JavaScript is required for this website to work.
post

Russische opkikker voor Assad (1)

De vredesconferentie in Genève en de oorlog in Syrië: wat zijn de vooruitzichten?

Robert Vandemeulebroucke10/2/2016Leestijd 4 minuten

Het wordt alsmaar duidelijker in welke richting het conflict in Syrië zich zal ontwikkelen.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

De snel opeenvolgende gebeurtenissen gedurende de afgelopen vijf maanden in de Syrische oorlog geven een alsmaar duidelijker voorteken aan van de richting waarin het conflict zich op korte of zelfs middellange termijn zal ontwikkelen.

De eendaagse Internationale Conferentie in Wenen met de belangrijkste bij de oorlog betrokken partijen op 30 oktober 2015, samen met de inspanningen van de Internationale Steungroep voor Syrië (ISSG), hebben vrij snel geleid tot de adoptie in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN) van resolutie 2254 op 18 december 2015. Dat de vijf Permanente Leden het over een resolutie over Syrië eens zijn geraakt, is een zeldzame gebeurtenis. De bepalingen van deze resolutie, waarover verder meer, gaven de internationale gemeenschap een stevige duw in de rug: zou zij nu werkelijk een instrument worden om op termijn een politieke oplossing te bedenken en de oorlog in Syrië te beeindigen of zou zij belanden op het kerkhof van een langer wordende lijst van aangenomen en niet of half uitgevoerde VN-resoluties waaronder de resoluties van de twee vorige vredesconferenties over Syrië in Wenen (Genève 1 en 2)?

De hoeksteen van de resolutie werd het van start gaan van een Vredesconferentie in Genève op 24 januari 2016 op een stramien van indirecte gesprekken tussen de pro- en contra-Assad kampen, want tot van man tot man onderhandelingen aan eenzelfde onderhandelingstafel was niemand bereid. De VN-gezant navigeert dus tussen de partijen en zoekt naar punten van overeenkomst om op verder te bouwen. Maar de conferentie werd verdaagd tot 29 januari omdat de partijen het niet eens konden worden over de samenstelling van het oppositieblok tegen Assad, verenigd in het zogenaamde High Negociation Committee (HNC), bij de zittingen. Dan om uit het slop te geraken, toch bijeengeroepen door de speciale VN-gezant, Staffan de Mistura, werd zij na enkele dagen vergaderen opgeschort: de oppositie stelde precondities zoals het afkondigen van een staakt-het-vuren, maar de pro-Assad partijen wilden daar niet van weten. Eerder dan de conferentie te laten aanmodderen, besloot de VN-onderhandelaar een afkoelingsperiode tot 25 februari 2016 in te lassen in de hoop dat de partijen pro en contra, met zijn actieve medewerking, intussen een minimum basis zouden vinden waarop onderhandelingen zouden kunnen aanvangen.

Het zijn de gebeurtenissen van de laatste vijf maanden die de aanloop hebben gevormd tot dit belangrijk internationaal diplomatiek initiatief en daarom is een korte bespreking ervan hier op zijn plaats. Dit luik bestaat uit twee delen: het verloop van de oorlog tot 30 september 2015, een scharnierdatum zoals zal blijken, en de ontwikkeling ervan nà 30 september 2015.

Tot 30 september 2015

In de bijna vijf jaar durende oorlog heeft Syrië nagenoeg 80 procent van zijn grondgebied aan de Islamitische Staat (IS) en aan de rebellen verloren. Daardoor is Syrië een rompstaat geworden: het door het Assad -regime nog gecontroleerde grondgebied bevindt zich overwegend in het westen van het land.

Op alle fronten en rond de steden of grote agglomeraties werd het Syrische leger, nochtans ondersteund door Iran en Hezbollah, teruggedreven. Nooit stond Assad zo zwak en zo dicht bij een militaire nederlaag, zelfs in de gebieden onder zijn controle. Maar de Verenigde Staten (VS) en zijn bondgenoten hebben van deze zwakte geen gebruik gemaakt om Assad te dwingen samen te zitten aan de onderhandelingstafel en aldus een einde te maken aan het eerste van twee conflicten, namelijk de burgeroorlog (het tweede conflict is de oorlog tegen de Islamitische Staat). Het is een eerste blunder van formaat die in het licht van de daaropvolgende gebeurtenissen niet meer kan worden goedgemaakt. Misschien dachten de VS en hun bondgenoten dat Assad verdrijven het minste kwaad was en het uitroeien van de Islamitische Staat alle prioriteit verdiende?

De oppositie tegen Assad is een bont allegaartje van door het Westen, Saoedi-Arabië en de Golfstaten gewapende en financieel ondersteunde rebellen die tot verscheidene politieke of godsdienstige strekkingen behoren. Sommige oppositiegroepen verdwijnen soms even snel als ze opgekomen zijn of versmelten met andere groepen en bevechten elkaar. Niewe splinterbewegingen zien geregeld het licht. Wapens worden verkocht aan de meest biedende, overlopen van de ene naar de andere groep of desertie plegen is dagelijkse kost. De oppositie bestaat onder andere uit moslimbroeders, salafisten, aanhangers van bewegingen van nabij of veraf verbonden met al-Quaida en buitenlanders. Die komen aan de zijde van de oppositie vechten, net zoals de Islamitische Staat zelf overal ter wereld recruteert. Het is moeilijk, zoniet onmogelijk, zich hierover een alomvattend totaalbeeld te vormen, want de oppositie verandert voortdurend van aangezicht.

De luchtaanvallen van de VS en bondgenoten slaan de strijdkrachten van de Islamitische Staat (IS) nog niet uit hun lood en zij blijven vrij bewegen binnen hun veroverd gebied. Men kan gerust stellen dat deze aanvallen veelal een maat voor niets zijn geweest, ontzaglijk veel burgerlijke infrastructuur hebben vernield en weinig negatief effect hebben gehad op zowel het moreel als op de militaire logistiek en capaciteit van de organisatie.

Vanaf 30 september 2015

Rusland mengt zich in de oorlog op ‘uitnodiging’ van Assad. Enkele weken tevoren begon President Poetin met het bouwen van een nieuwe militaire installatie in Latakia en breidde er een al bestaande, Tarsus, uit. Die basissen worden bemand door meer dan drieduizend man Russisch personeel en elitetroepen. Moskou begon onmiddellijk, naar het beweerde, met het bombarderen van zogenaamde IS-stellingen, maar viseert in hoofdzaak de stellingen van Assad-oppositiepartijen met zero empathie voor burgerlijke slachtoffers, hoewel Poetin bij hoog en bij laag het tegendeel beweerde.

De Russische luchtaanvallen namen weldra in intensiteit toe en zij worden met toenemend succes gecoördineerd met het oprukken en doorstoten van Syrische en geallieerde grondtroepen in de belegerde strategische posities of provincies zoals Hama, Aleppo, Homs, Latakia en Deraa. Daardoor worden de oppositiestrijdkrachten verplicht terrein prijs te geven tot op een punt dat zij bijna al hun strategische verworvenheden, lang voordien in de oorlog opgebouwd, moeten opgeven. Vanuit puur militair standpunt zijn de door Rusland geleide militaire operaties succesvol, met een goed doordachte strategie, een duidelijk niet veranderend doel, namelijk het uitschakelen van de oppositie en een goede samenwerking met Syrische grondtroepen, de ‘boots on the ground’.

Intussen bevechten de Syrische Koerden, gesteund door enkele Arabische stammen, IS-stellingen vanuit het noordoosten van Syrië en zij slagen er in een bufferzone, bijna over de gehele lengte van de zuidelijke grens met Turkije uit te bouwen. Dat zij daarin niet volledig zijn gelukt is te wijten aan het bombarderen van hun stellingen door Turkse troepen. Voor de Turkse President Erdogan zijn de Syrische, net zoals de Turkse Koerden terroristen die hij met alle middelen bestrijdt. Elk idee op een mogelijk uitroepen van Koerdische autonomie, laat staan onafhankelijkheid, kan voor hem niet door de beugel. Maar voor de VS en bondgenoten die luchtaanvallen op IS-posities onverminderd verder zetten, zijn de Syrische Koerden de beste, maar te schaarse beschikbare grondtroepen in de oorlog tegen de IS.

De auteur is oud-ambassadeur.

Foto: (c) Reporters

Commentaren en reacties