JavaScript is required for this website to work.
post

Het linkse speelveld is ruimer dan je denkt

20 jaar na Het Sienjaal

Tom Garcia22/9/2016Leestijd 7 minuten

Is er plaats voor linkse flaminganten in een nieuw progressief front?

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Onderstaand stuk verscheen in het septembernummer van Sampol, naar aanleiding van de twintigste verjaardag van Het Sienjaal, het radicaal-democratische project van Norbert De Baetselier en wijlen Maurits Coppieters.

De poging van Het Sienjaal om de linkse krachten in Vlaanderen te bundelen, verzonk helaas in het moeras van de toenmalige politieke actualiteit. De positie van links is er sindsdien niet op verbeterd. Toch is er nog hoop voor de Vlaamse linkerzijde, maar dan moet ze zich eerst bevrijden van enkele dogma’s en zich durven openstellen voor andere ideeën. Kortom: weer volop progressief en ook Vlaams durven zijn.

Defensieve kramp

De Vlaamse linkerzijde ligt voor pampus. Tenminste, dat is de algemene teneur bij politicologen, opiniemakers en andere experten. Na de jongste federale en regionale verkiezingen in 2014 werd nog geprobeerd om de opgelopen schade in een of andere context te plaatsen, maar al snel werd onomwonden gezegd en geschreven dat links in de touwen hing, stuurloos, zonder verhaal en zonder doel.

Zo erg is het echter helemaal niet. Na zoveel jaren deelname aan de macht, is het normaal om even de kluts kwijt te zijn als je plots in de oppositie terechtkomt. De reactie die daarop volgt, is dan ook een logische: je keert je in jezelf, probeert je aan de nieuwe situatie aan te passen. Wat uiteraard niet makkelijk is als je intussen van alle kanten onder vuur genomen wordt. Door de rechtse regering die je met alle zonden van Israël overlaadt (de ‘schuld van de sossen’) en de eigen achterban die je opjaagt om stevig weerwerk te bieden.

Dus rolde links zichzelf op als een egel en stak wild om zich heen. En zo zit het nu al een tijdje vast in een defensieve kramp, die elke verandering, elke vooruitgang, elke vernieuwing tegenhoudt. De kramp maakt links overgevoelig voor elke al dan niet vermeende aanval van zowel extern als intern en leidt tot overspannen reacties op elke vorm of uiting van kritiek. Oppositie voeren verliest daardoor aan effect. De nadruk ligt immers zo sterk op anti-rechts zijn dat er soms vergeten wordt om links te zijn. Neem bijvoorbeeld de hevige reacties op de steun van sp.a-voorzitter John Crombez voor het plan van zijn Nederlandse collega Samsom om asielaanvragen te controleren in Turkije. Of op de columns van Lukas Vander Taelen waarin die de zichtbare invloed van de islam in Brussel stevig op de korrel neemt. Van zodra er een zweempje ‘rechtsigheid’ opgemerkt wordt, wordt de deur van de verontwaardiging wijd open gezet en die van het debat stevig gesloten. Dat zijn gemiste kansen, want de zaken die hier aangehaald worden, zijn precies die waar de burger op dit moment mee worstelt en waarvoor die antwoorden zoekt.

Links hoeft zich niet te herbronnen of te vernieuwen, het moet zich gewoon bevrijden. Het moet uit die defensieve kramp schieten en opnieuw complex- en taboeloos de maatschappelijke ontwikkelingen en uitdagingen analyseren en aanpakken. Zolang links in die kramp vastzit, is het onmogelijk om samen te werken, laat staan om front te vormen. Het verlamt elke poging tot onderlinge toenadering en sluit elke actor in het linkse kamp op in zijn eigen gelijk en geloof, het enige waar nog enig houvast van lijkt uit te gaan.

Om te beginnen moet links zich dus bevrijden van de fixatie tegen rechts. Het is veel efficiënter om je eigen verhaal te brengen dan dat van een ander neer te halen. Het enige wat je dan doet, is het verhaal van die ander mee vertellen. Door er tegenin te gaan, nodig je het publiek uit om over dat verhaal na te denken. Dat biedt de ander dan weer de kans om zijn verhaal te versterken met extra argumenten. En intussen zijn we dus de hele tijd over het verhaal van de ander bezig. Het meest flagrante voorbeeld is Bart De Wever. Alles wat hij vertelt, leidt meteen tot hevige tegenreacties, waarop hij dan weer reageert en dus zo de kans krijgt om minstens twee keer zijn verhaal te doen. Dit in combinatie met het afblokken van ‘dissonante’ interne stemmen, versterkt uiteraard alleen maar het beeld van een ‘conservatief’ en in zichzelf gekeerd links, dat geen voeling meer heeft met het heden.

Links moet zich losmaken van het verleden en alle opties open laten. Om het over je eigen verhaal te kunnen hebben, moet je er immers ook een hebben. Het oude lijkt niet meer aan te slaan, dus moet er een nieuw komen. Geen enkel onderwerp zou taboe mogen zijn, geen enkel dogma zou onbespreekbaar mogen blijven. Alleen door alles in vraag te durven stellen, kom je tot nieuwe inzichten en dus ook tot nieuwe antwoorden. Dat was uiteindelijk ook wat Het Sienjaal deed: de kaarten opnieuw schudden, er zelfs een paar nieuwe bijleggen.

Links en Vlaams

En over nieuws gesproken: naast het ‘klassieke’ links van socialisten, groenen en communisten is er in België ook een Vlaamsgezind links. Sterker nog: het is er altijd geweest. Met persoonlijkheden als Nelly Maes, Bart Staes, vader en zoon Anciaux, Maurits Coppieters natuurlijk, en vele anderen waren de linkse Vlaamsgezinden zelfs prominent aanwezig op het politieke toneel. Omgekeerd was het voor linksgezinden helemaal geen schande om enige affiniteit met Vlaanderen te tonen. Maar net als in het Belgische kader, heeft rechts ook in de Vlaamse Beweging de overhand genomen. Het rechtsgezinde blok is groter en hechter dan ooit en bijzonder zichtbaar en actief, terwijl de linkse Vlaamsgezinden in de Vlaamse Beweging eerder achter de schermen bezig zijn in vele verschillende bewegingen en organisaties die veelal met ‘softere’ thema’s bezig zijn, zoals pacifisme, armoedebestrijding, ontwikkelingssamenwerking, enz. De reden dat rechts in de Vlaamse beweging de overhand heeft kunnen nemen, is dat Vlaamsgezind links in wezen dezelfde fout maakte als de rest van links: zich meer focussen op het anti-rechts zijn, dan op het links zijn. Die strijd vond haar hoogtepunt in het uiteenspatten van de Volksunie. Daarop ging Vlaams links aan het zwalpen, verloor het zich in het vingerwijzen van N-VA en Vlaams Belang en vergat het intussen zichzelf te organiseren en versterken. De weg naar hergroepering en versterking van Vlaams links is nog lang en moeilijk.

Daarom is het des te jammerder dat ook de houding van ‘Belgisch’ links verhardde tegenover het Vlaamsgezinde gedachtegoed. Het is zelfs zo erg, dat voor velen rechts en Vlaams zo goed als synoniem zijn, iets wat die Vlaamse rechterzijde uiteraard maar al te graag zal beamen. Als gevolg ontstond een brede kloof tussen links en Vlaams. Een aantal linkse flaminganten maakte de overstap naar ‘Belgisch’ links, maar velen donderden in de gapende kloof. Ze werden politiek dakloos, bij gebrek aan een partij die progressief, sociaal en Vlaams combineert. Sommigen klampten zich dan maar vast aan hun Vlaamsgezindheid en sloten aan bij de N-VA. Anderen voegden zich bij het leger zogenaamd zwevende kiezers. Pogingen om een beweging op gang te brengen, stoten altijd op tegenwerking van beide zijden. Linkse flaminganten zitten als het ware vast tussen het aambeeld van klassiek links en de hamer van Vlaams rechts.

Nochtans is Vlaanderen een realiteit. De socialisten waren zelfs de eersten om dat in te zien en splitsten hun unitaire partij nog voor de eerste staatshervorming goed en wel afgerond was. We praten vandaag ook zonder schroom over de Vlaamse politiek en analyseren het doen en laten van de Vlaamse partijen. Het zich openstellen naar die linkse flaminganten zou in ieder geval een versterking voor links betekenen, niet in het minst op de Vlaamsgezinde flank die, als we de specialisten mogen geloven, zeer sterk vertegenwoordigd is in de befaamde Vlaamse grondstroom.

Ik herneem hier graag een stuk uit een bijdrage die ik een jaar geleden voor Doorbraak schreef, naar aanleiding van ‘130 jaar socialisme in België’:

‘Zo’n Vlaamse insteek zou zelfs de zelfverklaarde aartsvijand N-VA kunnen van antwoord kunnen dienen. De Vlaams nationalisten laten geen mogelijkheid onbenut om de socialisten in de hoek te drummen. Zelf hebben ze hun nationalisme echter onvoorwaardelijk voor vijf jaar opgeborgen. En hoewel ze wel de mond vol hebben over een ‘warm Vlaanderen waar iedereen zich thuis voelt’, schikt de partij zich steeds meer naar het Belgische establishment. Een radicaal sociaal beleid met een sterk Vlaams karakter, zou de N-VA in het defensief kunnen dringen en zelfs op Vlaams niveau het vuur aan de schenen leggen. Het zou zelfs al een voorsprong geven op het communautaire discours dat N-VA tegen de verkiezingen van 2019 ongetwijfeld weer van onder het stof zal halen.

Moeten de socialisten nu dan voor communautaire heibel zorgen? Helemaal niet. Gewoon streven naar een sterker, socialer en warmer Vlaanderen binnen België, zou al een heel verschil maken. In ieder geval zou de sp.a opnieuw aansluiting kunnen vinden bij de burgers en hun specifieke noden, wensen en verzuchtingen leren kennen. De sp.a moet dus zeker niet het socialisme loslaten maar eerder het regionalisme omarmen. De twee gaan perfect samen. In deze tijden van wild om zich heen grijpende globalisering, TTIP-verdragen en wurgende besparingspolitiek is er zeker plaats voor een sociaaldemocratische partij die zich het lot van de eigen burgers aantrekt.’

Ook hier is openheid troef, dus. De reactie op de ‘afscheuring’ van enkele Aalsterse socialisten in de overduidelijk Vlaamsgezinde SD&P, was wat dat betreft weinig hoopgevend. Ook dat is een gevolg van de anti-rechtse obsessie. Nationalisme en regionalisme zijn daardoor vieze woorden geworden. Dit terwijl het in vele andere landen zelfs bijna onlosmakelijk met links verbonden is, denk maar aan Schotland, Catalonië en Baskenland.

Religie en migratie

Maar naast het linkse regionalisme zijn er nog wel stevigere katjes te geselen. Het gaat hier dan om thema’s die in de tijd van Het Sienjaal nog niet zo op de voorgrond stonden. Zeker, migratie en multicultuur kregen met de komst van het Vlaams Blok/Belang meer aandacht dan voordien, maar religie was nog totaal geen issue. Er was (en is) vrijheid van godsdienst en iedereen deed met zijn of haar geloof wat hij wilde. Dat is nu grondig veranderd. Of dat nu aan de verrechtsing van de maatschappij ligt of aan de plotse massale toestroom van vluchtelingen, of aan beide, maakt weinig uit. Feit is dat (ook) links geen antwoord heeft. Maar erger nog is dat links een bijzonder ambigue, verwarrende en verbazende houding neemt tegenover religie, en meer bepaald de islam.

Over dat thema is een steeds grotere scheur aan het ontstaan is binnen links. Op sociale media zie je al twee kampen ontstaan, rond twee bijnamen: ‘slaplinks’ en ‘flinklinks’. De eersten zijnde degenen die moslims als verdrukte minderheid de hand boven het hoofd houden, de tweeden die zich verzetten tegen groeiende invloed van de islam in onze samenleving. Hoewel meestal een non-discussie ontstaat over wie nu ‘echt’ links is, is het belangrijkste dat die gesprekken en confrontaties plaats vinden. Het kan alleen maar louterend werken voor de Vlaamse linkerzijde.

Een nieuw Sienjaal

Als je Het Sienjaal van twintig jaar geleden nog eens leest, sta je versteld van hoezeer het vandaag nog relevant is. Er staan voldoende inzichten en voorstellen in om meteen het nieuwe verhaal voor links een vliegende start te geven. Het is dan ook bijzonder jammer dat het toen nooit tot uitvoering is gekomen. Tegelijk biedt dat ook een kans om het als basis te gebruiken voor een nieuw project, meer geënt op de hedendaagse problemen. De focus moet op het eigen verhaal komen, weg van het verlammende anti-rechts. De geesten moeten opengezet worden en links moet weer progressief worden, met andere woorden: het moet openstaan voor andere, nieuwe denkwijzen binnen de linkse sfeer, zoals bijvoorbeeld over het regionalisme en het secularisme. Hoe moet links omgaan met een reactionaire religie die almaar meer vat krijgt op een bevolkingsgroep en de integratie ervan bemoeilijkt? Het is een legitieme vraag, die niet ontweken mag worden. Geen taboes meer, alles bespreekbaar maken en zoeken naar raakpunten om dat eigen verhaal alle kansen te geven.

Om te vermijden dat ook een tweede Sienjaal een stille dood sterft, moet links dus uit zijn defensieve kramp komen. Het grote en gevestigde links kan het project trekken, maar dan met voldoende openheid van geest en positieve ingesteldheid om alle linkse krachten er bij te betrekken en zelfs te steunen in hun ontwikkeling, zoals bijvoorbeeld de Vlaamsgezinde en de radicaal seculiere. Enkel zo wordt het perfect mogelijk om samen één sterk links front te vormen.

Morgen – zaterdag 24 september – wordt 20 jaar later de linkse verruimingsbeweging van wijlen Maurits Coppieters en Norbert De Batselier onder de loep genomen in Dendermonde. Meer informatie vindt u hier.

Tom Garcia (1967) is zelfstandig reclameman met grote interesse voor migratie, integratie en gemeenschapsvorming. Hij is bezieler en kernlid van Vlinks.

Meer van Tom Garcia

100 jaar geleden stierf de linkse activist Herman Van den Reeck. Hij raakte zwaargewond door een politiekogel tijdens een Vlaams-nationale betoging. Daarmee werd hij een icoon van een aparte generatie.

Commentaren en reacties