dozen uit te pakken.
Het was veel kouder dan nu, maar nu slaan we rillend een deken om onze decadentie heen.

Woensdag 7 december

In Indonesië wordt seks buiten het huwelijk voortaan met zweepslagen bestraft. Hoe ver zijn we in de geschiedenis gevorderd? We zijn toeschouwers bij de kwartfinale tussen de Verlichting en het islamisme.

Acht uur ’s avonds (hete thee, deken)

Ik ben erg bang dat de wereld uit niets dan verschrikkingen bestaat. Die angst, pulserend in plasma en zenuwen, is even echt als onecht. Het beste is me God zo antropomorf mogelijk voor te stellen; kaarsje erbij…
Ik slik dagelijks een zelfgebrouwen antidotum van hoop en woede.

Vrijdag

Nederland mist twee strafschoppen tegen Argentinië. De Heilige Graal blijft ongrijpbaar. Christopher belt en haalt herinneringen op aan vroegere wereldkampioenschappen, waar we in een vakantiehuis in Wales of een café aan de Dalmatische kust naar keken; zo roert hij nostalgie door zijn teleurstelling.

Zaterdag

Vandaag wonen we precies zeven jaar in Engeland, dat zojuist een strafschop tegen Frankrijk heeft gemist.

Maandag 12 december

Zwaarste sneeuwval in het zuidoosten sinds de vroege jaren zestig. Op de A265 zijn gisteravond auto’s vast komen te zitten. Veertig mensen hebben na een trektocht van twee mijl overnacht in The Bear Inn in Burwash, niet ver van hier. De tuin is een vlekkerige massa van ongedefinieerde struiken en bomen.

Dinsdag 13 december

Soms ben ik bang dat het einde al gekomen is, maar dat ik het niet heb gemerkt.

Benno Barnard

Benno Barnard is een schrijver die meent dat het heden gewoonlijk ongelijk heeft.