fbpx


Cultuur
rouw

Rouwen in de natuur




Toen Roland Barthes in het najaar van 1977 zijn moeder verloor, verloor hij ook zijn taal. Schrijven lukte niet meer:  met de moeder was ook de moedertaal plots weg. Barthes’ postuum verschenen Rouwdagboek is een stotterend verslag van de moeizame tocht die de schrijver uit het diepe dal van de radeloos makende stilte bracht. De eerste maanden na de dood van zijn moeder is het schrijven van Barthes zo goed als vormloos. Hier een zin, daar een zin. Losse notities,…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Toen Roland Barthes in het najaar van 1977 zijn moeder verloor, verloor hij ook zijn taal. Schrijven lukte niet meer:  met de moeder was ook de moedertaal plots weg. Barthes’ postuum verschenen Rouwdagboek is een stotterend verslag van de moeizame tocht die de schrijver uit het diepe dal van de radeloos makende stilte bracht.

De eerste maanden na de dood van zijn moeder is het schrijven van Barthes zo goed als vormloos. Hier een zin, daar een zin. Losse notities, die enkel aangeven dat wat gezegd moet worden, niet gezegd kan worden  Maar naarmate de rouw evolueert, krijgen de zinnen van Barthes opnieuw echt vorm.

Een nieuw genre?

In de vele rouwboeken die ik de voorbije jaren las, komt dezelfde problematiek steevast terug. Rouwen betekent beetje bij beetje vorm geven aan iets dat geen vorm heeft: een logge, drukkende homp verdriet; tien ton treurnis. Wie rouwt, moet op zoek naar een taal die dat het onzegbare onder woorden kan brengen.

Net omdat schrijvers taal-werklui zijn, blijken deze boeken voor rouwende lezers erg nuttig. Vaak nemen die rouwboeken de vorm aan van essayistische memoires. Joan Didions Het jaar van magisch denken en Connie Palmens Logboek van een onbarmhartig jaar zijn memorabele voorbeelden, net als de moederboeken van Tom Lanoye (Sprakeloos), Marnix Peeters (Zo donker buiten), Peter Verhelst (Voor het vergeten) en Erwin Mortier (Gestameld liedboek). Een van de sterkste bijdragen aan het genre vind ik Schaduwkind van P.F. Thomése: honderd pagina’s verstild verdriet bij het verlies van een kind.

Echt gebeurd

In elk van deze boeken is de schrijver in eigen naam aan het woord. Met een uit het eigen leven gegrepen verhaal. Het verdriet dat hier vorm krijgt, is dat van de schrijver zelf. Zelfs wanneer het rouwboek als roman in de markt wordt gezet, zoals bij A.F. Th. Van der Heijdens Tonio, moet de lezer denken: dit is geen fictie. Dit is hem echt overkomen.

Met Lijn van wee en wens mag Caro Van Thuyne gerust tussen die hiervoor genoemde meesters staan. Caro Van Thuyne (een Vlaamse) is een nom de plume. Ze publiceerde in 2018 de veelbelovende verhalenbundel Wij, het schuim en was in 2019 runner up van de Joost Zwagerman essayprijs. Nu komt ze met een tekst die expliciet als roman wordt geafficheerd.

Geen klassieke roman

Lijn van wee en wens is zeker geen klassieke roman. Nu eens neemt de verteller als ‘ik’ het woord, dan weer als ‘je’. Nu eens is die verteller een vrouw (Mari), dan weer een man (Felix). De man en de vrouw zijn met elkaar verbonden in de liefde: ze zijn opnieuw op zoek naar elkaar, hopen elkaar ook weer te vinden. Maar ze delen ook een drukkend verlies. Mari heeft een zusje (Tully) dat jong sterft ten gevolge van het warfarinesyndroom. (Warfarine is een bepaald soort bloedverdunner die de gezonde groei van de foetus afremt en zorgt voor zware fysieke tekortkomingen bij het kind.)

Na de begrafenis van Tully neemt Mari’s verdriet de vorm aan van een zorgbehoevende, doodsbange olifant. Ze doopt het beest Dolore (de pijn is immers zijn zijn) en verzorgt het als was het haar eigen kind. Omdat Dolore te groot is om in huis te houden, trekt Mari met het dier de natuur in. ‘Mijn olifant is mijn rouw’, zegt Mari. Haar man, Felix, verbouwt in afwachting van haar terugkeer een vervallen chalet.

Rouwboek en natuurboek

In het vervolg van Lijn van wee en wens trekt Mari met Dolore langs een rivier naar de zee. Samen maken ze een olifantenpad: een platgetreden pad waar, zo blijkt, verdriet en verlangen (‘wee’ en ‘wens’) op een draaglijke manier samen kunnen bestaan.

In haar confrontatie met de natuur ontdekt Mari een manier van spreken die haar verdriet beter kan vatten dan de mensentaal die ze met Felix moest spreken. Het is op dit punt dat Van Thuynes roman tegelijk rouwboek en natuurboek wordt.

Literair

In haar sterke uitwerking van Mari’s aandacht voor planten en dieren (ze adopteert onderweg een kauw, die ze Jakke noemt) tilt Van Thuyne haar romantaal naar een sterk literair niveau: beeld- en klankrijk, suggestief, ingehouden lyrisch. Daar ligt de essentie van Lijn van wee en wens. De vraag of de auteur een en ander zelf heeft meegemaakt, wordt daardoor stukken minder belangrijk.

Romans die worden verteld in de eerste persoon staan of vallen met de kracht en de eigenheid van de vertelstem. Romans die over rouw gaan staan of vallen met dosering. Ze mogen niet té zijn: té emotioneel, té afstandelijk, té overtrokken, té verstandelijk. Op beide fronten is de roman van Van Thuyne meer dan geslaagd: de vertellende personages komen als individuen naar voren en de behandeling van de centrale thematiek is afgemeten en evenwichtig. Nergens larmoyant, nergens onderkoeld. Warm, waarachtig en weerbaar, zo klinkt de stem van Mari die Lijn van wee en wens domineert.

Fellow travelers

In haar eerste roman bouwt Van Thuyne een eigen literair universum op met verwijzingen naar kunstenaars die ze duidelijk als fellow travelers beschouwt. Het referentiekader is vooral Angelsaksisch. De roman sluit af met een dankwoord dat de namen bevat van nogal wat auteurs die meesterlijk over verlies hebben geschreven, zoals Anne Carson (Nox), Max Porter (Verdriet is het ding met veren) en Denise Riley (over wie ik het hier onlangs nog had).

Ook uit de recente golf van het Britse en Amerikaanse nature writing (essayistiek en memoires waarin natuurlandschappen een sturende rol spelen) haalt Van Thuyne inspiratie. Elk deel van haar roman laat ze voorafgegaan door een citaat uit Landings, het boek waarin muzikant en schrijver Richard Skelton, na de dood van zijn vrouw, verslag uitbrengt over zijn zoektocht naar een zinvol en draaglijk bestaan. Net als bij Skelton is de natuur de plek waar ook Mari die zin herontdekt – de plek waar ze uit de vormloze poel van haar verdriet weer aan land kan komen.

Mooie belofte

Van Thuyne beroept zich expliciet op haar voorbeelden. Dat dat nergens leidt tot epigonisme, bewijst de uitzonderlijke kwaliteit van dit romandebuut. Lijn van wee en wens bevestigt niet alleen Van Thuynes kunnen; het doet ook uitkijken naar meer, naar het vervolg van wat wel eens een mooi oeuvre zou kunnen worden.

Jurgen Pieters

Jürgen Pieters doceert literatuurwetenschap en 'Creative criticism' aan de Universiteit Gent.