fbpx


Cultuur

Is ‘Im Westen nichts Neues’ een anti-oorlogsfilm?

Over Edward Bergers Im Westen Nichts Neues (2022)



De nieuwe verfilming van Erich Maria Remarques klassieke roman over de Grote Oorlog, Im Westen nichts Neues (1928), te zien op Netflix, werpt de kijker meteen in het midden van het strijdgewoel.

Duitse infanteristen trekken door het niemandsland, tussen het gebulder van de artillerie en de kreten van de gewonden, in de richting van de Franse loopgraven, waar de dood wacht. De nadruk ligt op angst, bloed en modder. Vervolgens begrijpt de kijker niet meteen wat hij ziet: een berg lijken vult het scherm. Ze worden een voor een ontdaan van hun uniformen die, in een volgende sequentie, naar de wasserij worden gebracht. Het water kleurt donkerrood. De uniformen worden uitgedeeld aan de nieuwe rekruten. Maar, pijnlijk detail, soms vergeet men de naam van de vorige drager weg te halen. Dit alles wordt onderstreept door de dreigende, beklemmende soundtrack van Volker Bertelmann.

De toon is gezet: regisseur Edward Berger zal geen moeite sparen om de kijker ervan te overtuigen dat oorlog de meest beestachtige menselijke werkelijkheid is. Daarmee blijft hij trouw aan de boodschap van Remarques roman uit 1928 en ook aan de twee bestaande verfilmingen, die van Lewis Milestone in 1930 (de eerste oorlogsfilm met geluid) en die van Delbert Mann in 1979 voor de televisie. Pas na acht minuten brengt Bergers film ons naar de school in het noorden van Duitsland waar Milestones All Quiet on the Western Front begon en luisteren de leerlingen met onverholen enthousiasme naar de opzwepende patriottische speech van de leraar.

Op het publiek schieten

Maar kan een oorlogsfilm überhaupt bijdragen tot een pacifistische bewustwording? Samuel Fuller, die zelf een paar grote oorlogsfilms regisseerde, verklaarde ooit dat de beste manier om duidelijk te maken wat oorlog is erin zou bestaan vanuit het scherm op de toeschouwers te schieten. D.W. Griffith, van Birth of a Nation, was optimistisch: had men in 1914 films getoond die de horror van de oorlog in beeld brengen, dan zouden de Europese velden niet vol met lijken liggen.

Anderen hadden hun twijfels, want als oorlog op zich ons niet tegenhoudt, hoe zou een beeld van de oorlog dat kunnen? Anthony Swofford, een marine die in de eerste Golfoorlog vocht, stelde het duidelijk: ‘The supposedly antiwar films have failed’. Hij stelde vast dat GI’s die in 1991 op het punt stonden Koeweit te bevrijden, opgezweept werden door Vietnamfilms die nochtans bekend stonden als anti-oorlog.

Brutaliteit

Het is dus niet gemakkelijk een anti-oorlogsfilm te maken, hoewel Edward Berger hard zijn best doet. Hoe brengt hij zijn boodschap over? Ten eerste, hij onderstreept, op het sensationele af, het wrede en het bloeddorstige – de recensent van de New York Times heeft het over ‘showing off’ en ‘ceaseless brutality’. Als je onophoudelijk toont wat stukken metaal met menselijk weefsel doen, zal je er waarschijnlijk in slagen afschuw voor oorlog op te wekken. In een interview met de Duitse versie van Rolling Stone stelt de regisseur dat hij kijkers ‘een vuistslag in de maag’ wilde geven met de bedoeling dat ze ‘zich onwel zouden voelen’.

Daarbij komt dat de oorlogsfilm in de loop der decennia altijd maar explicieter is geworden: het tonen van afgerukte ledematen, zoals in de openingsscène van Saving Private Ryan (1998), is geen taboe meer. Im Westen nichts Neues gaat wellicht nog een stapje verder: de rochelende doodstrijd van de Franse soldaat die Paul Baümer heeft neergestoken in de krater duurt tergend lang en de zelfmoord van Tjaden, wiens been is afgezet, wordt in close up getoond: hij steekt zich meerdere malen in de keel, een detail dat overigens niet in de roman voorkomt.

Het perspectief van de gewone soldaat

De tweede manier om oorlog te veroordelen ontleent Edward Berger niet aan Remarques roman, noch aan de film van Lewis Milestone. De roman is in de eerste persoon geschreven, vanuit het standpunt van Paul Baümer, die een gewoon soldaat is. Die vertelstrategie is eigen aan veel getuigenissen en romans over de Eerste Wereldoorlog: ook onder meer Henri Barbusse en Robert Graves pasten ze toe. Maar de regisseur wisselt de loopgraven af met sequenties in de hoogste regionen van het leger en de politiek.

We zijn zelfs getuige van de onderhandelingen in de treinwagon van Compiègne die zullen leiden tot de Wapenstilstand van 11 november. Daarmee neemt hij duidelijk afstand van Remarques roman. Het contrast tussen de modder en de miserie van de loopgraven en de luxe van de pluche vertrekken, waar hogere officieren hun beklag doen over de kwaliteit van de croissants, is een klassieke manier om de oorlog aan te klagen: je ziet het bijvoorbeeld ook in Stanley Kubricks Paths of Glory (1957).

Duits schuldbewustzijn

Netflix

Im Westen nichts Neues.

Maar Bergers film is zo mogelijk nog meer anti-oorlog dan de twee vorige versies en de roman. Die kritische invalshoek heeft volgens de regisseur zelf veel te maken met het feit dat hij Duitser is, dus schuldbewust: ‘In our national psyche, there is nothing but guilt, horror, terror and destruction’, verklaarde hij aan The Hollywood Reporter. Een Duitse verfilming van Remarques roman mocht dus niets heldhaftig hebben, zoals de Amerikaanse combat-film van tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, die een ideologische rechtvaardiging was van de strijd tegen het nazisme en het Japans imperialisme. Vandaar wellicht dat Bergers film nog een stuk donkerder is dan de All quiet van 1930. Want de sequenties in Milestones film waar soldaten de bloemetjes buitenzetten, samen drinken en zingen schitteren door hun afwezigheid in de versie van 2022.

Ook de scène – ontleend aan Remarques roman, en lang uitgesponnen in de film van Milestone – waar Paul Baümer en zijn kameraden naar bed gaan met Franse vrouwen is tot het minimum herleid in de nieuwe verfilming: voor Duitse soldaten mag er geen plaats meer zijn voor wat in het Frans le repos du guerrier wordt genoemd.

Een anti-oorlogsgeweten?

Schopt Bergers film ons een anti-oorlogsgeweten? Ik ben er niet van overtuigd. Ik vraag me af of het beeld van de oorlog dat de regisseur schetst niet té spectaculair is in de gruwel om efficiënt te zijn. Bovendien ontsnapt hij niet aan de neiging om, ondanks modder, bloed en verhakkelde lichamen, de oorlog te esthetiseren: je ziet onder meer prachtige shots van het nachtelijk niemandsland spookachtig verlicht door lichtkogels en idyllische, in mist gehulde, landschappen die vermoedelijk het contrast moeten onderstrepen met het tumult dat de mens in de natuur brengt.

Edward Bergers boodschap wordt dus afgezwakt door het feit dat hij, ondanks alles, ook een mooie film heeft gemaakt. Was het overigens nodig om Paul Baümer te doen sneuvelen op 11 november 1918 om 10.59 uur, met andere woorden één minuut voor de Wapenstilstand? Noch Erich Maria Remarque, noch Lewis Milestone namen hun toevlucht tot zo’n goedkoop kunstgreepje.

Ten slotte komt deze film in omloop op een merkwaardig historisch ogenblik. De Russische invasie in Oekraïne heeft een begrijpelijke emotionele respons uitgelokt in onze landen. De geel-blauwe vlag is overal te zien in onze straten en het verlangen om het aangevallen land ter hulp te snellen is menselijk. Toen hij aan de verfilming van Im Westen nichts Neues begon, kon Edward Berger de geopolitieke situatie op het ogenblik van de release niet voorzien. Maar de tegenstelling tussen zijn anti-oorlogsboodschap en de just war-sfeer die op dit ogenblik in de lucht hangt kan niet groter zijn. En hij is zich daar ook van bewust, zoals blijkt uit zijn interview met The Hollywood reporter: ‘Of course, when we made the film we couldn’t have anticipated what would be happening in Europe right now, with a war going on against Russia. But, somehow, we seem to keep forgetting what war is. The topic never gets old. Which is why now is the right time to show this film’.

Hiermee raakt de cineast een gevoelige snaar: elke keer opnieuw, zo verklaart hij, vergeten we hoe afschuwelijk oorlog is, het thema blijft actueel. Gaat dit ook op voor wat op dit ogenblik in Oekraïne gebeurt? Natuurlijk is oorlog dood en ellende, maar hoe pacifistisch kun je zijn als je wordt aangevallen?

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Luc Rasson

Luc Rasson is gefascineerd door de manier waarop het verleden het heden blijft bepalen. In zijn laatste boek, 'Het lijk van de dictator', illustreert hij dat aan de hand van de lotgevallen van het stoffelijk overschot van respectievelijk Franco, Mussolini en Pétain.