JavaScript is required for this website to work.
Multicultuur & samenleven

Verbinden in een vacuüm

Op welke basis willen politici 'verbinden'?

Daniël Walraeve5/9/2016Leestijd 3 minuten

Als een politicus nog eens preekt over ‘verbinden’, vraag dan gewoon eens: hoe? 

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Het zijn van die slogans waar je moeilijk tegen kan zijn, als je in de krant weer eens leest ‘politiek moet mensen verbinden‘ of ‘we willen mensen verenigen, niet verdelen‘. Er lijkt niets mis met ‘we willen een samenleving met meer menselijkheid en verbondenheid‘ of ‘we willen hoopvol en samen op zoek naar oplossingen‘. Het zijn legitieme en onschuldige gemeenplaatsen van vrome politici, die braaf hun debatfiche opdreunen. In al die goede bedoelingen zitten echter grote gaten.

Een slogan is nog geen samenlevingsproject. Vage noties zoals ‘we zitten allemaal in hetzelfde schuitje‘ of ‘we moeten verder met elkaar‘ zijn niet concreet of solide genoeg om een samenleving op te bouwen. Progressieve politici preken graag over ‘verenigen’, maar zeggen er nooit bij waar al die sociale harmonie dan wel vandaan moet komen. Nooit gaat het over wat ons dan juist moet verbinden. Het is een wens zonder wegbeschrijving. Het is een doel zonder middelen.

Normen & Nederlands

Het is geen toeval dat het ‘verenigings’-verhaaltje zo vrijblijvend blijft. Wie bruggen wil slaan tussen de verschillende gemeenschappen in Vlaanderen, moet bijvoorbeeld consequent pleiten voor het Nederlands. Gemeenschapsvorming wordt pas mogelijk door een gemeenschappelijke voertaal. Je zou dus verwachten dat de voorstanders van een ‘verbonden’ samenleving onvermoeibaar hameren op het belang van taalkennis. Helaas zijn progressieve politici vaak allergisch voor een te sterke klemtoon op het Nederlands. Veel sp.a- en Groen-mandatarissen hebben een zwak voor onderwijs in de thuistaal, vrije taalkeuze op de speelplaats en flexibele taalvereisten in sollicitaties. 

Sociale samenhorigheid heeft bovendien een ethische sokkel nodig. Geografische nabijheid – het feit dat we nu eenmaal allemaal in dit zompig landje wonen – volstaat niet om een gemeenschap te vormen. Je moet het met z’n allen ook eens geraken over een ethisch minimumprogramma. Dat lijstje van niet-onderhandelbare grondwaarden kan vrij kort zijn: democratie, rechtstaat, scheiding kerk en staat, gelijkheid van de seksen en de geaardheden. Ook hier gaan progressieven op de rem staan. ‘Normen en waarden’ hebben naar hun smaak nog altijd een vieze nasmaak. ‘Superieur’ mogen we onze ethische verworvenheden al zeker niet noemen. 

Protest & Privileges

Het ontbreekt de meeste progressieven aan een verbindend verhaal dat duidelijk omlijnd is. En als er dan eens een schuchtere poging gedaan wordt om aan zo’n verbindend verhaal te beginnen schrijven, dan halen de herauten van de linkerzijde steevast pek en veren boven. Zoals toen – ere wie ere toekomt – Kristof Calvo een verplichte burgerschapsverklaring lanceerde. Meteen volgde een massaal protest. De arme groene fractieleider kon zijn voorstel niet snel genoeg inslikken nadat hij overspoeld was door negatieve reacties uit bevriende hoek. Onze waarden actiever gaan promoten? Dat is natuurlijk ‘onverdraagzaamheid’ en ‘racisme’.

Soms lijkt het alsof progressieven de verbonden maatschappij actief tegenwerken. Linkse partijen pleiten bijvoorbeeld regelmatig voor bijzondere privileges die aan sommige minderheidsgroepen toegekend moeten worden. Het meest actuele en frappante voorbeeld is het onverdoofd slachten. Hermes Sanctorum openbaarde bij zijn afscheid aan de partijpolitiek dat zelfs Groen intern op de handrem gaat staan als het over het slachtprivilege van de religieuze gemeenschappen gaat. Progressieven bewijzen lippendienst aan de maatschappelijke harmonie, maar investeren in de praktijk vaak in symbolen en praktijken van verdeling. 

Inhoud & Identiteit 

Wie echt wil ‘verbinden’, moet de bindende krachten durven benoemen. Je kan immers niet ‘verbinden’ zonder bindmiddel. Je kan niet ‘samenkomen’ zonder afspraken over het hoe, het wanneer, het waarom, het hoeveel. Je kan niet ‘verzamelen’ op een niet nader bepaalde plaats. Een samenleving krijgt geen zuurstof in een filosofisch vacuüm. Een gemeenschap heeft een gedeelde identitaire basis nodig. Modewoorden als ‘verbinden’ en ‘verenigen’ mogen niet langer blijven hangen in het luchtledige. Een samenlevingsproject verdient een concrete invulling. 

Elke samenleving betaalt dezelfde prijs voor cohesie. Waar je grenzen trekt, sluit je mensen buiten. Waar een ‘wij’ is, is een ‘zij’. Als we voorwaarden verbinden aan onze samenleving, dan betekent dat ook dat niet iedereen zal voldoen aan die voorwaarden. Malle taboes over het zo verketterde ‘wij-zij-denken’ zullen moeten sneuvelen. Ook progressieve politici zullen moeten benoemen wat het betekent om Vlaming te zijn en welke plichten dat met zich meebrengt. Het enige alternatief is een vaag en vrijblijvend burgerschap, dat iedereen dekt en niemand bindt. 

 

 

Foto: (c) Reporters

Daniël Walraeve (1988)  is het pseudoniem van een brave historicus die eigenlijk maar één onhebbelijk trekje heeft: hij is een onverbeterlijke consument van traditionele media. Elke dag leest hij zowat alle kranten en elke dag wordt hij dan weer vreselijk boos om een of ander editoriaal of ander naïef opiniestuk. Hij kan er zelf echt niets aan doen, tenzij er af en toe een stukje over plegen voor Doorbraak. Stokpaardjes zijn ideologie, identiteit en samenleven. 

Commentaren en reacties