fbpx


Cultuur

Lessen in lezen: Ian McEwan




Ian McEwan (°1948) maakt deel uit van een generatie van groten, de ene nog een beetje Britser dan de andere. Samen met Julian Barnes (°1946), Salman Rushdie (°1947) en Martin Amis (°1949) – allen geboren kort na de tweede wereldoorlog – bezet hij al decennia een centrale plaats in de literatuur van het Verenigd Koninkrijk.

Elk van deze Grote Vier heeft minstens één hedendaagse klassieker geschreven. Hun nieuwe boeken krijgen in het Verenigd Koninkrijk onverminderd de nodige aandacht. McEwans klassieker is zonder enige twijfel het in 2001 verschenen Atonement, al doen ook Amsterdam (1998) en On Chesil Beach (2007) het goed bij critici die lijstjes willen aanleggen van de belangrijkste Engelse romans van de voorbije kwarteeuw.

Het laatste woord

Liefhebbers van het werk van McEwan zijn het in wezen eens met wat zijn strengste critici wel eens zeggen: elke nieuwe roman is een variant op alle voorgaande. Terwijl de tweede groep vindt dat McEwan al jaren niet meer verrast, vindt de eerste dat net daar de kracht van de oeuvre-schrijver ligt: in de blijvende worsteling met een vaste thematiek, waarover het laatste woord nooit gezegd kan worden.

Ik behoor, voor alle duidelijkheid, tot de liefhebbers. Mijn favoriete recente McEwan is The Children Act uit 2014, drie jaar later verfilmd. Het is het verhaal van een Britse rechter (Emma Thompson in de film) die moet beslissen over het leven van een minderjarige jongen, het kind van Getuigen van Jehovah wier geloof het niet toelaat dat hun zoon een bloedtransfusie krijgt.

De wereld van de fictie

The Children Act is zoals de meeste romans van McEwan een goed voorbeeld van wat fictie vermag: de evenwaardige voorstelling van tegengestelde perspectieven. In de vaardige handen van McEwan hoort een roman te tonen dat die tegengestelden tegelijk waar, goed en begrijpelijk kunnen zijn. Zoals in dit geval: een religieuze overtuiging die bereid is haar principes tot het uiterste door te denken (als de jongen het bloed niet krijgt, sterft hij aan zijn ziekte) versus een juridische overtuiging die zegt dat in het moderne Westen de wetten van de mens boven die van welke God ook moeten staan.

In de wereld van de fictie hoeft er niet gekozen te worden. En wanneer dat wel gebeurt (de rechter volgt onvermijdelijk de juridische logica) beseft degene die de keuze maakt (hier: de rechter) dat er voor de alternatieve voorstelling van zaken (hier: de religie) minstens evenveel te zeggen valt.

Meer van dat

McEwans personages zijn de sleutel tot de kracht van zijn werk: zij belichamen de morele dilemma’s waarrond zijn boeken steevast zijn opgebouwd. Hun twijfelende denken, hun pogingen om te leven in onzekerheden, hun zoektocht naar definitieve antwoorden die nooit kunnen komen –  rond hun overwegingen en getob zijn de boeken van McEwan steevast opgebouwd.

McEwans nieuwste – voorlopig enkel uit in het Engels, de vertaling verschijnt pas begin volgend jaar – biedt wat dat betreft meer van hetzelfde. Het is alweer zijn zeventiende, en het is wat mij betreft een van zijn allerbeste. Met zijn 483 pagina’s is Lessons stukken dikker dan de gemiddelde McEwan, maar werkelijk geen enkele pagina is er een teveel.

Kostschool

Lessons is het verhaal van Roland Baines, wiens leven we volgen van zijn vroege puberteit tot de jonge jaren van zijn oude dag. Bij het begin van de roman is Roland net op een Engelse kostschool beland, de school waar ook McEwan door zijn ouders werd geplaatst. (De auteur ontleent veel details aan zijn eigen leven, maar het boek gaat niet over hem: het verhaal van Roland is niet zijn verhaal.)

Roland is bij het begin van roman pas elf, maar zijn wereld staat al stevig in brand. Buiten is er de dreiging van de Cubaanse rakettencrisis, de mogelijkheid van een nieuwe apocalyps. Samen met zijn kamergenoten vraagt Roland zich af of hij ooit echt volwassen kan worden.

Tikken op de vingers

Enter Miriam Cornell, Rolands tien jaar oudere pianolerares. De jongen is bang van haar, maar ook wel gefascineerd. Miriam heeft macht over Roland, de macht van het verlangen. Ze verleidt hem en hij geniet. Eerst van de tikken op zijn verkeerd geplaatste vingers, dan van haar handen om zijn vroegrijpe geslacht.

Iets meer dan twintig jaar later – tegen de achtergrond speelt intussen de Tsjernobyl-crisis – ontmoeten we Roland weer: zijn vrouw heeft hem samen hun zoontje achtergelaten. Zonder enig teken van leven: Roland wordt er zelfs van verdacht haar uit de weg te hebben geruimd.

Brokstukken

Wat het begin zou kunnen lijken van een klassiek misdaadverhaal (McEwan heeft ongetwijfeld ook dat in de pen) ontwikkelt zich al snel tot een weinig conventionele Bildungsroman. Het verhaal springt in de tijd heen en weer en samen met Roland ontdekken we hoezeer zijn verleden het volwassen leven bepaalt waarvan hij decennialang de brokstukken probeert samen te rapen.

Rolands echtgenote, Alissa, is de tegenpool die ons beter doet begrijpen wat de kern is van de identiteit van de protagonist van Lessons. Ze verlaat haar echtgenoot om schrijfster te kunnen worden, en dat lukt haar ook. In haar geboorteland – ze is Duitse, het kind van verzetslieden in de tweede wereldoorlog – wordt ze een gevierd auteur, die er bovendien in slaagt de vergissingen van de generaties voor haar een nieuwe, verzoenende betekenis te geven.

Het succes van Alissa staat in scherp contrast tot de mislukkingen van Roland. We begrijpen gaandeweg beter dat ook hij ooit artistieke ambities had. Ooit droeg hij de belofte in zich een muzikant van mondiale renommee te worden, maar werd  uiteindelijk huispianist in de lounge van een Londens hotel. Hij publiceerde ooit een paar gedichten in een vooraanstaand literair tijdschrift, maar werd uiteindelijk copywriter bij een firma van wenskaarten.

Lessen

McEwan vertelt het verhaal van Roland tegen de achtergrond van een halve eeuw politieke crisissen: Cuba, Tsjernobyl, het einde van de Thatcher-jaren, de Val van Berlijnse muur, de Corona-crisis. Niet om van dit boek een historische roman te maken, wel om te duiden hoezeer ‘gewone’ mensenlevens bepaald worden door omstandigheden die buiten onze macht en ons besef liggen.

Ook daar ligt de kracht van de roman volgens McEwan: de geschiedenis die hij vertelt is die van een individu, van wie de ervaringen de kern van het verhaal uitmaken, niet de boodschap of de lessen die we uit dat verhaal zouden moeten trekken. Als de historicus ons lessen geeft over het verleden, geeft de romanschrijver ons lessen over het lezen van dat verleden, en de impact van dat verleden op ons individuele bestaan.

Losers

Zijn absolute meesterschap toont McEwan met Lessons in de scène waarin Roland naar het einde van de roman toe de confrontatie aangaat met de pianolerares die hem vijftig jaar eerder misbruikte. Hij komt tot het besef dat zijn relatie met de vrouw hem heeft gemaakt tot wie hij is en hij wil dat zij zich daar rekenschap van geeft. De scène is vintage McEwan. De uitkomst ervan biedt geen moraliserende oplossing van een moreel probleem, maar de erkenning van menselijkheid en dus van falen.

Lessons is in wezen het verhaal van een loser, maar de roman presenteert dat ‘verlies’ als een onvermijdelijk aspect van het leven dat we moeten leren te dragen. We zijn allemaal losers, het ene moment al wat waardiger dan het andere. Ian McEwan toont met zijn creatie van Roland Baines dat de schande niet in de mislukking zelf zit, maar in de weigering ze onder ogen te zien.

Nederlandstalige versies van Ian McEwan’s boeken zijn te koop bij boeken.doorbraak.be

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Jurgen Pieters

Jürgen Pieters doceert literatuurwetenschap en 'Creative criticism' aan de Universiteit Gent.