Literatuur, Media

Hoe blanke vrek Scrooge een ‘woke’ witte man werd



carol

Wanneer u dit leest, is de laatste voorstelling van de reprise van de Scrooge-musical met Warre Borgmans in de hoofdrol alweer voorbij. Spijtig voor Het kindeke Jezus in Vlaanderen, maar Charles Dickens’ verhaal A Christmas Carol  is nu eenmaal het Europese kerstverhaal par excellence geworden. Het speelt zich af in de kerstnacht zelf, maar tot de week van Driekoningen mogen we er nog wat over praten en schrijven. En dan vooral over de verschillende bewerkingen ervan, want zoals ik zal proberen aan te tonen, is de ene Scrooge de andere nog niet.

TV-Carol

Dickens’ kerstverhaal dateert van 1843 en sindsdien is er geen jaar voorbijgegaan zonder een nieuwe adaptatie of interpretatie — het moeten er dus nu al minstens 176 zijn. Zoals dat ook voor andere romanhelden geldt, genereert elke tijd of tijdsgeest zijn eigen Scrooge. De Muppets bijvoorbeeld hebben het verhaal tot het hunne gemaakt (weliswaar met behulp van Michael Caine die uiteraard Scrooge speelt); en in december 2019 zond de BBC een nieuwe, driedelige tv-serie uit onder de oorspronkelijke titel A Christmas Carol. Ze werd op drie dagen naeen uitgezonden op BBC, en rond diezelfde tijd op één avond op CAZ. Zoals we straks zullen zien resulteert deze adaptatie in een ‘woke’ Scrooge, weliswaar gebaseerd op Dickens’ Carol maar met politiek-correcte en postkoloniale accenten die zo zwaar zijn aangezet dat deze ‘TV-Carol’ gewoon tegen Dickens’ verhaal ingaat.

Niet dat deze ene productie nu zo belangrijk is, of dat ik de invloed ervan zou overschatten. Wel dat dit ene voorbeeld een inzicht biedt in hoe de politieke correctheid overal in de media aanwezig is, en vooral: dat de poco aan alles wat ze onderhanden neemt een ‘correcte’ draai moet geven. Het gaat me hier om de mechanismen van elke politiek-correcte herwerking. Leer aan deze ene ook alle kennen!

Maar vooraleer we die accenten kunnen herkennen, moeten we eerst nog eens goed naar de originele Scrooge kijken.

’t Is de geest / Van ’t kapitaal

Een egoïstische oude vrek was hij, een misantroop, de hater van zijn naasten, die niet de minste kerstwens van achter de wal van zijn tanden kreeg. Uit principe niet, want dan zou hij zwichten voor de Geest van Kerstmis en dat betekent geven: aandacht, een glimlach, een cadeautje — en geven, dat wilde hij niet. Humbug, sneerde hij dan. Daarom kreeg hij het ook op zijn heupen als omgekeerd iemand hem ‘Merry Christmas’ toeriep, want dat betekent krijgen  en dat wilde hij al evenmin.

Voor hem was dat allemaal sentimenteel altruïsme. Daartegen verzette zich de Geest van het Kapitalisme die hem volledig in bezit had genomen en die zelf de negatie was van de Geest van Kerstmis. Die twee sluiten elkaar nu eenmaal uit. Wint de ene, dan verliest de andere — tenminste in dit verhaal.

Scrooge wordt meestal (en uiteraard ook in de ‘verstripping’ van het verhaal [1]) uitgebeeld zoals Dickens’ illustrator hem ook tekende: een oude magere en gebogen man, gekleed in het witte lange nachthemd waarin hij zich te slapen had gelegd, een slaapmuts op zijn kop en een kleine kandelaar met brandende kaars in de hand. Toch gaat achter deze sullige uitdossing een soort vrijdenker schuil, een kleinburgerlijke Don Giovanni die niet eens bevreesd is voor de kwelgeesten die op hem afgestuurd worden. Vrees kent hij niet, wel angst.

Van beroep is hij een moneylender: geldschieter, financier en woekeraar. Lenen bij Scrooge betekent nu eens niet ‘lenen bij een vriend’, want verderop in het verhaal noemt iemand hem a merciless creditor, een onbarmhartige schuldeiser.

Charity, geen communisme

Maar gedurende die ene woelige Kerstnacht in A Christmas Carol  weet de Geest van Kerstmis toch de overwinning te behalen op die van het Kapitalisme. Niet minder dan drie opeenvolgende Kerstspoken confronteren de verbijsterde Scrooge met zijn jammerlijke jeugd, zijn zelfzuchtige heden en zijn miserabele toekomst. Uit angst komt hij tot inzicht, en vanuit dat inzicht bekeert hij zich. Of toch iets in die aard, want Dickens vermeldt niet dat Scrooge een andere baan zoekt of zijn levenswandel wijzigt, neen: van nu af aan neemt hij het kloeke besluit om iederéén een zalige Kerstmis te wensen, hij betaalt zijn bedienden een beetje meer, en hij doet een beetje aan liefdadigheid, in het Engels charity  genaamd. Dat is het zo ongeveer. Een communistische revolutie hebben de geesten niet ontketend; alleen Scrooge is van zijn morele ketens verlost. Daarom is A Christmas Carol  ook een kerstverhaal.

Wit — wit — wit

Van deze oorspronkelijke verhaallijn wijkt de TV-Carol van 2019 zozeer af dat het resultaat een regelrechte vervorming is, een beetje in de zin van wat we in hedendaagse operabewerkingen gewoon geworden zijn, waar regisseurs ongegeneerd hun gang gaan met het libretto en in sommige gevallen zelfs met de muziek.

Kort en goed: deze adaptatie heeft van Scrooge een ‘witte’ geprivilegieerde man gemaakt, de belichaming van de ‘witte’ suprematie, die in de postkoloniale tijd van vandaag woke  wordt gemaakt niet door drie kerstgeesten maar door drie spookachtige social justice warriors, en die op het einde van het verhaal zijn macro- en micro-agressies tegenover de gevictimiseerde medemens-van-kleur weliswaar bekent, maar die toch nooit vergiffenis kan krijgen zolang hij in al zijn white anxiety  toch nog zijn witte onschuld tracht te bewijzen.

Er moet aan Dickens’ A Christmas Carol  heel wat toegevoegd worden om bovenstaand beschreven resultaat te behalen.

De allereerste stap daartoe is dat de bourgeoisie als klasse en het kapitalisme als ideologie als ontmenselijkend worden beschreven. De filmische methode bij uitstek om Scrooges mentaliteit aanschouwelijk maken is hem op te zadelen met een soort tic nerveux.

Scrooge als smartwatch

In de eerste aflevering doet Scrooge namelijk iets wat hij bij Dickens hoegenaamd niet doet, en dat is: tellen. In de TV-Carol telt Scrooge alles: stappen en trappen, seconden en minuten, pence  en shillings, pennen en de kooltjes voor de kachel van zijn bediende. Hij is een levende smartwatch  anno 1843.

Aldus maakt scenarist Steven Knight van Scrooge een geobsedeerde. Van alle dingen die dwangmatig geteld worden zijn de pence  en de pounds  uiteraard de belangrijkste. Scrooge telt en hertelt, rekent en berekent, telt op (zijn winst) en trekt af (het loon van zijn bediende). Hij calculeert voortdurend zijn voor- en nadelen. Hij is van het berekenende mensentype. Ook Dickens schetst hem als een calculerende, oppottende mens; maar TV-Carol doet nog iets meer.

Bij Dickens bestaat Scrooges erfzonde erin dat hij een vrek is, a miser; in de TV-Carol bestaat zijn misdaad erin een weldoordacht handelend kapitalist te zijn, een gemonetariseerde mens als het ware, een utilitarist die zich (per definitie) slechts twee vragen stelt: waartoe dient een bepaald iets of ding in het algemeen? En: dient dit ding mij tot iets? Het moge duidelijk zijn dat kerstwensen niet tot de ‘dienende’ dingen behoren.

Franklin en Malthus

Deze tellende TV-Carol-Scrooge beantwoordt volledig aan het beeld dat de Amerikaanse Founding Father  Benjamin Franklin ophing van de succesrijke handelaar. In enkele teksten geeft hij praktische raad en wenken aan mensen die graag rijk zouden willen worden. Deze citaten zijn beroemd en berucht:

Wie elke dag een dubbeltje vruchteloos uitgeeft, geeft jaarlijks zes pond vruchteloos uit (…) Wie elke dag een deel van zijn tijd verspilt waarin hij een dubbeltje had kunnen verdienen (en dat hoeven maar een paar minuten te zijn), verliest dag na dag het voorrecht jaarlijks honderd pond te gebruiken. [2]

Deze zinnen werden door de geniale Duitse stichter van de sociologie, Max Weber, misbruikt in zijn overigens briljante opstel over De protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme. [3] Volgens Weber formuleerde Franklin met deze raadgevingen niet zomaar een filosofie van de vrekkigheid, maar nog meer de ethos en de geest van het kapitalisme, ‘het ethisch gekleurd grondbeginsel voor hoe men zijn leven moet leiden’.

Zonder weet te hebben van Franklins geschriften en lang voor Weber er gebruik van maakte om het kapitalisme uit de religie af te leiden, creëerde ook Dickens met zijn Scrooge een aberrante versie van de kapitalist. Hij legt zijn personage bijvoorbeeld Malthusiaanse uitspraken in de mond. In zijn Essay on the Principle of Population  (1803) probeerde Malthus aan te tonen dat de agrarische productie nooit de demografische ontwikkeling zou kunnen bijhouden, iets wat Scrooge in zijn confrontaties met bedelaars niet laat liggen: ze hadden maar beter niet geboren kunnen worden, maar nu het eenmaal zover is dat ze in leven zijn, kunnen ze maar beter sterven, hoe eerder hoe liever.

Eerlijke bourgeois gezocht voor opvoeding arme kinderen

Dat klinkt al vreselijk genoeg (alhoewel een zekere Malthusiaanse reflex bijvoorbeeld ook Etienne Vermeersch niet vreemd was). Toch is de bourgeois Scrooge bij Dickens nog geen booswicht. Wanneer Scrooge als jongeman tekenen van de kapitalist begint te vertonen, zoals daar zijn ‘zorg, gierigheid, begerige, hongerige, rusteloze schichtigheid’, maakt zijn verloofde het met hem uit. Maar op haar verwijt dat hij een ander mens is geworden laat Dickens hem naar waarheid antwoorden: ‘er is niets waarvoor de wereld zo meedogenloos is als voor armoede en niets wat zij met zo’n strengheid leert vonnissen als het streven naar welvaart’.

Net zoals in zijn roman Oliver Twist  (1839) van enkele jaren voor A Christmas Carol  zorgt de eerlijke, belezen en vooruitziende bourgeois zelfs voor de uiteindelijke redding en verzorging van de arme kleine jongen in een nieuw en ditmaal burgerlijk gezin. Net zoals Mr Brownlow zich voortaan het lot van Oliver aantrekt, zo zet Scrooge zich uiteindelijk in voor Tiny Tim, het gehandicapte zoontje van zijn bediende Bob Cratchit. Happy endings. Als de kapitalist weer vriendelijk wordt en kerstwensen stuurt, is er weinig aan de hand.

Daartegenover hebben in de TV-Carol zowel Scrooge als zijn vennoot, de overleden Jacob Marley, wel degelijk levens op hun geweten van voornamelijk jonge mijnwerkers, omgekomen bij een mijninstorting ergens in de vallei van de Rhondda in Wales. Dickens echter vond zijn Scrooge veel te sympathiek om hem van moord te beschuldigen.

Daarmee is het fundament gelegd voor nog drie andere fundamentele wijzigingen in de BBC-TV-Carol tegenover het origineel. Ze hebben te maken met kindermisbruik, kleurdiversiteit en prostitutie. Niet dat Dickens van deze fenomenen niets afwist of dat ze in zijn tijd niet voorkwamen; maar in de tekst van het verhaal over Kerstmis komen ze nu eenmaal niet voor.

Kinderprosser vader Scrooge

Kindermisbruik, en wel van de kleine Scrooge zelf. De eerste geest, die van de Voorbije Kerstdagen, confronteert de oude Scrooge met het lijden dat hijzelf vroeger heeft moeten ondergaan. Bij Dickens moest het kind de hele kerstvakantie op de kostschool blijven, terwijl alle andere kinderen naar huis mochten. Voor de TV-Carol is dat te simpel, daar moet iets achter zitten. Dus heeft vader Scrooge zijn zoontje als het ware, of liever bijna letterlijk, verkocht aan de schooldirecteur: vader hoeft geen internaatsgeld te betalen als de directeur tijdens de vakanties met de kleine jongen mag doen wat hij wil. Met het paradoxale resultaat dat de eerste overwinning van Scrooges restje humaan geweten hem een helder inzicht verschaft in de schuld van zijn vader, niet van zichzelf. De idee dat men een kind kan kopen en verkopen wordt weliswaar al in Oliver Twist  gesuggereerd; hier dient hij gewoon om een volgende toevoeging aannemelijk te maken.

The Empire Strikes / Writes Back — met diversiteit

Maar eerst nog de tweede permutatie: die van de diversiteit, een concept dat in Groot-Brittannië voor altijd verbonden is met de (de)kolonisatie en met de Empire. En zoals we uit die fameuze aflevering van Star Wars  uit 1980 hebben geleerd, zal de Empire terugslaan: The Empire strikes back. Ontelbare keren is deze titel toegepast op de positie van het Engels in de wereldliteratuur: het is uit de vroegere kolonies dat er als het ware ‘teruggeschreven’ wordt — the Empire writes back, denk aan Salman Rushdie. Diversiteit helpt daarbij.

Ten eerste zijn daar de oudste kolonies, die van de ‘Keltische rand’, namelijk Ierland, Schotland en Wales. Een beetje politiek correct-bewuste scenarist laat niet na om daar subtiel naar te verwijzen. Het allereerste actiebeeld in de eerste aflevering van TV-Carol toont een jonge Welshman die nu al het zevende jaar overvloedig op het graf van Scrooges vennoot Jacob Marley komt pissen, wat de dode Marley dan weer wakker maakt en hem als geest Scrooge laat bezoeken: zijn plas zet de plot in beweging. De jongeman doet dit omdat Scrooge en Marley verantwoordelijk zijn voor een mijnramp in de Rhondda; het is in naam van zijn omgekomen makkers dat hij Marley deze hommage komt bewijzen. Leuk, maar staat niet bij Dickens. Dan is er de geest van de voorbij Kerstdagen, een oude man (gespeeld door Gollum-acteur Andy Serkis) die Molly Malone met een Iers accent zingt. Alive, alive oh, maar staat niet bij Dickens.

Actrice zoekt rol, rol zoekt actrice

Goed, dit voorbeeld behoort tot het niveau van de knipoogjes. Maar wat beslist geen knipoogje meer is, dat is het geval van de vrouw van Scrooges bediende Bob Cratchit, de moeder van de ongelukkige Tiny Tim, die door Dickens gewoon Mrs. Cratchit wordt genoemd maar die in de film Mary heet, en die schitterend gespeeld wordt door de zwarte actrice Vinette Robinson. Nu heeft het Engelse theater, met de Shakespeare Company voorop, een grote traditie in het inschakelen van zwarte acteurs in een ‘blank’ handelingsverloop. Het doet er dan niet toe wie wat speelt. Maar in A Christmas Carol  wordt de rol naar de actrice herschreven in plaats van dat de actrice volgens de rol gekozen wordt. De rol wordt zo gewijzigd tot de zwarte acteur ook ‘plausibel’ wordt. Racistisch zo u wil. Of, waarschijnlijker en dus evenzeer bedenkelijk: men kiest de zwarte actrice om een punt over diversiteit en witte schuld te kunnen maken – en dan doet het er wel toe of de actrice blank is of zwart: ze moet dan namelijk wel ‘zwart’ of ‘van kleur’ zijn. Misschien evenzeer racistisch? Het procedé getuigt in elke geval van een soort onhandige opzettelijkheid. Maar we zullen zien wat de scenarioschrijver ermee doet.

Money Can Buy Me Love

Maar waarom moest ze dan per se van kleur zijn? Dat brengt ons bij de derde serieuze wijziging in de intrige, in feite de creatie van een nevenintrige die Dickens zelf nooit had kunnen verzinnen. Ik heb deze permutatie hierboven ‘prostitutie’ genoemd, maar ik had ze evengoed naar Gary Becker kunnen noemen, Nobelprijswinnaar economie in 1992. Waarbij ik als motto een het lied van de Beatles had kunnen plaatsen, Money can’t buy me love. Kan geld liefde kopen?

Dat was nu juist de vraag die Gary Becker zich niet meer stelde, want hij wist het antwoord: jawel, dat kan. Want volgens hem zijn alle menselijke verhoudingen uiteindelijk marktverhoudingen. Alles is onderworpen aan de economische (of economistische) benadering. Alles heeft zijn prijs, of op zijn minst een schaduwprijs: de impliciete prijs die we bereid zijn te betalen voor iets wat normaal gezien priceless  is, ‘onbetaalbaar’ (in beide betekenissen). In zijn boek What Money Can’t Buy (2012) heeft Michael Sandel een paar van die sferen van onomkoopbaarheid behandeld. Hij vindt dat er morele limieten aan de markten moeten gesteld worden.

Ook de TV-Scrooge is overtuigd van zijn positie, maar hij wil zijn hypothese toch eens proefondervindelijk testen. Hij wil namelijk onderzoeken of het klopt dat mensen uiteindelijk alles veil hebben voor geld, ook wat normaal gezien alleen door hun humanitaire waarden gedirigeerd wordt (gesymboliseerd in de door hem verfoeide melige kerstwensen). Hij doet dus aan micro-economie, een wetenschap die de gedragingen van economische individuen observeert.

Een wreedaardig scenario

Wat wil het geval? Mary Cratchit is wanhopig, want slechts een dure operatie kan het leven van haar kind Tiny Tim redden — waar hebben we dat nog gehoord. Haar man verdient bij Scrooge niet genoeg om dat te betalen. Crowdfunding bestaat nog niet. Ze kent slechts één moneylender, en dat is de gehate Scrooge zelf; en zonder medeweten van haar man benadert ze Scrooge voor een lening van dertig dure ponden.

Scrooge, die aan zijn intellectueel, micro-economisch experiment denkt, laat haar spartelen. Hij vraagt zich hardop af waarom hij haar dat geld zou lenen. En wat het waard zou zijn als hij dat zou doen — met andere woorden, wat heeft ze ervoor veil. Hij suggereert niks, maar laat haar alles zelf invullen. Zij is het die zegt dat het wel om intercourse  zal gaan. Hij is het die dit noch ontkent, noch bevestigt. Zij is het die de volgende week terugkomt om effectief de eerste schijf van tien pond op te halen (ze liggen op de schoorsteenmantel, ze moet ze nemen, hij geeft ze niet) en die zich alvast begint uit te kleden. Hij is het die zegt dat het allang goed is zo, dat hij geen belang in haar lichaam stelt. Lening zonder interest dus, maar niet echt bij een vriend. Vol wroeging, maar met haar eerste schijf van tien pond, en met de zekerheid dat ze nu Tiny Tim kan redden, strompelt ze naar huis, klaar om Bob een verhaal over een rijke oom in Amerika op de mouw te spelden. Dit scenario speelt zich drie keer af.

Corrumpeerbare moeder tegenover harteloze economist

Maar Scrooges wreedaardige experiment is geslaagd. Jawel, Mary is corrumpeerbaar. Jawel, als puntje bij paaltje komt is deze trotse vrouw evengoed opportunistisch. Alles is te koop, dat wist hij al, maar het lichaam van een door en door gezinsmorele vrouw: dat ook? Welja, ook dat. Alles is te koop, ook dat wat niet te koop is. Rest hem nog wiskundig te bepalen hoever men een prijs kan opdrijven voor dingen die niet te koop zijn maar die wel gekocht kunnen worden. Hoe groot moet het aanbod zijn opdat men het niet meer zou kunnen weigeren?

De daad heeft hij niet gesteld, hij heeft er niet van geprofiteerd: hij, de ontmenselijkende economist, ziet haar immers slechts als een variabele in een economische formule. Maar hij heeft haar effectief met schuld opgezadeld, en zodoende is hijzelf schuldig aan machtsmisbruik, èn: wit machtsmisbruik, want deze vrouw is ‘van kleur’. Daarenboven heeft hij gedreigd haar bereidwilligheid openbaar te maken als ze de juiste toedracht aan haar man vertelt. Ze kan geen kant uit. Ze zint op wraak.

Haar rest enkel nog een beroep te doen op de machten die haar Afrikaanse ‘roots’ in haar hebben achtergelaten: de hele film door getuigt ze van een geestgevoeligheid waarover de ‘witten’ niet beschikken. Ze kan namelijk geesten waarnemen. En nu stuurt ze Scrooge ook zijn eigen kerstgeesten, te beginnen met de geest van Marley (die toch al wakker gepist is) gevolgd door de geesten van Scrooges voorbije, huidige en toekomstige kerstdagen. A Christmas Carol  kan beginnen. Maar niet zoals bij Dickens.

Gedaan met verzoening

Op het einde van de TV-Carol komt Scrooge, eerst als geest en dan in levenden lijve en totaal woke geworden, het gezin Cratchit bezoeken om zijn spijt te betuigen. Mary weigert die spijt, geheel in lijn met wat de drie geesten hem steevast meedeelden: ‘het gaat niet over jou, het gaat over hen’, namelijk over de mensen die door Scrooges toedoen benadeeld werden. Dus gaat het ook niet over zijn berouw of over zijn vergeving. Het gaat over restitutie en herstel. Mary weigert die spijt en terwijl ze dat zegt kijkt ze niet Scrooge aan, maar kijkt ze rakelings langs hem heen, in de camera, tot recht in het oog en de ziel van de blanke kijker. Maar het gaat niet om ons, het gaat om hèn. De uiteindelijke bedoeling is uiteraard financiële restitutie tot in de eeuwigheid.

Mary is hier de hedendaagse (en niet Dickensiaanse) belichaming van de mediamieke maar boze zwarte antiracistische vrouw die vandaag het wereldgericht speelt. Zij incorporeert de beschuldigingsindustrie van social justice  en postkolonialisme, die slechts onuitwisbare erfzonden kennen die publiek aan de kaak worden gesteld, waar de aanklager die ook rechter is op voorhand zowel de beschuldiging als de veroordeling aan de massa verspreidt, waar de openbare bekentenis en de publieke berouwbetoning nooit authentiek genoeg zijn en waar de executie plaatsvindt aan de schandpaal.

De oude christelijke schema’s werken niet meer. Bij de zonden tegen de multiculturele identiteiten is er noch kwijtschelding noch bekering noch verlossing. Alle christelijke verzoeningsriten zijn uitgeschakeld, gezeroteerd en teruggeschakeld naar de oudtestamentische vervolging van de zonden der vaderen tot in het derde, ja het zevende geslacht.

Humbug, zou Scrooge gezegd hebben. Zo zag ook Dickens het niet, en ik al evenmin. We zijn al met zijn drieën. En daarom ga ik met mijn kleinkinderen naar die aller-, allerlaatste voorstelling van de Antwerpse Scrooge-musical. Met Warre Borgmans. Voor de lol, om eens een gierigaard bezig te zien.

 


[1] Zoals die van tekenaar Michael Cole, in de vertaling van Antoon Coolen uitgegeven bij Dedalus, Edegem-Antwerpen, 1987.
[2] Uit Necessary hints to those that would be rich, 1736.
[3] Vertaald door Mark Wildschut en uitgegeven bij Boom, Amsterdam, 2012.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Ik word vriend van Doorbraak.

Jean-Pierre Rondas

De auteur is voorzitter van Stem in 't Kapittel vzw, de uitgever van Doorbraak