Geschiedenis

Van Kosovo Polje tot Waterloo: identiteit en historische nederlagen

Vooruitblikken in het verleden

Naties en staten vieren graag militaire of andere overwinningen uit het verleden. Ze geven vorm aan het zelfbeeld dat men van zichzelf maakt en vormen mijlpalen in het nationale ontstaans- en identiteitsverhaal – ondanks de postmoderne neiging om dat verleden te deconstrueren en de visie op de natie in een negatief zelfbeeld van schaamte over het verleden om te buigen. Maar als je overwinnaars hebt, heb je ook verliezers. Hoe verwerk je een nederlaag? Vergeet je ze? Herwerk je ze tot een morele overwinning? Hoe een nederlaag gepercipieerd wordt geeft evenzeer vorm aan dat historisch zelfbeeld.

Martelaars

28 juni 1389, of, volgens de Juliaanse kalender, 15 juni 1389. Op het Lijsterveld, of, in het Servisch, Kosovo Polje, staan tienduizenden Ottomanens en Serviërs tegenover elkaar. Op het einde van de dag liggen aan weerszijden de meeste deelnemers aan de slag dood op het slagveld, beide legeraanvoerders zijn gesneuveld. Omdat de Ottomanen elders nog genoeg troepen over hebben, kwamen zij als overwinnaar uit de strijd. Het martelaarschap van zowat de voltallige Servische adel in een poging de Ottomanen tegen te houden riep het beeld van een bloedoffer op. De Servische legerleider prins Lazar Hrebeljanovic werd heilig verklaard. De verjaardag van de slag kreeg een centrale plaats binnen de Servische nationale herinnering. Zozeer zelfs dat andere belangrijke gebeurtenissen op die dag werden gepland. Op 28 juni 1876 verklaarde Servië de oorlog aan het Ottomaanse rijk, op 28 juni 1914 vermoordde de Servische Student Gavrilo Princip aartshertog Franz Ferdinand van Oostenrijk, en op 28 juni 1989 hield Slobodan Milosevic bij de 600ste verjaardag van de slag de beruchte Gazimestantoespraak, waarbij hij aankondigde dat Servië in de toekomst niet zou terugschrikken om geweld te gebruiken om de Servische belangen veilig te stellen. Kosovo, waar dus ook dat Lijsterveld lag, werd op dat moment in overgrote meerderheid door Albanezen vermeld. Als je weet welke centrale plaats dit slagveld inneemt, dan begrijp je iets van de hardnekkigheid waarmee de Serviërs aan Kosovo vasthielden.

Een ander slagveld is bekender. Op 18 juni 1815 stonden 73.000 Franse soldaten onder keizer Napoleon Bonaparte tegenover 67.000 Brits-Nederlands-Duitse soldaten onder leiding van Wellington, die tegen het einde van de dag nog eens versterkt werden met 50.000 de Pruisische soldaten van Blücher. De uitslag van de confrontatie is bekend. Hoewel. Als je sommige Bonapartisten hoort, dan klinkt het eerder van “We hebben niet echt verloren, eigenlijk hebben we gewonnen, alleen jammer dat de anderen wat meer gewonnen hebben dan wij.” Ook Napoleon zelf had moeite om de nederlaag van Waterloo toe te geven. Kortom, een soort van verkiezingsavond avant la lettre. Niettemin, op 22 juni 1815 deed Napoleon definitief afstand van de troon. De manier waarop Frankrijk met Waterloo omgaat blijft bijzonder ambigu. De veldslag draagt enorm bij aan de mythevorming rond Napoleon.  U moet maar eens in Waterloo gaan kijken van wie de meeste memorabilia worden verkocht, Bonaparte of Wellington. Tegelijk blijft het een gênant moment uit de Franse geschiedenis, een vlekje op het verhaal van de grandeur van het Franse militaire verleden. Dat bleek toen Frankrijk verkrampt reageerde op de herdenkingen van 200 jaar slag bij Waterloo. Een herdenkingseuromunt mocht er niet komen, op de plechtigheid mocht hoogstens de Franse ambassadeur aanwezig zijn.

Dieptepunt

125 jaar later was er geen twijfel over de omvang van de Franse nederlaag. Na zes weken tevergeefs vechten tegen een Duitse invaller tekende Frankrijk op 22 juni 1940 een wapenstilstand. Om de vernedering compleet te maken had men als plaats hiervoor de treinwagon uitgekozen waar in 1918 het Duitse keizerrijk zijn nederlaag had moeten toegeven. Een dag later, op 23 juni 1940 hield Hitler een korte sightseeing tour in Parijs. Frankrijk had het dieptepunt van zijn geschiedenis bereikt. Het enige lichtpuntje waren twee toespraken enkele dagen eerder. Op 18 juni 1940 hield Charles de Gaulle zijn beroemde Appel du 18 juin waarin hij vanuit Londen het verzet tegen de Duitse bezetter aankondigde en tegelijk liet weten dat wat hem betrof voor Frankrijk de oorlog nog niet gedaan was. Deze toespraak wordt vaak beschouwd als één van de belangrijkste toespraken uit de Franse geschiedenis. Diezelfde dag hield Winston Churchill, die met de terugtocht ook een nederlaag van formaat te verwerken had, zijn finest hourtoespraak. Het loont de moeite dit pareltje nog eens te beluisteren.

En hoe gaan wij om met nederlagen? We vergeten ze gewoon. Vraagt u maar eens rondom u na wat er op 18 juni 1789 gebeurde. Op die dag werd er nochtans een zware inbreuk op onze constitutionele traditie gepleegd toen keizer Jozef II de Brabantse Blijde Inkomst afschafte. Dat charter, getekend in 1356, legde de verhoudingen tussen de vorst en de vertegenwoordigingen van steden en gewest vast, waarbij bepaald werd dat zonder hun toestemming de vorst geen belastingen mocht heffen of oorlog mocht voeren, op straffe van het recht van de onderdanen in verzet te komen tegen de vorst. In een progressieve drang naar centralisering en rationalisering van het bestuur schafte de vorst deze grondwettelijke vrijheden af – meteen het startsein van de Brabantse Omwenteling. Maar van onze lange constitutionele geschiedenis liggen wij al lang niet meer wakker. Wat kan ons onze historische identiteit schelen, nietwaar?

 

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans