JavaScript is required for this website to work.
Europa

Remedies en oplossingen voor de EU-crisis

Is het Europees project op sterven na dood? (5 en slot)

Guido Naets20/11/2016Leestijd 5 minuten

Na een analyse in vier bedrijven van de huidige EU-crisis, stelt Guido Naets drie concrete oplossingen voor.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

De meeste mensen blijven geloven in Europa als project. Het tegendeel zou krankzinnig zijn in een wereld vol naties van honderden miljoenen, twee zelfs met meer dan één miljard inwoners. Nationale soevereiniteit, genre ‘I want my country back’ is dan een belachelijke strohalm. Even krankzinnig zou zijn de Europese Unie, de samenwerkingsstructuur die in 65 jaar met horten en storen werd ineengetimmerd en zowel systeemfouten als misgroeiïngen vertoont, overboord te gooien en ‘ab ovo’ iets nieuws te beginnen. Het rad van de geschiedenis draait immers razendsnel; het is al erg genoeg dat veel kostbare tijd en energie zullen verloren gaan door de Brexit, na alle inspanningen van de voorbije 45 jaar om het VK aan boord te hijsen. We moeten niet kiezen tussen Europa of de nationale identiteit; Vlamingen weten dat al ruim een eeuw, sedert August Vermeylens ‘Vlaming zijn om Europeër te worden’. Men moet wel luisteren naar de polsslag van de massa’s die Trump aan de macht hebben gebracht en het VK uit de EU hebben gestemd, omdat ze zich door het establishment bedrogen voelen, niet goed geïnformeerd zijn of in steeds herhaalde leugens zijn blijven geloven.

Om het EU-project te redden zijn drie strategieën nodig:

(1)   De instellingen grondig saneren,

(2)   Het beleid focussen op het essentiële en het juiste,

(3)   De burger betrekken bij het proces.

 

(1)   Grondige sanering van de instellingen

De inmiddels oeverloos uitgedeinde EU moet grondig worden afgespekt, de grove borstel moet door de speeltjes van de elites; zuinigjes omgaan met de euro’s zal niet volstaan, de instellingen moeten grondig hertekend worden. Een executieve met 28 (27) leden is grotesk, dat de grote lidstaten verzaakten aan hun tweede commissaris is al een stap, nu moet de volgende komen. Een parlement met 751 ‘kleine koningen’ (naar Derk Jan Eppink) is ‘des Guten zuviel’: zes afgevaardigden voor Luxemburg is toch de helft teveel. Daarnaast nog eens een parlement voor de belangengroepen (het Economisch en Sociaal Comité) en een voor de regio’s (Comité van de Regio’s) is overbodige luxe. Een complete doublure van de parlementaire infrastructuur in Brussel en Straatsburg plus de maandelijkse verplaatsing van duizenden ambtenaren en medewerkers is funest. Gebruik de Straatsburgse gebouwen voor diensten die niet in het centrum moeten zitten. De deontologische code van alle gezagsdragers moet stevig worden bijgespijkerd; lobbyisten hebben in de EU hun plaats maar parlementsleden mogen zich niet als dusdanig gedragen.

Niet alleen op het niveau van de instellingen moet ballast worden uitgegooid om de totalitaire indruk weg te nemen die sommigen doen spreken van een EUSSR. Er moeten niet hier en daar wat regeltjes worden vereenvoudigd; er is grote opruiming te houden in het arsenaal van verordeningen en richtlijnen die elk ondernemen en investeren bemoeilijken. Vertrouw de mensen, niet alles wat groeit en bloeit moet worden door nde EU besnuffeld, er kan veel meer aan de staten en aan de deelstaten ervan worden overgelaten. De begroting moet grondig gesaneerd, paal en perk moet worden gesteld aan het subsidiëren van allerhande ngo’s. De financiering van fracties, partijen en aanhangsels moet onder het mes. Gewoon zuinigjes omspringen zal niet volstaan.

Er is ook de Raad. De parlementen van de staten en hun deelstaten moeten naar het model van Denemarken meer greep krijgen op de standpunten die hun vertegenwoordigers in de Europese Raad en de Raden van ministers innemen. Dan zal men het hindernissenparcours vermijden dat het bijvoorbeeld CETA-verdrag ondervond.

 

(2)   Focussen op de essentiële en juiste dingen

De Europese eenmaking is gebaseerd op het Paneuropa-project van Richard Coudenhove-Kalergi uit 1923, nadien bezield door Otto, de zoon van de laatste Habsburgse keizer. Men moet nu resoluut afstand nemen van Kalergi’s twee jaar jongere plan van een multicultureel Euro-Afro-Aziatisch bastaardras, dat de nationale identiteiten moet uitwissen. De Europese burger mag niet denken dat de mosliminvasie van de voorbije halve eeuw en de georganiseerde intocht van ruim een miljoen hoofdzakelijk islamitische bootvluchtelingen de voltrekking betekent van het Kalergiplan. De burger zou toch op dat idee kunnen komen omdat de Kalergiprijs achtereenvolgens werd toegekend aan Angela Merkel, Herman Van Rompuy en Jean-Claude Juncker.

Wil het Europese en nationale establishment niet worden weggevaagd in een grote burgeroorlog moet aan de massa-invasie een halt worden toegeroepen. Frontex moet de buitengrenzen beveiligen en landverhuizers opvangen in kampen aan de zuidelijke oevers van of op eilanden in de Middellandse Zee. Daar kunnen ze na hun avontuurlijke tocht op adem komen en basisvaardigheden krijgen bijgebracht om na luttele weken met een ‘rugzakje’ naar hun land van herkomst terug te keren. Uitwassen als de Euro-Arabische Dialoog van de jaren 70 en gelijkaardige fantasieën moeten worden afgezworen. Turkije mag niet in de EU en wie nog twijfelt moet maar een referendum aandurven. De ‘grenzen aan de economische groei’ van de Club van Rome indachtig mag de ontvolking van Europa niet door volksverhuizingen worden opgevangen, wel door onderzoek en ontwikkeling, automatisering en robotisering. We zullen noodgedwongen ook meer voor onze defensie moeten zorgen en, om onze inspanningen tot het minimum te beperken, elke funeste conflictsituatie met Rusland zien te vermijden.

Om tegemoet te komen aan de bekommernissen van de burger moet de EU meer doen tegen het roofkapitalisme van veel multinationals enerzijds en de ‘race to the bottom’ tussen de lidstaten anderzijds. Dat behoeft geen pietluttige harmonisering, wel een ‘bottom line’ om sociale, ecologische en fiscale dumping te vermijden. Het Europees beleid moet worden toegespitst op het opsporen van de kwalijke gevolgen die landen, regio’s en sectoren ondervinden van de globalisering en van de Europese integratie. Men mag de mensen dan niet aan hun lot overlaten. Het deze zomer opgestarte Europees Fonds voor Strategische Investeringen met een totaal kapitaal van 300 miljard euro kan daar prioritair voor optreden. Men moet ook het nodige doen om de euro te redden, ook door landen die het niet aankunnen te laten vertrekken. Men heeft begin deze eeuw het paard achter de wagen gespannen maar het was ofwel leven in een Duitse Mark-zone of een gemeenschappelijke munt in het leven roepen zondert dat alle voorwaarden waren vervuld. Gedane zaken nemen nu eenmaal geen keer.

Er zijn niet alleen grenzen aan de groei en het vrij verkeer van personen maar ook aan de globalisering, al was het maar omwille van de ecologische voetafdruk.

 

(3)   De burger betrekken bij het proces

De EU moet de nationale en subnationale identiteiten koesteren, niet elk streven van de volkeren naar zelfbestuur fnuiken: het volwaardig lidmaatschap van die verzelfstandigde entiteiten niet tegenwerken maar steunen.  Zo’n Europa met plaats voor regio-staten is zinvoller dan een comité van de regio’s

Tegen de perceptie van de EU als een technocratische moloch ziet prof. Stefan Rummens (KU Leuven) heil in een unie met een meerderheid en een oppositie. Dat kan door na de verkiezingen een parlementaire meerderheid te creëren die een regeerprogramma voor de Europese Commissie opstelt en uit haar schoot de Commissieleden aanstelt. De fracties die niet tot die meerderheid behoren of haar geen gedoogsteun geven vormen dan de oppositie. Men zou zelfs de commissievoorzitter, de Juncker van 2019 dus, rechtstreeks kunnen doen verkiezen door de kiezer een tweede stem te geven – Duitsland kent al zo’n ‘Zweitstimme’.

De media zouden volle aandacht gaan besteden aan de Europese politiek die de burger ook meer zal boeien. Iedereen kan zich betrokken voelen bij het beleid, dat hij via zijn verkozenen kan bijsturen, in plaats van over te gaan tot omslachtige referenda. Als hij zich niet kan vinden in de door een meerderheid gedragen Commissie, zal hij vijf jaar later maar voor een andere meerderheid moeten zorgen, in plaats van zoals nu het hele systeem in vraag te stellen. De parlementsleden zullen dan ook gemakkelijker ‘de boer opgaan’ om het Commissiebeleid te verdedigen of aan te vallen. Een ander alternatief voor referenda zijn de nu goed gerodeerde Europese verzoekschriften; onze voorouders in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden hadden uitgebreide ervaring met talloze petities gericht aan Willem I.

Deze drie strategieën om de EU te redden lijken me zinvoller dan de bekoring om de aarde te doen stoppen met draaien om er af te stappen.

 

Hoe deze strategieën doen aanvaarden?

Men kan zich spiegelen aan de methode die Leo Tindemans volgde toen hij in opdracht van de eerste Europese Raad van Parijs (1974) zijn verslag over de Europese Unie opstelde. De Crocodile-groep van Altiero Spinelli gaf er in 1984 concrete invulling aan. Al in 1929 hadden de Duitse en de Franse ministers van Buitenlandse Zaken, Gustav Stresemann en Aristide Briand, toch al de Nobelprijs voor de Vrede ontvangen voor hun uitgewerkt ontwerp van Europese Unie. Het duurde dan nog tot na de opslorping van de DDR door de Bondsrepubliek eer het verdrag van Maastricht in 1992 de Europese Unie deed ontstaan. De voorgestelde heruitvinding van de EU zal de weerzin van de burger overwinnen.

 

Foto: (c) Reporters


Lees ook de vorige delen van deze reeks: (1) Is het Europees project nu op sterven na dood?; (2) Het ‘njet’ van Magnette opende de doos van Pandora; (3) De stem van de burger maakt niet onverdeeld gelukkig en (4) De 5 factoren die de EU de das omdeden.
Dit artikel kadert in het project ‘Soevereiniteitsbewegingen in Europa’ dat tot stand komt met de steun van de Vlaamse overheid.

Categorieën

Guido Naets (1934) was zijn hele beroepsleven bezig met de Europese eenmaking. Van begin jaren 60 tot begin jaren 80 maakte hij in heel Europa naam als Europaverslaggever, in Vlaanderen vooral voor radio en televisie. Het Europees Parlement trok hem na de eerste verkiezingen aan als perschef wat hij 15 jaar bleef. De laatste twee decennia  schrijft en spreekt  hij over diverse Europese en andere thema's.

Commentaren en reacties