Media
media

Radicaal Rechts en de Media: de kip of het ei?

‘Wij willen geen neutraal doorgeefluik worden, wij zijn de waakhonden van de democratie en als waakhond moet je niet alleen blaffen maar desnoods ook bijten.’ Beetje pretentieus-elitair en tegelijk naïef-romantisch, al klinkt het bijna vertederend. Het komt uit de mond van een RTBF-vertegenwoordiger, tijdens de vele interviews die Léonie de Jonge had met hoofdredacteuren en journalisten in onze lage landen. De schutskring rond radicaal rechts — eufemistisch omgezet krijgt dat een hygiënische connotatie: een cordon ‘sanitaire’ — is in Wallonië geen loos begrip.

In haar studie over de rol van de media (Populistisch Radicaal Rechts en de Media in de Benelux: Vriend of vijand?) — een hoofdstuk uit haar nog te verschijnen proefschrift over het medialandschap en de partijpolitiek, — vormt de Benelux voor promovendus Léonie de Jonge een ideaal onderzoekslaboratorium.

De kip of het ei?

In het noordelijk gedeelte is er namelijk wél media-aandacht voor radicaal rechtse meningen, in het zuidelijk gedeelte nauwelijks of geen. In Nederland en Vlaanderen zijn er radicaal rechtse partijen die succesvol zijn in de verkiezingsresultaten, in Wallonië en Luxemburg niet. Wat was er het eerst: de kip of het ei?

Een officieel media-cordon

De vaststelling die uit het proefschrift van Léonie de Jonge naar voor komt, is niet echt verrassend, maar het wordt eindelijk empirisch aangetoond: de media spelen in op wat er zich in de samenleving afspeelt. Logisch, zegt u? De houding van journalisten in het al of niet verslag uitbrengen, zou gekoppeld kunnen worden aan de meer of minder succesvolle electorale trajecten van radicaal rechtse populistische partijen (RRPP).

Dat houdt in dat — bij gebrek aan een regionale, succesvolle RRPP — er in Wallonië en in Luxemburg, geen media-aandacht is voor radicaal rechts. En dat een cordon sanitaire op mediavlak dus zeer strikt kan nageleefd worden.

Opmerkelijk is dat het bestuur van RTBF besloot dat politici die verbonden zijn aan een partij die racistische of xenofobe programmapunten verdedigt, — ze hebben het zelfs over het vertegenwoordigen van ‘des valeurs liberticides’ (waarden die vijandig staan tegenover vrijheid) — nooit live worden geïnterviewd en evenmin uitgenodigd om deel te nemen aan TV-debatten. Een opvatting die ook officieel geformaliseerd werd.

Doodzwijgen is slechte journalistiek

In Vlaanderen ligt dat anders. De snelle groei van het Vlaams Belang maakte het moeilijk om hen compleet te isoleren en mediatiek uit te sluiten. Het cordon werd er door media niet echt in een vorm gegoten, zoals in Wallonië. Meer dan onze zuiderse landgenoten, willen Vlaamse journalisten klaarblijkelijk álle geluiden in de samenleving laten horen. Doodzwijgen zou slechte journalistiek zijn, is het heersend idee.

Ook in Nederland willen hoofdredacteurs ‘gehoor geven aan de volledige brandbreedte van opinies’ en zien zij de media als een podium voor botsende meningen. De opkomst van Pim Fortuyn speelde daarin een rol: plots beseften journalisten dat ze niet genoeg aandacht besteed hadden aan de angsten en zorgen van het ‘gewone volk’. Voortaan hebben journalisten er de opdracht om de dingen te benoemen. Ook na de verrassende overwinning van Trump en na het Brexit-referendum vroegen de media zich in Nederland af of ze wel wisten wat er eigenlijk speelt ‘op straat’. Het is onze taak om alle geluiden en visies in de samenleving ernstig te nemen, klinkt het nu. Dat is alvast een flinke ommezwaai.

Ontzuiling

Doen de media nu aan politiek opportunisme of zijn dit louter journalistieke keuzes? De ene wil alle geluiden in de samenleving laten horen, de andere wil geen forum bieden aan meningen waar ze het zelf niet mee eens zijn. Of dat democratisch gezond is nog maar de vraag.

Waar de verzuiling er vroeger voor zorgde dat de geschreven pers een duidelijke identiteit had — een liberale krant, een christen-democratische, een socialistische… —, stelt men nu vast dat de banden met politieke partijen doorgeknipt werden en er veel minder oog is voor politiek-ideologische overwegingen. In tegenstelling tot Luxemburg, waar media veel meer verbonden blijven aan politieke partijen. De sociale functie van journalistiek veranderde: niet langer het verspreiden van ideeën en opvattingen en het creëren van consensus staat centraal, maar het fabriceren van ‘entertainment’ en verkoopbare informatie overweegt.

Commerciële belangen halen de bovenhand

Vanuit dat louter mercantiel oogpunt zou men kunnen verwachten dat media zoveel mogelijk meningen aan bod laten komen, al was het maar om een zo groot mogelijk (kopers)publiek aan te spreken. Het toenemend commerciële karakter van groeiende populaire newsmedia  annex de pulp/tabloid-industrie lijkt dan vooral in het voordeel te spelen van populistische partijen. Cliché’s en stereotypes blijken nooit ver weg.

Openbaar?

Van een publieke omroep die haast uitsluitend leeft van staatssubsidies, ging men er van uit dat zij per definitie geen rekening moesten houden met ‘marktmechanismen’ en dus neutraler en breder zou kunnen berichten. Toch wendt de publieke omroep een zelfde strategie aan als de commerciële zenders en de geschreven pers. Dat lijkt er alvast op dat commercialisering niet alles verklaart.

Poortwachters

Media maken deel uit van de samenleving, ze zijn niet los te zien van hun omgeving. Vanuit hun bestaansreden zijn ze erg verweven met de maatschappij op zich en hebben ze onvermijdelijke ‘contacten’ met politieke partijen, ook al zijn die dan vrijblijvender en minder strikt. Niet alleen spelen media een overwegende rol in het verspreiden van politiek gedachtegoed, ze weerspiegelen tevens de electorale vooruitgang. Ze kunnen er in zekere mate ook vorm aan geven.

Bijvoorbeeld, wanneer de thema’s die bij RRPP’s centraal staan (migratie, onzekerheid) vaker aan bod komen, wordt de boodschap niet alleen verzacht maar worden deze partijen niet langer gestigmatiseerd en uiteindelijk zelfs gelegitimeerd. Media kunnen zo voor politieke partijen een aanwinst zijn wanneer ze zorgen voor nationale zichtbaarheid en legitimiteit. In zekere zin controleren media, samen met de politieke partijen, de toegang tot de electorale arena, kunnen ze partijen buitenspel zetten en hebben ze dus zowel invloed op de vraag als op het aanbod.

Kortom

Een artikel over uitsluitend media en politiek riskeert om media een te grote rol toe te bedelen in de opkomst van rechtse populistische partijen. Er zijn nog andere factoren die het succes of het mislukken van de opkomst van RRPP’s verklaren. Toch maken het niet-commercieel karakter van de media in Luxemburg en de dominante rol van een strikt mediacordon in Wallonië, het extra moeilijk om er kiezers te winnen en legitimiteit te verwerven. In Vlaanderen en Nederland staan de media opener tegenover radicaal rechts.

Verder empirisch onderzoek moet uitwijzen hoe concreet die toegangscontrole van de media dan wel is. De daadwerkelijke relaties tussen media en politiek zouden dan meteen ook zichtbaar worden.

Het artikel ‘The Populist Radical Right and the Media in the Benelux: Friend or Foe?’ verscheen in het wetenschappelijk tijdschrift ‘The International Journal of Press/Politics’, Léonie de Jonge, PhD Candidate in Politics & International Studies, Pembroke College, University of Cambridge.

Herre Daelemans

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Herre Daelemans?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.

Dit artikel delen of afdrukken




Commentaren en reacties


Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Reacties - klik hier

Voeg een reactie toe

https-doorbraak-be

Lees ook

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans
// geen premium