Geschiedenis, Multicultuur & samenleven
Essay
Essay
Benno Barnard

Benno Barnard: ‘Het probleem van mei ’68 is dat mei ’68 nu al 50 jaar duurt’

mei '68

Onlangs zag ik een paar zwart-witte filmpjes op Youtube, mij gestuurd door een vriend die mij graag van het werk houdt. Op het eerste filmpje, dat van 1958 dateerde, was een fragment uit een opera te zien; tegen het einde draaide de camera naar het publiek, en ik zag jacquetten, elegante japonnen, vosjes, glacés… ja, ik staarde naar een vitrine van kledingstukken uit de wereld voor Google, waar omgangsvormen bij hoorden, volzinnen, huwelijken, kerkbezoek… De wereld van mijn ouders, kortom, die in het banale Holland van tegenwoordig zich nog hier en daar onder een vergrootglas schuilhoudt.

De eerste naoorlogse generatie protesteerde; misschien zeiden veel studenten allereerst dat de uiterlijke restauratie van de vooroorlogse wereld schijnheilig was. Waarom gedroegen al die ouders zich alsof er niets gebeurd was, alsof de opera en de baljurk en de mis en de trouwring en noem maar op niet door de grote Europese verschrikking gelouterd moesten worden? Van de verzwegen oorlogstrauma’s begreep die generatie weinig.

Uit baldadigheid identificeerde menige onschuldige post-adolescent zich met een of andere obediëntie van het communisme; daarna stuurde De Gaulle iedereen weer naar de les en recht en orde werden hersteld. Maar in de jaren nadien maakte het establishment – de macht, de bourgeoisie, zoals u het maar wilt noemen – precies dezelfde fout als de studenten. De ouders staarden zich blind op de uiterlijke kenmerken van een tegencultuur: het lange haar, de rockmuziek, de slordigheid als stijlvorm, de vrije liefde (ook een vorm van slordigheid). Dat wekte de nodige ergernis, en inzake de vrije liefde de nodige bezorgdheid, maar van wat daarachter gaande was begrepen de meeste ouders weinig.

Tweede filmpje: een flard polygoonjournaal uit juni 1967. Israël voerde een oorlog voor lijfsbehoud en Nederland steunde de Israëli’s massaal. Ik zag mensen bloed geven; ik zag tientallen keurig geklede mensen in Amsterdam bij het beeld van Anne Frank, waar een grote collectebus stond: ze verdrongen elkaar om te mogen doneren. In Frascati werden schilderijen en tekeningen van bekende kunstenaars geveild ten bate van Israël… En ik hoorde mijn vader helemaal vanuit 1967 roepen: ‘Ze hebben ze de woestijn in gejaagd! Ze hebben ze de woestijn in gejaagd!’ De tranen rolden over zijn wangen; opnieuw waren de nazi’s verslagen – woord en beeld zijn onvergetelijk…

Gramsci’s gelijk

Een jaar later zou het gestaalde neomarxistische kader – een kleine minderheid van die revolterende studenten – aan de sloop van de westerse beschaving beginnen, wat voorlopig verborgen bleef achter lang haar, gitaarmuziek en belachelijk veel kralen.

Het zou lang duren voordat sommige mensen, van uiteenlopende generaties, begonnen in te zien wat er na mei 1968 gebeurd was. Gramsci had gelijk gekregen, er waren stellingen veroverd, in de pers, in het onderwijs, vooral aan de universiteiten, burgerlijke instituten als kerk en huwelijk werden afgebroken en het extreemlinkse denken vrat de burgerij geleidelijk van binnenuit op. De leerlingen werden leraar; de stencildraaiers journalist; de seminaristen vader van weldra te indoctrineren kinderen…

En zie, in 2009, bij een nieuwe aanval op Israël, bleek ik zowat de enige schrijver die met zijn schamele woorden de Joden verdedigde. Volgens de ene collega beschouwde ik de Palestijnen niet als mensen; volgens de andere moest ik eens een jaar lang mijn mond houden. Een meerderheid van de westerse intelligentsia houdt namelijk niet van intellectuele diversiteit. Zij demoniseert systematisch iedereen die tegenspreekt. Zij schuimbekt.

Ach, ik heb onze intelligentsia vaak doen schuimbekken! Voor de schuimbekkende intelligentsia geldt Ovidius: ‘Video meliora proboque, deteriora sequor’ – wat zoveel betekent als: ‘Ik zie het betere en sta erachter, maar toch volg ik het slechtere.’ Anders gezegd, ik ben voor tolerantie, maar gelieve te zwijgen.

Niet alles is slecht

Welnu, staat u mij toe dat ik, door tijdnood daartoe gedwongen, de geschiedenis aldus samenvat: het probleem van mei ’68 is niet mei ’68, maar wel dat mei ’68 nu al vijftig jaar duurt. Anders dan uw en mijn ouders, die niet wisten wat er eigenlijk gebeurde, kunnen u en ik het slagveld overzien – waar ik aan toevoeg dat er ook bloemen bloeien tussen het puin. Niet alle gevolgen van mei ’68 zijn slecht. Er is een grotere vrijheid van debat; de hiërarchische verhoudingen zijn minder vanzelfsprekend; meer kinderen krijgen toegang tot hoger onderwijs; er is een grotere afkeer van racisme; homoseksualiteit is voor de meeste mensen geen probleem meer. Etcetera. Maar laat ik kritisch blijven, want ik ben gekomen om Marx te begraven, niet om hem te prijzen.

De wereld is een gekkengesticht voor schrijvers; uit dat gesticht haal ik enkele recente anekdotes voor u aan.
Primo. De Britse conservatieve politicus Jacob Rees-Mogg gaf een lezing aan de universiteit van Bristol. Die lezing werd verstoord door vijf actvisten die ‘No platform for Tory scum!’ schreeuwden. Er ontstond een handgemeen. Met benijdenswaardig flegma begon Rees-Mogg de vechtersbazen uit elkaar te halen. Toen men hem na afloop vroeg of hij niet bang was geweest, verklaarde het parlementslid dat een interview met The Guardian een veel beangstigender ervaring was.
Secundo. De aanvoerder van de extreemlinkse actiegroep De Grauwe Eeuw riep op om Sinterklaas te doden tijdens de intocht in Dokkum. Hij zei op Facebook dat kinderen bedekt moesten worden onder stukken hersens en botsplinters. ‘We moeten een prijs op het hoofd van Sinterklaas zetten,’ zei hij. ‘Zo zijn we voorgoed van dat feest af.’
Tertio. Met een on-Engels gebrek aan ironie stelde een Engelse moeder voor om sprookjes als De schone slaapster van de basisschool te weren; immers, er is in dat infame verhaal sprake van ‘non-consensual kissing’, de prinses heeft op geen enkel moment de prins toestemming gegeven haar lippen met de zijne te beroeren… Dus laten we onze misogynie actief bestrijden, dat walgelijke product van de burgerlijk-kapitalistische maatschappij…

Narcisme

U meent dat de victorianen de wereld seksualiseerden door tafelpoten te bedekken (overigens een fabeltje dat door de zichzelf ijverig bevrijdende leden van de Bloomsburygroep is verzonnen); maar ons tijdsgewricht omhelst nu geestdriftig een nieuw puritanisme. Tegelijkertijd durft niemand hardop te zeggen dat het slikken van hormonen en het laten afsnijden van de eigen penis in het kader van het zoeken naar jezelf, ook in die gevallen waarin een echtgenote en kinderen daarmee misschien niet dolgelukkig zijn… dat dit identitaire narcisme nadrukkelijk een bepaald mensbeeld propageert, namelijk dat van de ego-bevrediging ten koste van alles. Wee de reactionaire smeerlap die durft te zeggen dat de bestemming van een mens in de verantwoordelijkheid tegenover anderen ligt!

Dat narcisme is geheel conform de geest van de identiteitspolitiek, die van iedereen een lid van een permanent beledigde minderheid maakt. Ook op deze manier, via de psychologie, infiltreert het neomarxisme in de burgerlijke salon; op de sofa ligt de westerse mens, met een hoofd vol verwarrende noties over zichzelf en de maatschappij, en hij merkt nauwelijks dat de waardevolle spullen waarmee zijn huis was gemeubileerd al naar buiten zijn gedragen en op de container gegooid.

Universiteiten

Wie de genius van mei ’68 wil ontmoeten kan aan onze universiteiten terecht, de instituten waar het allemaal begonnen is. Bepaalde faculteiten, vooral die van de sociale wetenschappen, zijn broeihaarden van de meest ongelooflijke ideologische onzin. Ik geef één voorbeeld.

Een assistente aan Laurier University in Canada werd door de universiteit berispt omdat ze tijdens een college over het gebruik van specifieke pronomina voor transgenders ook de mening liet horen van Jordan Peterson, de beroemd en berucht geworden Canadese psycholoog die zich verzette tegen de invoering van een wet die mensen verplichtte genderneutrale, aan universiteiten bedachte woorden als ‘zir’ te gebruiken om naar ‘non-binaire’ medemensen te verwijzen.
Ik gun elk transgender en genderfluïde schepsel zhers eigen persoonlijk voornaamwoord, maar heeft de geschiedenis ons niet geleerd dat alle ideologen pogen de taal naar hun hand te zetten, en heeft George Orwell ons niet voldoende gewaarschuwd toen hij schreef dat er op het ministerie van Liefde druk wordt gemarteld?

De 20ste eeuw heeft ons begrippenapparaat gebombardeerd. Dwalend tussen de semantische puinhopen van een voorbije beschaving, buk ik me om een scherf van mijn moeders omgangsvormen op te rapen, een brokstuk van mijn vaders esthetica… en ziet u die scheefgezakte zuil van hun ethiek?
Is het denkbaar dat mensen als u en ik op een dag worden beboet of zelfs gearresteerd omdat ze geloven in verantwoordelijkheidszin, plicht, eergevoel, goede manieren, het huwelijk of andere curiosa uit het verleden? Is dat de uiteindelijke, nu nog ondenkbare consequentie van het ondermijnen van het burgerlijke samenlevingsmodel, dat om te beginnen niet bestand was tegen het geweld van de nazi’s en de communisten?

Hoe verloopt de geschiedenis? Geavanceerde samenlevingen verliezen op den duur hun innerlijke cohesie. Welvaart leidt tot individualisering; tegelijkertijd raken bindingsfactoren als religie en nationalisme op de achtergrond. Daardoor vallen ze ten prooi aan barbaarse stammen die wel een sterke sociale cohesie kennen. In de loop der eeuwen verfijnen de barbaren vervolgens hun samenleving en manieren, waarna ze zelf tot prooi worden. Ad infinitum.
U meent dat ik Der Untergang des Abendlandes van Oswald Spengler citeer, de bijbel van alle westerse doemprofeten? U vergist zich. Deze woorden zijn afkomstig van de jihadistische filosoof Ibn Khaldun, die van 1332 tot 1406 leefde…

Christendom

Mijn conclusie luidt dat we het ons nog vreselijk zullen beklagen dat we het christendom zo nonchalant van de cafétafel hebben geveegd. Niet dat ik overal aan de horizon barbaarse stammen zie; de toestand is ingewikkelder: de grootste bedreiging komt uit onze eigen decadentie voort. Ik vraag u niet om in God te geloven – wat de meesten van u, gevormd in de mallen van Nietzsche, Sartre en Dawkins, ongetwijfeld te machtig is – maar wel om het volgende in overweging te nemen.

Willen we een contrat social? En hoe moet dat er dan uitzien? Moet de wijsgerige kern ervan niet een verticale verbondenheid van de levenden met de doden en de ongeborenen zijn, wat een bij uitstek christelijk idee is? Of willen we een door Rousseau geïnspireerde, oppervlakkige en vrijblijvende horizontale verbondenheid met iedereen op de globe?

De erfgenamen van mei ’68 zijn erin geslaagd het tweede als de enige moreel aanvaardbare ideologie te verkopen. Tegelijkertijd schilderen ze elk redelijk, op traditie gestoeld alternatief als fascistoïde af – bijvoorbeeld door een kalme rationalist als Jordan Peterson met de teerkwast van Alt-Right te bekladden, ook al verafschuwt Peterson die racisten.
De premisse van hun ‘horizontale ideologie’ luidt dat de mens anders is dan hij werkelijk is, van nature geneigd tot het goede, zeker in economisch ideale omstandigheden. Tegen die fictie keert T.S. Eliot zich al in 1934, wanneer hij de oppositie tussen de kerk (in zijn geval de anglicaanse) en het marxisme aldus samenvat:

 She tells them of Evil and Sin, and other unpleasant facts.
They constantly try to escape
From the darkness outside and within
By dreaming of systems so perfect that no one will need to be good.

Ach, het christendom! Heeft Europa daar nog wel iets aan? Het is ongetwijfeld het punt in mijn betoog waarover u struikelt, zeker als u met een schoenlepel maat 68 uit het grote continuüm van de Europese geschiedenis bent losgewrikt…
De katholieke essayist G.K. Chesterton verklaart in zijn aanbevelenswaardige boek Orthodoxy dat religie iets monsterlijks is, maar ook iets onuitroeibaars, en dat alles bij elkaar de kerk die duistere kracht het beste heeft getemd. Het is 1908 en over de gevolgen van de vervreemding van het christendom in Europa schrijft deze visionair het navolgende:

‘Wanneer een religieus schema wordt verbrijzeld, ontsnappen niet alleen de ondeugden. De ondeugden ontsnappen inderdaad en richten schade aan. Maar de deugden ontsnappen ook; en de deugden dwalen in het wilde weg rond, en de deugden richten nog ergere schade aan. De moderne wereld is vol oude christelijke deugden die gek geworden zijn. De deugden zijn gek geworden omdat ze van elkaar geïsoleerd zijn en alleen ronddwalen. Zodoende bekommeren sommige wetenschapsmensen zich om de waarheid; en hun waarheid is genadeloos. Zodoende bekommeren sommige humanitair bevlogen lieden zich enkel om medelijden; en hun medelijden (het spijt me dit te moeten zeggen) is dikwijls onwaarachtig.’

Ruim honderd jaar geleden beschreef Chesterton ons onontkoombare traject richting mei ’68, richting 21ste eeuw dus al… De losgeslagen goedheid zou erger blijken te zijn dan de door egoïsme ingegeven slechtheid. Geen dief, geen roofmoordenaar kan zoveel ellende teweegbrengen als de echte idealist. Want de rover houdt op met moorden als hij zijn zakken heeft gevuld, maar de idealist stopt pas als het paradijs op aarde is gesticht.

Het komt hierop neer dat het nieuwe verhaal van de postrevolutionaire seculiere wereld de mens van zijn geschiedenis en de verhalen van zijn voorouders vervreemdt. Op de onttakeling van de christelijke wereld zal misschien geen neomarxistische economie volgen, maar wel een cultuur die een ontmoedigende en tegenstrijdige mengeling van neomarxistische, narcistische en islamitische elementen vormt… Ik vraag me af wat Gramsci daarvan gevonden zou hebben.

Ook in afgeschafte toestand lijkt het christendom voorlopig nog wel te functioneren – maar het functioneert in intellectuele kring op de manier die Chesterton beschrijft. De meeste intellectuelen verplaatsen zich op enkele stokpaarden, waarvan de Multiculturele Samenleving, de Klimaatpaniek en het Universele Medelijden de bekendste zijn. Die ideeën hebben een christelijke stamboom: ze vervangen het Nieuwe Jeruzalem, de Apocalyps en het Laat de Kinderen tot Mij Komen. Voorlopig werkt het christelijk geloof dus nog wel door, maar opgepast, het is gek geworden, om niet te zeggen van God los…

Dames en heren, dank u voor uw aandacht. Ik heb dit alles gezegd op gevaar af dat ik zou klinken als Flaubert in zijn Dictionnaire des idées reçues – ‘TIJDPERK (Het onze). Tegen tekeergaan. Klagen dat het onpoëtisch is. Het een tijdperk van overgang noemen, van decadentie.’

 

Benno Barnard sprak deze tekst uit op de door N-VA georganiseerde herdenking van 50 jaar Leuven Vlaams en mei ’68 op 24 februari jl. Ook N-VA-voorzitter Bart De Wever en historicus prof. Louis Vos spraken op deze herdenkingsnamiddag.

Doorbraak-medewerker Johan Sanctorum trekt Vlaanderen rond met een mei ’68-lezing. In mei verschijnt zijn boek hierover bij Doorbraak.

 

Benno Barnard

Benno Barnard is een Nederlands dichter, essayist, toneelschrijver, reisschrijver en vertaler.

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans